40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.4 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Scheepvaartinspectie 2001 | BWBR0012024 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-01-07 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012024 | Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Scheepvaartinspectie 2001 |
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Scheepvaartinspectie 2001
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
Artikel 2
De personen, werkzaam bij de Scheepvaartinspectie als senior expert, expert, senior scheepsmeter, scheepsmeter, hoofdmedewerker en medewerker onderzoek ongevallen, en belast met opsporingstaken, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens
a. a. de Schepenwet, de Wet op de zeevaartdiploma's, de Wet op de zeevisvaartdiploma's, de Scheepvaartverkeerswet, de Arbeidstijdenwet, voorzover het arbeid als bedoeld in hoofdstuk 6 (zeevaart) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer betreft, de Wet aansprakelijkheid olietankschepen, de Binnenschepenwet, de Wet op de gevaarlijke werktuigen, de Rijkswet noodvoorzieningen scheepvaart, de Vaarplichtwet, de Meetbrievenwet 1981, Uitvoeringswet Visserijverdrag, Wet behoud scheepsruimte, de Kernenergiewet, de Arbeidsomstandighedenwet 1998, Wet voorkoming verontreiniging door schepenWet vervoer gevaarlijke stoffen; b. b. andere wetten, indien en voorzover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland en daarbuiten voorzover de Nederlandse rechtsmacht strekt.
Artikel 4
1. Het College van procureurs-generaal te Den Haag is bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal 90 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd zijn.
Artikel 5
1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het Arrondissementsparket te Rotterdam.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond.
3. Het indienen van de door de buitengewoon opsporingsambtenaar gemaakte processen-verbaal geschiedt bij een of meer door de toezichthouder, na overleg met de direct toezichthouder en de directeur Scheepvaartinspectie, aan te wijzen functionarissen.
Artikel 6
De directeur Scheepvaartinspectie brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de Scheepvaartinspectie alsmede het aantal en de functies van de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 7, tweede lid van dit besluit; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Artikel 7
De buitengewoon opsporingsambtenaar is ontheffing verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
Deze ontheffing geldt alleen voorzover de desbetreffende ambtenaar de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen.
Artikel 8
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 9 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Artikel 9
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Scheepvaartinspectie 1995 wordt ingetrokken.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 7 januari 2001 en vervalt op 7 januari 2006.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Scheepvaartinspectie 2001.