rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-gemeentelijk-havenbedrijf-amsterdam-200/BWBR0012335/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.2 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam 2001 BWBR0012335 ministeriele-regeling geldend 2001-04-05 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012335 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam 2001

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam 2001

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen in dienst van het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam, die de functie vervullen van havenbeambte, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

a) de Scheepvaartverkeerswet, doch uitgezonderd de feiten genoemd in paragraaf 3 van Hoofdstuk 2 van voornoemde wet en onder de restrictie dat de op deze wet gebaseerde opsporingsbevoegdheid beperkt blijft tot daarin genoemde feiten die geen misdrijf zijn;

de als overtredingen strafbaar gestelde feiten uit het Binnenvaartpolitiereglement;

b) de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren in verband met artikel 4, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit, artikel 1, derde lid, van voornoemde wet;

c) de Verordening op de haven en het binnenwater en/of andere verordeningen, voor zover de functionarissen, als bedoeld in artikel 2 van dit besluit, daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;

d) de Wet op de economische delicten, voor zover het economische delicten betreft waarvoor in dit besluit en binnen de op grond van dit besluit uit te vaardigen `akten' opsporingsbevoegdheid is verleend.

2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het onder beheersverantwoordelijkheid van het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam vallend grondgebied.

Artikel 4

1. Namens het College van procureurs-generaal is de korpschef van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal 58 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de politieregio Amsterdam-Amstelland.

Artikel 6

1.

De havenmeester van het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot de onder diens verantwoordelijkheid werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de artikel 2 genoemde functie; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

2. Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Minister van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 7

Het besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam, Nr. 96/6025-7837/ASD, d.d. 25 maart 1996 wordt ingetrokken.

Artikel 8

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 7 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot de aan de in die akten en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het is geplaatst en werkt terug tot 25 maart 2001 en vervalt op 25 maart 2006.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam 2001.