rijk/amvb/vergoedingenbesluit-adviescolleges/BWBR0008353/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.1 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vergoedingenbesluit adviescolleges BWBR0008353 AMvB geldend 1997-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008353 Vergoedingenbesluit adviescolleges

Vergoedingenbesluit adviescolleges

Paragraaf 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. een adviescollege: een adviescollege als bedoeld in de Kaderwet adviescolleges, niet zijnde een adviescollege als bedoeld in artikel 3 van die wet; b. b. een lid: een voorzitter, ondervoorzitter of ander lid van een adviescollege.

Paragraaf 2. Vergoedingen per vergadering

Artikel 2

Een lid ontvangt voor zijn werkzaamheden een vergoeding per vergadering.

Artikel 3

De vergoeding, bedoeld in artikel 2, wordt bij ministeriële regeling voor elk adviescollege vastgesteld en bedraagt voor een voorzitter ten hoogste € 310 en voor een ander lid ten hoogste € 235.

Artikel 4

1.

Voor de toepassing van artikel 2 wordt als een vergadering beschouwd:

a. a. een vergadering van het adviescollege; b. b. een vergadering van een uit het adviescollege samengestelde commissie; c. c. een vergadering van een gemengde commissie als bedoeld in artikel 23, derde lid, van de Kaderwet adviescolleges.

2. Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag gelden als één vergadering.

Paragraaf 3. Vaste vergoedingen

Artikel 5

1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de voorzitter, de ondervoorzitters dan wel tevens de overige leden in afwijking van § 2 een vaste vergoeding ontvangen.

2. Een regeling op grond van het eerste lid bepaalt de toepasselijke deeltijdfactor en de toepasselijke salarisschaal van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

3. De vaste vergoeding bedraagt naar evenredigheid van de toepasselijke deeltijdfactor het maximum van de toepasselijke salarisschaal.

Artikel 6

1. Indien de som van de vaste vergoeding en andere inkomsten die een voorzitter of een ander lid heeft uit hoofde van het vervullen van een of meer functies waaraan een bezoldiging uit een openbare kas of uit een van overheidswege gesubsidieerde kas is verbonden, per maand meer bedraagt dan de bezoldiging per maand van respectievelijk een minister of een staatssecretaris, wordt de vaste vergoeding verminderd met dat meerdere.

2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt de vaste vergoeding niet verminderd tot een lager bedrag dan het bedrag dat zou zijn genoten indien § 2 van toepassing zou zijn geweest en de in artikel 3 vermelde maximumbedragen als vergoeding per vergadering zouden zijn vastgesteld.

3. Van het genieten van inkomsten die leiden tot toepasselijkheid van het eerste lid, doet het betrokken lid terstond mededeling aan Onze Minister wie het aangaat.

Paragraaf 4. Onkostenvergoedingen

Artikel 7

De leden hebben overeenkomstig het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 8

Dit besluit is niet van toepassing op leden van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, bedoeld in artikel 1 van de Instellingswet W.R.R.

Artikel 9

1. Ten aanzien van degene die op 31 december 1996 zitting had in een adviescollege en met ingang van 1 januari 1997 zitting heeft in een adviescollege met een naar inhoud en omvang vergelijkbare adviestaak, kan bij beschikking van Onze Minister wie het aangaat worden bepaald dat dit besluit niet van toepassing is tot de dag waarop de betrokkene aftreedt of voor de eerste maal wordt herbenoemd, indien de toepassing van dit besluit ten aanzien van de betrokkene zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

2. In de in het eerste lid bedoelde beschikking wordt tevens bepaald op welke wijze tot de dag van aftreden of eerste herbenoeming wordt voorzien in de rechtspositie van de betrokkene.

Artikel 10

Wijzigt het Vacatiegeldenbesluit 1988.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Vergoedingenbesluit adviescolleges.