40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
5.5 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005 | BWBR0018968 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-12-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018968 | Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005 |
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2 van dit besluit; b. b. openbaar vervoersbedrijf: de vervoerder, bedoeld in artikel 1, onder k, van de Wet personenvervoer 2000, die openbaar vervoer verricht, uitgezonderd de NS Groep N.V.
Artikel 2
Maximaal het aantal personen in de bijlage bij dit besluit aangegeven medewerkers, in dienstbetrekking werkzaam bij de in de bijlage bij dit besluit genoemde openbaar vervoersbedrijven en belast met de opsporing van strafbare feiten, is aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
1. De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein IV Openbaar Vervoer, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
Artikel 4
1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissement, waarin de vestigingsplaats is gelegen van het openbaar vervoersbedrijf waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps van de politieregio waarin de vestigingsplaats is gelegen van het openbaar vervoersbedrijf waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan, indien door openbaar vervoersbedrijven een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, is gesloten, in de bijlage bij dit besluit één hoofdofficier van justitie als toezichthouder en één korpschef als direct toezichthouder worden aangewezen.
Artikel 5
Artikel 5 is vervallen.
Artikel 6
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar kan bevoegd zijn bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor hij is beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, indien de noodzaak daartoe uitdrukkelijk is vastgesteld door de Minister van Justitie. De buitengewoon opsporingsambtenaar gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:
a. a. handboeien van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; b. b. een korte wapenstok van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type,
indien en voor zover de noodzaak tot het dragen van geweldsmiddelen daartoe uitdrukkelijk is vastgesteld door de Minister van Justitie.
3. De werkgever zendt meldingen van het gebruik van geweld door de buitengewoon opsporingsambtenaar toe aan de direct toezichthouder en de toezichthouder.
Artikel 7
De directeur van een openbaar vervoersbedrijf brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij het betreffende bedrijf aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het desbetreffende openbaar vervoersbedrijf; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd; d. d. het aantal klachten dat tegen buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend; e. e. voor zover het openbaar vervoersbedrijf hiertoe de bevoegdheid is verleend, het aantal malen dat gebruik is gemaakt van geweld en de aard van dit geweld.
Artikel 8
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002 wordt ingetrokken.
Artikel 9
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 1 november 2005, nr. 5383512/505/CBK, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 2005 en vervalt met ingang van 1 december 2010.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005.