rijk/amvb/uitvoeringsbesluit-algemene-wet-inzake-rijksbelastingen-1964/BWBR0002473/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.5 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringsbesluit Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964 BWBR0002473 AMvB geldend 2026-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002473 Uitvoeringsbesluit Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964

Uitvoeringsbesluit Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel a1

1. Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 21a, 61, 66a en 70 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

2. Dit besluit verstaat onder inzagerecht: het recht op inzage in de stukken die betrekking hebben op een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking jegens een belastingplichtige of inhoudingsplichtige, bedoeld in artikel 66a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Hoofdstuk 2. Belastingheffing en invordering bij ontbreken vaste woonplaats of plaats van vestiging

Artikel 1

1.

De zelfstandige binnenschipper is gehouden woonplaats te kiezen in Nederland, tenzij hij:

a. a. in Nederland een vaste woonplaats heeft; b. b. niet in Nederland woont en niet als binnenschipper een binnenlandse onderneming drijft.

2.

Het lid van de bemanning van een binnenschip - daaronder begrepen de niet-zelfstandige binnenschipper - is bevoegd, en op vordering van de inspecteur gehouden, woonplaats te kiezen in Nederland. Indien hij geen woonplaats heeft gekozen, wordt hij geacht woonplaats te hebben op de vaste woonplaats of de gekozen woonplaats van zijn inhoudingsplichtige. Het vorenstaande geldt niet indien:

a. a. hij in Nederland een vaste woonplaats heeft; b. b. hij niet in Nederland woont en niet als binnenschipper in Nederland een dienstbetrekking vervult.

3. De stukken betreffende de heffing en de invordering van belasting kunnen worden gezonden en betekend aan de gekozen woonplaats.

Artikel 2

1. De keuze van de woonplaats of een wijziging van de keuze wordt schriftelijk gedaan bij de inspecteur.

2. Hij die ingevolge artikel 1, eerste lid, verplicht is woonplaats te kiezen, doet dit binnen acht weken na de aanvang van zijn werkzaamheden. Woont hij niet in Nederland, dan doet hij de keuze binnen een week nadat hij het drijven van een binnenlandse onderneming heeft aangevangen.

3. Hij die ingevolge artikel 1, tweede lid, verplicht is woonplaats te kiezen, doet dit binnen een door de inspecteur te bepalen termijn.

Artikel 3

Degene die verplicht is woonplaats te kiezen, is desgevraagd gehouden de in de artikelen 47 en 53 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, voor raadpleging aan de inspecteur ter beschikking te stellen op de gekozen woonplaats.

Artikel 4

Het niet voldoen aan een verplichting bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3 is een strafbaar feit.

Artikel 5

Hij die bij de inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 1, eerste lid, gehouden wordt woonplaats te kiezen, doet dit binnen twee maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.

Hoofdstuk 3. Authentieke gegevens uit andere basisregistraties

Artikel 5a

Als authentiek gegeven uit andere basisregistraties als bedoeld in artikel 21a, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt aangewezen het burgerservicenummer van de ingeschrevene, bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit basisregistratie personen.

Hoofdstuk 4. Inzage in de belastingplichtige of inhoudingsplichtige betreffende gegevens

Artikel 5b

Als rijksbelasting waarop het inzagerecht betrekking heeft wordt aangewezen:

a) a) accijns; b) b) assurantiebelasting; c) c) bankenbelasting; d) d) belastingen op milieugrondslag; e) e) belasting van personenautos en motorrijwielen; f) f) belasting zware motorrijtuigen; g) g) bronbelasting; h) h) dividendbelasting; i) i) erfbelasting; j) j) inkomstenbelasting; k) k) kansspelbelasting; l) l) loonbelasting; m) m) minimumbelasting; n) n) motorrijtuigenbelasting; o) o) omzetbelasting; p) p) overdrachtsbelasting; q) q) schenkbelasting; r) r) vennootschapsbelasting; s) s) verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6

1. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op de inkomstenbelasting 1964 in werking treedt.

2. Dit besluit kan worden aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964.