40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
8.4 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen | BWBR0049203 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-01-09 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0049203 | Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen |
Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*eerste opvang:* een voorziening waar ontheemden uit Oekraïne zich melden om van daaruit te worden geplaatst in een gemeentelijke opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
b. b.
*gemeentelijke gezondheidsdienst:* de gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid;
c. c.
*geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio:* de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio als bedoeld in artikel 32 van de Wet veiligheidsregio’s;
d. d.
*ontheemde:* de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij onder de reikwijdte valt van het Uitvoeringsbesluit van 4 maart 2022 van de richtlijn 2001/55/EG of een verlenging daarvan;
e. e.
*regionaal openbaar lichaam:* een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die namens de deelnemende gemeenten de taken ten behoeve van de coördinatie van de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne uitvoert;
f. f.
*minister:* de Minister van Asiel en Migratie.
Artikel 2
1. De Minister kan een specifieke uitkering verstrekken aan een regionaal openbaar lichaam, een provincie of een gemeente, die namens meerdere gemeenten, die tot het territoriale gebied van één of meerdere veiligheidsregio’s binnen één provincie behoren, de operationele coördinatie en eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne uitvoert.
2. De Minister verstrekt de specifieke uitkering ter bekostiging van de werkelijk gemaakte kosten, bedoeld in artikel 5, ten behoeve van coördinatie en eerste opvang ontheemden uit Oekraïne.
3. De specifieke uitkering wordt verstrekt voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026.
4. De specifieke uitkering wordt op aanvraag verstrekt.
5. Het regionaal openbaar lichaam, de provincie of de gemeente, bedoeld in het eerste lid, verstrekt op verzoek van de Minister een onderbouwing van de wijze waarop zij invulling geeft aan een continue en voldoende betrouwbare uitvoering van de taak bedoeld in het tweede lid.
Artikel 3
1.
De aanvraag bevat in ieder geval
a. a. De naam van de gemeenten waarvoor een aanvraag wordt gedaan; b. b. de datum van de aanvraag; c. c. een begroting van de totale kosten voor het boekjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, uitgesplitst naar kostencategorieën, waaronder in elk geval de kosten van regie, coördinatie van de spreiding van ontheemden, communicatie, zorgkosten en materiële uitgaven.
2. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2024, of een later moment vanaf welk de werkzaamheden worden uitgevoerd, tot en met 31 december 2024, dient vóór 1 oktober 2024 te worden gedaan. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025, dient vóór 1 oktober 2025 te worden gedaan. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026, dient vóór 1 oktober 2026 te worden gedaan.
3.
In afwijking van het tweede lid kan de Minister een aanvraag ingediend op of na 1 oktober van het betreffende boekjaar, maar vóór 1 mei van het daaropvolgende boekjaar toekennen, indien er sprake is van:
a. a. een onverwacht hoge toestroom van ontheemden na 1 oktober van het betreffende boekjaar; of, b. b. een stagnatie of afname van het aantal opvangplekken ten opzichte van het aantal ontheemden dat een opvangplek nodig heeft; of c. c. een andere aantoonbare reden waarom de kosten niet konden worden voorzien.
4.
De aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt alleen ingewilligd indien:
a. a. de landelijke bezettingsgraad van het aantal gerealiseerde opvangplekken boven de 95% ligt, en; b. b. de doorstroom van eerste opvang naar gemeentelijke opvang stagnatie heeft vertoond in de tweede helft van het betreffende boekjaar, en; c. c. de kosten zijn of worden gemaakt in het betreffende boekjaar.
Artikel 4
1. De Minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
2. De Minister verstrekt zo spoedig mogelijk na de beschikking een voorschot van 100% van de totale kosten voor de periode waarop de aanvraag betrekking heeft.
Artikel 5
1.
De specifieke uitkering wordt alleen verstrekt ter bekostiging van de in een periode als bedoeld in artikel 2, derde lid, gemaakte kosten door:
a. a. het regionaal openbaar lichaam, de provincie en gemeente, voor kosten gemaakt ten behoeve van coördinatie en eerste opvang, voor zover deze niet reeds op een andere wijze voor vergoeding in aanmerking komen; b. b. een gemeentelijke gezondheidsdienst en een geneeskundige hulpverleningsorganisatie ten behoeve van zorg aan ontheemden in de eerste opvang en opvang, voor zover deze niet reeds op een andere wijze voor vergoeding in aanmerking komen.
2. Een gemeente, provincie of veiligheidsregio declareert de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder a, bij het regionaal openbaar lichaam, dat deze kosten vervolgens opvoert in de aanvraag.
3. Een gemeentelijke gezondheidsdienst, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie of een ander gemeentelijk samenwerkingsverband declareren de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder b, bij het regionaal openbaar lichaam, dat deze kosten vervolgens opvoert in de aanvraag.
4.
Er wordt geen specifieke uitkering krachtens deze regeling verstrekt voor:
a. a. kosten van jeugdgezondheidszorg; b. b. btw waarvoor op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van omzetbelasting bestaat, dan wel recht bestaat op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds.
Artikel 6
1. Het regionaal openbaar lichaam, de provincie of de gemeente, bedoeld in artikel 2, eerste lid, legt uiterlijk 15 juli van het jaar dat volgt op het jaar van besteding verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering.
2. Daar waar sprake is van overdracht van middelen naar een medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing conform artikel 17a, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet.
Artikel 7
1. Nadat de minister de verantwoordingsinformatie, als bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, heeft ontvangen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, stelt de minister de uitkering binnen 22 weken vast.
2.
De Minister kan de specifieke uitkering lager vaststellen:
a. a. voor zover er geen (volledige) of onjuiste verantwoordingsinformatie is verstrekt; b. b. indien de verantwoordingsinformatie na de datum, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is ontvangen; c. c. voor zover de specifieke uitkering niet rechtmatig is besteed; d. d. Voor zover de besteding of een deel van de besteding volgens de controlerende accountant onjuist, onzeker en/of onrechtmatig is.
Artikel 8
1. De specifieke uitkering kan worden teruggevorderd voor het deel dat blijkens de verantwoordingsinformatie niet is uitgegeven.
2. De specifieke uitkering kan worden teruggevorderd voor het deel dat blijkens de verantwoordingsinformatie niet rechtmatig is uitgegeven.
3. Onverschuldigd betaalde bedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de specifieke uitkering wordt vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.
Artikel 9
Het Bekostigingsbesluit eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio’s wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2024.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2024.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen.