rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dienst-stadsbeheer-afdeling-parkeren-va/BWBR0012109/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Stadsbeheer, afdeling Parkeren, van de gemeente Den Haag 2000 BWBR0012109 ministeriele-regeling geldend 2001-01-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012109 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Stadsbeheer, afdeling Parkeren, van de gemeente Den Haag 2000

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Stadsbeheer, afdeling Parkeren, van de gemeente Den Haag 2000

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen, werkzaam als parkeercontroleur en als medewerker bezwaar en verhoor bij de Dienst Stadsbeheer, afdeling Parkeren, van de gemeente Den Haag, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

a. a. de Wegenverkeerswet 1994; b. b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267 en 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht; c. c. de Parkeerverordening, resp. de Algemene Plaatselijke Verordening, voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen. De toepassing van de hiervoor bedoelde bevoegdheden, dient zich te beperken tot stilstaand verkeer.

2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Den Haag.

Artikel 4

1. Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal 125 personen als beëdigd buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam zijn.

Artikel 5

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Den Haag.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Haaglanden.

Artikel 6

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid genoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 7

1.

De directeur van de Dienst Stadsbeheer brengt jaarlijks voor 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

2. Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 8

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Stadsbeheer, afdeling Parkeerbeheer, gemeente Den Haag 1995, d.d. 18 december 1995, kenmerk 95/0587/DR, gewijzigd bij besluit van 12 februari 1996, kenmerk 96/0090/HG, en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 12 februari 1998, kenmerk 98/00055/CVO, wordt ingetrokken.

Artikel 9

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 8 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 27 december 2000 en vervalt op 27 december 2005.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Stadsbeheer, afdeling Parkeren, van de gemeente Den Haag 2000.