rijk/amvb/uitvoeringsbesluit-algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018707/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.9 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen BWBR0018707 AMvB geldend 2026-01-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018707 Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Artikel 1

1. Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 21b, 32, 38, 38a en 46 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

2.

Dit besluit verstaat onder:

a. a. wet: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; b. b. Hulp- en informatiepunt: een rechtspersoon die belanghebbenden hulp biedt bij het aanvragen van een tegemoetkoming en belanghebbenden informeert over een tegemoetkoming en waarmee de Dienst Toeslagen een overeenkomst als bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming heeft gesloten; c. c. Verordening (EG) nr. 883/2004: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166); d. d. Verordening (EG) nr. 987/2009: Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2009, L 284).

Artikel 1bis

In situaties als bedoeld in artikel 31a van de wet kan de betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden op de uren en dagen, bedoeld in artikel 64, eerste en tweede lid, eerste volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, indien in het kader van een actie die mede is gericht op de toepassing en handhaving van de wet op deze uren en dagen:

a. a. bekend wordt dat van de belanghebbende een bedrag wordt teruggevorderd ter zake waarvan terstond een dwangbevel wordt uitgevaardigd, of b. b. een vermogensbestanddeel van de belanghebbende aan wie reeds een dwangbevel is betekend, wordt aangetroffen.

Artikel 1a

Aan de Dienst Toeslagen worden door financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen de volgende gegevens inzake bankrekeningen verstrekt: het bankrekeningnummer en de naam, het adres, de woonplaats en de geboortedatum van de houder van de bankrekening.

Artikel 1b

1. De verstrekking van gegevens en inlichtingen ingevolge artikel 38, eerste lid, van de wet aan de Dienst Toeslagen vindt plaats onder vermelding van het burgerservicenummer van degene op wie de gegevens betrekking hebben en geschiedt op de door de Dienst Toeslagen voorgeschreven wijze. De Dienst Toeslagen kan voor de toepassing van artikel 1a bepalen dat de vermelding van het burgerservicenummer achterwege blijft.

2. Degene op wie de gegevens betrekking hebben, dienen hiertoe hun burgerservicenummer bekend te maken aan de instelling die de gegevensverstrekking aan de Dienst Toeslagen verzorgt.

Artikel 1c

Vervallen

Artikel 2

1. Als voorzieningen die de dienstverlening voortvloeiende uit de uitvoering van de wet verbeteren, worden aangemerkt: Hulp- en informatiepunten.

2. De Dienst Toeslagen verstrekt aan Hulp- en informatiepunten de gegevens die noodzakelijk zijn voor de informatieverstrekking overeenkomstig het derde lid aan belanghebbenden.

3. Hulp- en informatiepunten zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarvan zij ingevolge het tweede lid kennis nemen en mogen uitsluitend op verzoek van de belanghebbende de in zijn aanvraagformulier voor een tegemoetkoming gevraagde dan wel reeds vermelde gegevens raadplegen of aan hem verstrekken.

Artikel 2a

1. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld met betrekking tot de samenloop van tegemoetkomingen op grond van de Wet op het kindgebonden budget met naar aard en strekking daarmee overeenkomende tegemoetkomingen op grond van een regeling van een andere Staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of Zwitserland.

2. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld met betrekking tot de samenloop van tegemoetkomingen op grond van de Wet op het kindgebonden budget met naar aard en strekking daarmee overeenkomende tegemoetkomingen op grond van een regeling van een volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, of 14, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.

3. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, worden regels gesteld met betrekking tot de berekeningswijze en de wijze van verrekening van tegemoetkomingen op grond van een inkomensafhankelijke regeling in situaties waarin een of meer Nederlandse gezinsbijslagen als bedoeld in artikel 1, onder z) van Verordening (EG) nr. 883/2004 met toepassing van artikel 68 van die verordening en Verordening (EG) nr. 987/2009 worden uitbetaald in de vorm van een aanvulling op een of meer gezinsbijslagen van een andere lidstaat.

4. Bij regeling van Onze Minister worden, zo nodig met terugwerkende kracht, voor situaties waarin de Dienst Toeslagen op grond van artikel 6, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 987/2009 geacht wordt retroactief bevoegd te zijn geweest regels gesteld met betrekking tot de aanvraag tot toekenning van een tegemoetkoming op grond van een inkomensafhankelijke regeling, de beslissingstermijnen die gelden voor de toekenning of herziening van deze tegemoetkoming alsmede in situaties die zien op een berekeningsjaar voorafgaand aan het berekeningsjaar 2026 met betrekking tot het aanvangstijdstip van het tijdvak waarover rente wordt berekend als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de wet zoals dat luidde op 31 december 2025.

Artikel 2b

1. Als een type van beschikkingen als bedoeld in artikel 21b, eerste lid, van de wet wordt aangewezen een beschikking op grond waarvan het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, van de belanghebbende, diens partner of diens medebewoner eindigt.

2. De Dienst Toeslagen wordt geacht op de hoogte te zijn van de beschikking op de dag waarop die beschikking in de basisregistratie personen is verwerkt.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2005. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 augustus 2005, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 september 2005.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.