40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.8 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Beveiliging, Bewaking en Vervoer Amsterdam 2008 | BWBR0024437 | ministeriele-regeling | geldend | 2008-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0024437 | Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Beveiliging, Bewaking en Vervoer Amsterdam 2008 |
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Beveiliging, Bewaking en Vervoer Amsterdam 2008
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2; b. b. de dienst BB&V: de dienst Beveiliging, Bewaking en Vervoer bij de Gemeenschappelijke Beheerdienst van het Arrondissement Amsterdam.
Artikel 2
Maximaal 150 ambtenaren werkzaam bij de dienst BB&V zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar voor zover zij daadwerkelijk zijn belast met:
a. a. de uitvoering van de dienst bij de gerechten als bedoeld in artikel 124, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering; b. b. de werkzaamheden als bedoeld in artikelen 373, 391, 541, tweede lid, 556, eerste lid, en 587, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering; c. c. het vervoer van rechtens van hun vrijheid beroofde personen als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van de Politiewet 1993.
Artikel 3
1. De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
Artikel 4
1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon is aangewezen de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
Artikel 5
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 6
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:
a. a. handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merkt en type; b. b. een korte wapenstok van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goed gekeurd merk en type; c. c. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter.
Artikel 7
De directeur van de dienst BB&V brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij de dienst BB&V; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten en het aantal gevallen waarbij daarbij gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012, alsmede van handboeien, korte wapenstok en het semi-automatische pistool; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Artikel 8
Het besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer Amsterdam 2003 wordt ingetrokken.
Artikel 9
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 26 augustus 2008, nr. 5561670/Justis/08, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2008 en vervalt op 1 oktober 2013.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Beveiliging, Bewaking en Vervoer Amsterdam 2008.