rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-ns-groep-2003/BWBR0014756/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.1 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep 2003 BWBR0014756 ministeriele-regeling geldend 2005-12-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014756 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep 2003

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep 2003

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

Maximaal 4500 medewerkers, belast met de opsporing van strafbare feiten en werkzaam bij NSR of NS Int zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep.

Artikel 3

1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

a. a. de Spoorwegwet en de Wet personenvervoer 2000; b. b. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.

2. De buitengewoon opsporingsambtenaar is tevens bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor aan hem opsporingsbevoegdheid is toegekend, gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

3. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.

Artikel 4

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het Landelijk Parket.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps landelijke politiediensten.

Artikel 4a

De buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:

a. a. de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg alle modules van de opleidingen Boa-OV heeft voltooid; b. b. de onder a. bedoelde opleiding omvat tenminste het niveau van de eindtermen zoals vastgesteld bij de Circulaire bekwaamheidseisen buitengewoon opsporingsambtenaar; c. c. alle modules worden afgesloten met een eindtoets; d. d. de opleiding is onderworpen aan goedkeuring door de Minister van Justitie; e. e. de onder c. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het openbaar ministerie is vertegenwoordigd; f. f. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.

Artikel 5

De directeur NSR brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij NSR of NS Int aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij NSR en NS Int; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel 6

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep 2002 wordt ingetrokken.

Artikel 7

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 6 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2003 en vervalt met ingang van 1 maart 2007.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep 2003.