rijk/kb/buitengewoon-besluit-arbeidsverhoudingen-1945/BWBR0002014/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

218 lines
5.7 KiB
Markdown

---
titel: Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
bwb_id: BWBR0002014
type: KB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1945-10-15'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002014
citeertitel: Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
---
# Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
### Paragraaf . Algemene Bepalingen
### Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. b.
werknemer:
1°.
de werknemer, bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
2°.
degene, die persoonlijk arbeid verricht voor een ander, tenzij hij dergelijke arbeid in de regel voor meer dan twee anderen verricht of hij zich door meer dan twee andere personen, niet zijnde zijn echtgenoot of geregistreerde partner of bij hem inwonende bloedverwanten of aanverwanten of pleegkinderen, laat bijstaan of deze arbeid voor hem slechts een bijkomstige werkzaamheid is;
1°. 1°.
de werknemer, bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
2°. 2°.
degene, die persoonlijk arbeid verricht voor een ander, tenzij hij dergelijke arbeid in de regel voor meer dan twee anderen verricht of hij zich door meer dan twee andere personen, niet zijnde zijn echtgenoot of geregistreerde partner of bij hem inwonende bloedverwanten of aanverwanten of pleegkinderen, laat bijstaan of deze arbeid voor hem slechts een bijkomstige werkzaamheid is;
c. c.
werkgever:
1°.
de werkgever, bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
2°.
de natuurlijke of rechtspersoon, voor wie de onder b sub 2°. genoemde arbeid wordt verricht;
1°. 1°.
de werkgever, bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
2°. 2°.
de natuurlijke of rechtspersoon, voor wie de onder b sub 2°. genoemde arbeid wordt verricht;
d. d.
arbeidsverhouding: de rechtsbetrekking tussen werkgever en werknemer;
e. e.
loon: de vergoeding van de werkgever aan de werknemer ter zake van de arbeid;
f. f.
dringende reden voor de werkgever: daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, welke ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsverhouding te laten voortduren;
g. g.
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
### Artikel 2
**1.**
Dit besluit is niet van toepassing op de arbeidsverhouding van:
a. a.
onderwijzend en docerend personeel, werkzaam aan onderwijsinrichtingen, staande onder beheer van een natuurlijk of rechtspersoon die niet is een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 2 van de Ambtenarenwet 2017;
b. b.
personen, die een geestelijk ambt bekleden;
c. c.
de werknemer die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat;
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder het verrichten van diensten ten behoeve van een huishouden mede verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden.
**3.** Onze Minister kan voorts bepalen, dat dit besluit of sommige artikelen van dit besluit niet van toepassing zijn op de arbeidsverhouding van door hem aangewezen werknemers of groepen van werknemers.
### Artikel 3
Vervallen
### Paragraaf . Van het aangaan en het beëindigen der arbeidsverhouding en daarmede verband houdende onderwerpen
### Artikel 4
Vervallen
### Artikel 5
Vervallen
### Artikel 6
Vervallen
### Artikel 7
Vervallen
### Artikel 8
**1.** Het is de werkgever verboden de werktijd van de werknemer op minder dan 48 uur per week te stellen of gesteld te houden.
**2.**
Het bepaalde in het vorige lid geldt niet:
a. a.
ten aanzien van die werknemers, voor wier werkzaamheden de normale werktijd vóór 10 mei 1940 op een geringer aantal uren per week placht te zijn vastgesteld, zoals voor steenhouwers, kantoorbedienden, avondboekhouders, schoonmaaksters, stokers van centrale verwarmingen en dergelijke personen, mits hun loon als gevolg der werktijdverkorting niet daalt beneden het gebruikelijke bedrag;
b. b.
ten aanzien van die werknemers, wier week- of maandloon op een vast bedrag is vastgesteld en niet daaronder daalt bij de werktijdverkorting;
c. c.
voor de tijd, gedurende welke een door Onze Minister goedgekeurde wachtgeldregeling, als bedoeld in artikel 10, van kracht is, ten aanzien van de onder die wachtgeldregeling vallende werknemers.
**3.** Van het bepaalde in het eerste lid kan voorts door of vanwege Onze Minister voor bepaalde werknemers of groepen van werknemers voorwaardelijk of onvoorwaardelijk ontheffing worden verleend.
### Artikel 9
Vervallen
### Artikel 10
Vervallen
### Paragraaf . Van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden
### Artikel 11
Vervallen
### Artikel 12
Vervallen
### Artikel 13
Vervallen
### Artikel 14
Vervallen
### Artikel 15
Vervallen
### Artikel 16
Vervallen
### Artikel 17
Vervallen
### Artikel 18
Vervallen
### Artikel 19
Vervallen
### Artikel 20
Vervallen
### Paragraaf . Strafbepalingen
### Artikel 21
Vervallen
### Artikel 22
Vervallen
### Artikel 23
Vervallen
### Artikel 24
Vervallen
### Artikel 25
Vervallen
### Artikel 26
Vervallen
### Artikel 27
Vervallen
### Artikel 28
Vervallen
### Artikel 29
Vervallen
### Paragraaf . Slotbepalingen
### Artikel 30
Vervallen
### Artikel 31
Vervallen
### Artikel 32
Vervallen
### Artikel 33
Vervallen