40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
5.3 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wijzigingsbesluit Besluit douane en accijnzen (2) (tijdelijke opslag, entrepots en de invoering van de Wet op de accijns) | BWBR0005368 | AMvB | geldend | 1992-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0005368 | Wijzigingsbesluit Besluit douane en accijnzen (2) (tijdelijke opslag, entrepots en de invoering van de Wet op de accijns) |
Wijzigingsbesluit Besluit douane en accijnzen (2) (tijdelijke opslag, entrepots en de invoering van de Wet op de accijns)
Artikel I
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel II
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel III
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel IV
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel V
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel VI
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel VII
1. Op grond van artikel 1 van het Besluit administratieve controle fictief douane-entrepot 1967 (Stb. 550) verleende vergunningen voor een fictief douane-entrepot waaruit uitslag van accijnsgoederen mag geschieden zonder dat vooraf de ingevolge het Besluit douane en accijnzen vereiste goederenaangiften zijn gedaan, worden tot wederopzegging aangemerkt als krachtens Hoofdstuk III van de Wet op de accijns verleende vergunningen voor een accijnsgoederenplaats, alsmede als vergunningen voor een entrepot van het type E als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EEG) nr. 2561/90 van 30 juli 1990 (PbEG L 246) waarop artikel 39 van het Uitvoeringsbesluit accijns (Stb. 1991, 754) van toepassing is.
2. Op grond van artikel 90 van het Besluit douane en accijnzen, zoals dat luidt op 31 december 1991, en artikel 15 van het Besluit administratieve controle fictief douane-entrepot gestelde zekerheden inzake de vervaardiging en de opslag van accijnsgoederen worden voor de heffing van de accijns aangemerkt als op grond van de Wet op de accijns gestelde zekerheden.
3. De inspecteur onderzoekt vóór 1 januari 1993 of diegenen van wie de in het eerste lid bedoelde vergunningen ingevolge dat lid worden aangemerkt als een vergunning voor een accijnsgoederenplaats en als een vergunning voor een in het eerste lid bedoeld entrepot van het type E waarop artikel 39 van het Uitvoeringsbesluit accijns van toepassing is, voldoen aan de bij of krachtens Hoofdstuk III van de Wet op de accijns en de Verordening (EEG) nr. 2561/90 van 30 juli 1990 (PbEG L 246) gestelde voorwaarden voor de afgifte van laatstbedoelde vergunningen.
Artikel VIII
1.
Op grond van artikel 1 van het Besluit administratieve controle minerale oliën (Stb. 1967, 551) verleende vergunningen ingevolge welke:
a. a. fabrikanten van minerale oliën minerale oliën in hun fabriek mogen inslaan en uit die fabriek mogen uitslaan zonder voorafgaande opslag in fictief accijnsentrepot; en b. b. handelaren in minerale oliën een fictief accijnsentrepot voor minerale oliën kunnen vestigen of overnemen, waaruit uitslag van goederen mag geschieden zonder dat vooraf de ingevolge het Besluit douane en accijnzen vereiste goederenaangiften zijn gedaan,
worden tot wederopzegging aangemerkt als krachtens Hoofdstuk III van de Wet op de accijns verleende vergunningen voor een accijnsgoederenplaats, alsmede als vergunningen voor een entrepot van het type E als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EEG) nr. 2561/90 van 30 juli 1990 (PbEG L 246) waarop artikel 39 van het Uitvoeringsbesluit accijns van toepassing is.
2. Op grond van artikel 90 van het Besluit douane en accijnzen, zoals dat luidt op 31 december 1991, en artikel 15 van het Besluit administratieve controle minerale oliën gestelde zekerheden inzake de vervaardiging en de opslag van minerale oliën worden aangemerkt als op grond van de Wet op de accijns gestelde zekerheden.
3. De inspecteur onderzoekt vóór 1 januari 1993 of diegenen van wie de in het eerste lid bedoelde vergunningen ingevolge dat lid worden aangemerkt als een vergunning voor een accijnsgoederenplaats en als een vergunning voor een entrepot van het type E als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EEG) nr. 2561/90 van 30 juli 1990 (PbEG L 246) waarop artikel 39 van het Uitvoeringsbesluit accijns van toepassing is, voldoen aan de bij of krachtens de Wet op de accijns en de Verordening (EEG) nr. 2561/90 van 30 juli 1990 (PbEG L 246) gestelde voorwaarden voor de afgifte van laatstbedoelde vergunningen.
Artikel IX
Wijzigt het koninklijk besluit van 25 september 1991 (Stb. 500).
Artikel X
De navolgende besluiten worden ingetrokken:
1°. 1°. het Besluit accijns van alcoholhoudende stoffen (Stb. 1963, 252); 2°. 2°. het Besluit accijns van tabaksfabrikaten (Stb. 1964, 209); 3°. 3°. het Besluit accijns van suiker (Stb. 1964, 515); 4°. 4°. het Besluit accijns van minerale oliën (Stb. 1965, 349); 5°. 5°. het Besluit administratieve controle fictief douane-entrepot 1967 (Stb. 550); 6°. 6°. het Besluit administratieve controle propyl-en iso-propylalcohol (Stb. 1968, 542); 7°. 7°. het Besluit administratieve controle suikerfabrieken (Stb. 1971, 31); 8°. 8°. het Besluit administratieve controle minerale oliën (Stb. 1967, 551).
Artikel XI
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1992.