40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
9.4 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakkingen | BWBR0035560 | AMvB | geldend | 2015-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0035560 | Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakkingen |
Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakkingen
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- bedrijfscontrolesysteem: de wijze waarop bedrijfscontroles als bedoeld in bijlage I, punt 4, vijfde alinea, van Richtlijn 76/211/EEG, worden uitgeoefend;
- derde land: een staat, die geen lidstaat van de Europese Unie is, geen partij is bij een tot een douane-unie strekkend Verdrag, dan wel een staat die geen partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag dat Nederland bindt;
- ℮-teken: het teken bedoeld in bijlage I, punt 3.3, van Richtlijn 76/211/EEG;
- metrologische instantie: de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen rechtspersoon;
- gedistilleerde drank: drank als bedoeld in artikel 2 van verordening (EU) 2019/787 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de definitie, omschrijving, presentatie en etikettering van gedistilleerde dranken, het gebruik van de namen van gedistilleerde dranken in de presentatie en etikettering van andere levensmiddelen en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken, het gebruik van ethylalcohol en distillaten uit landbouwproducten in alcoholhoudende dranken, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 110/2008 (PbEU 2019, L 130);
- in de handel brengen: voor het eerst tegen vergoeding of gratis in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot de douane-unie strekkend Verdrag, dan wel een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekken Verdrag dat Nederland bindt een voorverpakking met daarop een ℮-teken of gedistilleerde drank ter beschikking te stellen met het oog op distributie ervan;
- importeur: degene die in de uitoefening van een bedrijf dat in Nederland is gevestigd voorverpakkingen met daarop een ℮-teken in de handel brengt of beoogt te brengen die afkomstig zijn uit een derde land;
- Richtlijn 2007/45/EG: Richtlijn 2007/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van regels betreffende nominale hoeveelheden voor voorverpakte producten, tot intrekking van de Richtlijnen 75/106/EEG en 80/232/EEG van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 76/211/EEG van de Raad (PbEU 2007, L 247);
- Richtlijn 76/211/EEG: Richtlijn 76/211/EEG van de Raad van 20 januari 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het voorverpakken naar gewicht of volume van bepaalde producten in voorverpakkingen (PbEG 1976, L 46);
- voorverpakking: het geheel van een product en de individuele verpakking waarin het is voorverpakt, waarbij voldaan is aan artikel 2, tweede lid, van Richtlijn 76/211/EEG;
- vulbedrijf: degene die in de uitoefening van een bedrijf dat in Nederland is gevestigd voorverpakkingen met daarop een ℮-teken afvult.
2. Dit besluit is van toepassing op voorverpakkingen als bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 76/211/EEG.
Artikel 2
1. Het is verboden voorverpakkingen in de handel te brengen anders dan met inachtneming van de bij dit besluit gestelde voorschriften.
2. Het is verboden gedistilleerde drank in een voorverpakking in de handel te brengen anders dan met inachtneming van artikel 12.
Paragraaf 2. Voorverpakkingen met een ℮-teken
Artikel 3
Het in de handel brengen van voorverpakkingen met daarop het ℮-teken geschiedt met inachtneming van de bij de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste tot en met derde lid, van Richtlijn 76/211/EEG gestelde voorschriften.
Artikel 4
Een geregeld meetinstrument als bedoeld in de Metrologiewet is een wettig meetmiddel als bedoeld in bijlage I, punt 4, tweede alinea, van Richtlijn 76/211/EEG.
Artikel 5
1. Indien een vulbedrijf niet de werkelijke inhoud van elke voorverpakking met daarop een ℮-teken meet, beschikt het vulbedrijf over een door Onze Minister erkend bedrijfscontrolesysteem.
2. Onze Minister verleent de erkenning van een bedrijfscontrolesysteem indien de controle door het vulbedrijf dusdanig geschiedt dat de waarde van de inhoud van de voorverpakking met daarop een ℮-teken gegarandeerd is.
3. Onze Minister geeft voorafgaande aan een definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem van een vulbedrijf een voorlopige erkenning.
4. Voordat Onze Minister overgaat tot een voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem wordt de metrologische instantie gehoord.
5. De voorlopige erkenning voor de betrokkene van een bedrijfscontrolesysteem vervalt van rechtswege na een periode van zes maanden, of, indien dit eerder is, met ingang van de inwerkingtreding van een besluit tot verlening of tot weigering van een definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem.
Artikel 6
1. Indien de importeur niet de werkelijke inhoud van elke voorverpakking met daarop een ℮-teken meet, beschikt de importeur over een door Onze Minister erkend bedrijfscontrolesysteem dan wel een verklaring waaruit blijkt dat de werkelijke inhoud van voorverpakkingen met daarop het ℮-teken is gegarandeerd.
2. Een verklaring als bedoeld in het eerste lid wordt afgegeven als voldaan is aan bijlage I, punt 4, zesde alinea, van Richtlijn 76/211/EEG. Voordat de verklaring wordt afgegeven wordt de metrologische instantie gehoord.
3. Indien een importeur gebruik maakt van een bedrijfscontrolesysteem is artikel 5, tweede tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing op de erkenning van het bedrijfscontrolesysteem.
Artikel 7
1. De aanvrager is aan Onze Minister een retributie verschuldigd voor elke ingediende aanvraag voor en afgifte van een voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem en voor de aanvraag voor en de afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 6.
2. Onze Minister stelt ter uitvoering van het eerste lid nadere regels. Deze regels hebben in elk geval betrekking op de hoogte van de retributies voor de voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem en de afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 6.
Artikel 8
De voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem, of een verklaring als bedoeld in artikel 6, kan door Onze Minister worden ingetrokken indien:
a. a. het betrokken vulbedrijf of de importeur geen medewerking verleent aan ambtenaren of personen in dienst van een privaatrechtelijke rechtspersoon die op grond van artikel 25 onderscheidenlijk 25a van de Warenwet zijn belast met het toezicht op de naleving van dit besluit; b. b. bij een onderzoek van een partij voorverpakkingen met daarop een ℮-teken door ambtenaren of personen in dienst van een privaatrechtelijke rechtspersoon die op grond van artikel 25 onderscheidenlijk 25a van de Warenwet zijn belast met het toezicht op de naleving van dit besluit, is vastgesteld dat het toegepaste bedrijfscontrolesysteem onvoldoende zekerheid biedt voor de naleving van dit besluit; of c. c. het vulbedrijf of de importeur een voorverpakking met daarop een ℮-teken verhandelt ten aanzien waarvan niet is voldaan aan dit besluit.
Artikel 9
De termijn gedurende welke de in bijlage I, punt 4, vijfde alinea, van Richtlijn 76/211/EEG, bedoelde documenten ter beschikking van de met het toezicht op de naleving van dit besluit belaste ambtenaren of personen worden gehouden, bedraagt ten minste één jaar.
Artikel 10
Vervallen
Paragraaf 3. Voorverpakkingen zonder ℮-teken
Artikel 11
Indien op een voorverpakking geen ℮-teken is aangebracht bevat de voorverpakking in elk geval de hoeveelheid van de waar die op de verpakking wordt aangegeven.
Paragraaf 4. Nominale hoeveelheden voor gedistilleerde dranken
Artikel 12
1. Gedistilleerde drank dat in een voorverpakking binnen het in punt 1 van de bijlage bij Richtlijn 2007/45/EG vermelde interval voor gedistilleerde drank is verpakt, wordt uitsluitend in de handel gebracht indien het is voorverpakt in de in punt 1 van die bijlage voor gedistilleerde dranken vermelde nominale hoeveelheden.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op voorverpakte gedistilleerde drank die in belastingvrije winkels wordt verkocht voor consumptie buiten de Europese Unie.
3. Bij twee of meer individuele voorverpakkingen van gedistilleerde drank die samen een meervoudige verpakking vormen, zijn de in punt 1 van de bijlage bij Richtlijn 2007/45/EG opgenomen hoeveelheden van toepassing op elke individuele voorverpakking.
4. Indien een voorverpakking van gedistilleerde drank bestaat uit twee of meer individuele verpakkingen die niet voor individuele verkoop zijn bestemd, zijn de in punt 1 van de bijlage bij Richtlijn 2007/45/EG opgenomen nominale hoeveelheden van toepassing op de voorverpakking.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Wijzigt het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten.
Artikel 15
Het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) wordt ingetrokken.
Artikel 16
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 17
Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakkingen.