40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.1 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit nadere werktijdregeling en overwerkvergoeding voor personenchauffeurs (4) | BWBR0021457 | KB | geldend | 1991-05-22 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0021457 | Besluit nadere werktijdregeling en overwerkvergoeding voor personenchauffeurs (4) |
Besluit nadere werktijdregeling en overwerkvergoeding voor personenchauffeurs (4)
Artikel 1
In afwijking van het bepaalde in artikel 21, tweede lid van het Algemeen Rijksambtenarenreglement wordt de maximale arbeidsduur van door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur aangewezen ambtenaren die de functie van personenchauffeur uitoefenen met 30 uur per maand verlengd.
Artikel 2
De krachtens artikel 1 aangewezen ambtenaar ontvangt een maandelijkse toelage die 30 maal het voor hem geldende salaris per uur bedraagt.
Artikel 3
Buiten de voor hem geldende arbeidsduur kan aan de krachtens artikel 1 aangewezen ambtenaar overwerk worden opgedragen over de periode van een kalenderjaar tot een maximum van gemiddeld 45 uren per maand.
Artikel 4
1. De vergoeding voor overwerk, verricht door de krachtens artikel 1 aangewezen ambtenaar, bestaat uit verlof, gelijk aan het aantal uren overschrijding van het krachtens artikel 1 vastgestelde aantal arbeidsuren en een bedrag in geld, dat voor elk uur van de overschrijding 50% van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur bedraagt.
2. Indien het dienstbelang zich verzet tegen het toekennen van verlof, wordt in plaats van verlof voor ieder uur overwerk een bedrag in geld toegekend gelijk aan het voor de ambtenaar geldende salaris per uur.
3. De geldende vergoeding voor overwerk kan maandelijks aan de ambtenaar worden vergoed op basis van het in de voorafgaande twaalf maanden gemiddeld per maand verrichte aantal uren overwerk. Het voortschrijdend gemiddelde wordt slechts één keer per kwartaal berekend.
4. Ten aanzien van nieuw indiensttredend personeel wordt de eerste drie maanden het overwerk op declaratie basis vergoed en vervolgens op basis van de voorafgaande periode tot er een gemiddelde over twaalf maanden kan worden berekend.
5. De overwerkuren die volgens het eerste lid zijn vergoed met verlof en een toeslag van 50% tellen niet mee voor de berekening van het in artikel 3 bedoelde maximum van 45 uur.
6. Bij het uit dienst treden van een krachtens artikel 1 aangewezen ambtenaar vindt geen nacalculatie plaats van het gemiddelde aantal overuren over de voorafgaande twaalf maanden.
Artikel 5
De dagelijkse werktijd wordt als volgt vastgesteld:
a. a. Per werkdag geldt een vaste werktijd van 8 uur, waarbij de normale begin- en eindtijd liggen tussen 7.00 uur en 19.00 uur, met een lunchpauze van 0,5 uur. b. b. De overige 1,5 uur gelden als flexibele werktijd welke (met een totaal van 30 uur per maand) wordt ingezet wanneer de dienst dat vereist. c. c. Voor zover de diensttijd aanvangt en eindigt op het moment dat de chauffeur zijn huis verlaat, respectievelijk daar terugkeert, wordt op de dagelijkse werktijd de voor hem normale begeeftijd in mindering gebracht.
Artikel 6
Wanneer binnen de in artikel 5, sub b bedoelde flexibele werktijd gewerkt moet worden op uren genoemd in artikel 17 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 wordt over deze uren de gebruikelijke vergoeding voor onregelmatige dienst toegekend.
Artikel 7
Aan de chauffeur, bij wie het gemiddeld aantal overuren (à 150%) per maand, berekend over de 24 maanden voorafgaand aan het moment van invoering, hoger is dan 45 uur, wordt gedurende een periode van 2 jaar op maandbasis een afnemend toeslagpercentage toegekend over het verschil tussen het 24 maands gemiddelde en voornoemde 45 uur. Het toeslag percentage vertoont het volgende beeld:
1°. 1°. halfjaar: 80% 2°. 2°. halfjaar: 60% 3°. 3°. halfjaar: 40% 4°. 4°. halfjaar: 20%.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt voor wat betreft de werktijdverlenging als bedoeld in artikel 1 terug tot en met 1 januari 1986.