rijk/amvb/wijzigingsbesluit-besluit-algemene-rechtspositie-politie-enz-vervallen-tijdelijk/BWBR0012627/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingsbesluit Besluit algemene rechtspositie politie, enz. (vervallen tijdelijke aanstelling surveillanten en afschaffing maandgeld voor aspiranten) BWBR0012627 AMvB geldend 2001-07-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012627 Wijzigingsbesluit Besluit algemene rechtspositie politie, enz. (vervallen tijdelijke aanstelling surveillanten en afschaffing maandgeld voor aspiranten)

Wijzigingsbesluit Besluit algemene rechtspositie politie, enz. (vervallen tijdelijke aanstelling surveillanten en afschaffing maandgeld voor aspiranten)

Artikel I

Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.

Artikel II

Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.

Artikel III

Wijzigt het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994.

Artikel IV

Wijzigt het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie.

Artikel V

1.

De ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die op het tijdstip voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit is aangesteld op grond van artikel 3, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie zoals dat artikel op dat tijdstip luidde, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit aangesteld in vaste dienst, tenzij:

a. a. de ambtenaar aan het bevoegd gezag voor 1 mei 2001 schriftelijk en eenmalig de keuze kenbaar heeft gemaakt voor het handhaven van de aanstelling in tijdelijke dienst, of b. b. tegen een aanstelling in vaste dienst bedenkingen bestaan, gebaseerd op een beoordeling overeenkomstig artikel 71, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.

2. De ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die op het tijdstip voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit is aangesteld in tijdelijke dienst op grond van artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit algemene rechtspositie politie zoals dat artikel op dat tijdstip luidde, wordt, behoudens het bepaalde in artikel 89, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, na afloop van de proeftijd aangesteld in vaste dienst, tenzij de ambtenaar aan het bevoegd gezag voor 1 mei 2001 schriftelijk en eenmalig de keuze kenbaar heeft gemaakt na afloop van de proeftijd een aanstelling in tijdelijke dienst te wensen op grond van artikel 3, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie zoals dat artikel luidde op het tijdstip voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

3. De aspirant in opleiding tot surveillant van politie die op 31 december 2000 en op het tijdstip voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit is aangesteld in tijdelijke dienst op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie zoals dat artikel luidde op het tijdstip voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, wordt, behoudens het bepaalde in artikel 89, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, na het voltooien van de basisopleiding op grond van artikel 3, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd van één jaar, tenzij de ambtenaar aan het bevoegd gezag voor 1 mei 2001 schriftelijk en eenmalig de keuze kenbaar heeft gemaakt voor een aanstelling in tijdelijke dienst op grond van artikel 3, tweede en derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie zoals dat artikel luidde op het tijdstip voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

4. In de uitzonderingssituaties, genoemd in het eerste tot en met het derde lid, blijven de artikelen 3, 90 en 96 van het Besluit algemene rechtspositie politie en de Regeling vertrekpremie surveillant van politie zoals die luidden op het tijdstip voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit van toepassing.

Artikel VI

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, met dien verstande dat

a. a. de artikelen I, onderdeel C, II, en III terugwerken tot en met 1 januari 2001, en b. b.

    artikel I, onderdeel A, eerste tot en met zesde lid, terugwerkt tot en met 1 januari 2001 voor zover het betreft degene die op of na 1 januari 2001 is aangesteld als aspirant in opleiding tot surveillant van politie.