rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-belastingdienstdouane-2007/BWBR0022955/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.1 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Douane 2007 BWBR0022955 ministeriele-regeling geldend 2007-12-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022955 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Douane 2007

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Douane 2007

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

    1. Buitengewoon opsporingsambtenaar: de ambtenaar die als buitengewoon opsporingsambtenaar is beëdigd door of vanwege de procureur-generaal bij het gerechtshof te Arnhem en werkzaam is bij de Douane als:

      a.
      ambtenaren belast met surveillancewerkzaamheden, ambulante werkzaamheden en ondersteuning van opsporingsdiensten tot een maximum van 1200 personen;
      
      
      b.
      overige ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten, tot een maximum van 5000 personen;
      

a. a. ambtenaren belast met surveillancewerkzaamheden, ambulante werkzaamheden en ondersteuning van opsporingsdiensten tot een maximum van 1200 personen; b. b. overige ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten, tot een maximum van 5000 personen; 2. 2. Douane: de Belastingdienst/Douane ressorterend onder het Ministerie van Financiën.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.

Artikel 3

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie te s-Gravenhage.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen het bestuur van s Rijks belastingen.

Artikel 4

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor hij is beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. De direct toezichthouder zendt meldingen van het gebruik van geweld door de buitengewoon opsporingsambtenaar toe aan de toezichthouder.

3.

De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 1, onder a, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:

a. a. handboeien van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; b. b. een korte wapenstok van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; c. c. pepperspray van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; d. d. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter.

Artikel 5

De Directeur-Generaal Belastingdienst brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie en de toezichthouder verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de Douane, b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten, met uitzondering van de fiscale en douanedelicten en c. c. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december beschikt over de geweldsmiddelen wapenstok, pepperspray en/of vuurwapen.

Artikel 6

Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de voorwaarden gesteld in het onderdeel semi-permanente ontheffing van bijlage B-IV van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 7

De buitengewoon opsporingsambtenaar draagt bij de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs zoals vastgesteld in de Kaderregeling legitimatiebewijs Belastingdienst.

Artikel 8

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 26 november 2007, nr. 5518463/07, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 2007 en vervalt met ingang van 1 december 2012

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Douane 2007.