rijk/ministeriele-regeling/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-dienst-uitvoering-onderwijs-wet-en-regelg/BWBR0035974/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

9.2 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs Wet- en regelgeving inburgering 2014 BWBR0035974 ministeriele-regeling geldend 2016-04-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0035974 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs Wet- en regelgeving inburgering 2014

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs Wet- en regelgeving inburgering 2014

Artikel 1

Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de volgende bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de inburgering in Nederland:

a. a. het verlenen van gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4 van het Besluit inburgering; b. b. het verlenen van gehele vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van het met goed gevolg afleggen van een toets als bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit inburgering; c. c. het aanwijzen van een onafhankelijke arts, die een advies uitbrengt over ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid van het Besluit inburgering; d. d. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, bedoeld in artikel 2.8 van het Besluit inburgering; e. e. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die aantoonbaar voldoende is ingeburgerd, als bedoeld in artikel 2.8a van het Besluit inburgering; f. f. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die zich aantoonbaar heeft ingespannen om aan de inburgeringsplicht te voldoen, als bedoeld in artikel 2.8b van het Besluit inburgering; g. g. het verlengen van de inburgeringstermijn op grond van artikel 2.11 of artikel 2.12 van het Besluit inburgering; h. h. het stellen van een nieuwe inburgeringstermijn op grond van artikel 32 van de Wet inburgering; i. i. het verstrekken van leningen en het innen van schulden uit verstrekte leningen, bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de Wet inburgering; j. j. het kwijtschelden van schulden, bedoeld in artikel 4.13 van het Besluit inburgering; k. k. het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in de artikelen 28, 30, 31 of 33 van de Wet inburgering; l. l. het beheren van het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 47 van de Wet inburgering; m. m. het verwerken van gegevens uit het Informatiesysteem inburgering, bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de Wet inburgering; n. n. het verwerken van gegevens uit het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit inburgering; o. o. het afnemen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van het Besluit inburgering; p. p. het ongeldig verklaren van het inburgeringsexamen en het bepalen dat de kandidaat het inburgeringsexamen of een onderdeel daarvan opnieuw moet afleggen als bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit inburgering; q. q. het uitreiken van het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van het Besluit inburgering; r. r. het vaststellen van een examenreglement, als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de Regeling inburgering; s. s. het afgeven van een kennisgeving inzake de inburgeringsplicht aan de inburgeringsplichtige; t. t. het innen van examengeld, bedoeld in artikel 3.3 van het Besluit inburgering; u. u. het bekendmaken van het rentepercentage, genoemd in artikel 4.5, eerste lid, van het Besluit inburgering; v. v. het op verzoek verlenen van vrijstelling van de inburgeringsplicht voor wat betreft het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, op grond van artikel 2.4a van het Besluit inburgering; w. w. het stellen van een nieuwe termijn voor het Participatieverklaringstraject op grond van artikel 29 van de Wet inburgering.

Artikel 1a

Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de volgende bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de inburgering in het buitenland:

a. a. het registreren en verwerken van kandidaat-, referent-, aanmeld-, betaal- en examengegevens, nodig voor de uitvoering van het Basisexamen inburgering, als bedoeld in artikel 8, onder e, en artikel 14, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens; b. b. het beheren van het informatiesysteem voor het Basisexamen inburgering; c. c. het beheren van het examenafnamesysteem; d. d. het ongeldig verklaren van de uitslag van het Basisexamen inburgering, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid van het Examenreglement basisexamen inburgering; e. e. het verstrekken van de uitslag van het Basisexamen inburgering, zoals bedoeld in artikel 6 van het Examenreglement basisexamen inburgering; f. f. het innen en zo nodig restitueren van het examengeld, bedoeld in artikel 3.98b, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 en artikel 3.12 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.

Artikel 2

1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

a. a.

      *Wet inburgering:*
      Wet inburgering zoals die gold op 31 december 2012;

b. b.

      *Besluit inburgering:*
      Besluit inburgering zoals dat gold op 31 december 2012;

2.

Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de inburgering in Nederland:

a. a. het uitreiken van het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering; b. b. het afnemen van het praktijkdeel van het inburgeringsexamen in de vorm van het portfolio, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet inburgering; c. c. het afnemen van het centraal deel van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wet inburgering; d. d. het verstrekken van leningen en het innen van schulden uit verstrekte leningen, bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de Wet inburgering, en het kwijtschelden van schulden, bedoeld in artikel 4.13 van het Besluit inburgering; e. e. het verstrekken van vergoedingen als bedoeld in artikel 18, eerste en vierde lid, van de Wet inburgering; f. f. het beheren van het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 47 van de Wet inburgering, en het verwerken van gegevens in het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit inburgering; g. g. het verstrekken van gegevens uit het Informatiesysteem inburgering, bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de Wet inburgering.

Artikel 2a

Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur over informatie die verband houdt met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 1 en 1a.

Artikel 3

Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten op bezwaar, het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 1, 1a, 2 en 2a, en met dien verstande dat hij geen besluit op bezwaar neemt met betrekking tot een bezwaarschrift tegen een besluit dat hij in mandaat heeft genomen.

Artikel 4

De Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, genoemd in de artikelen 1, 1a, 2, 2a en 3, ondermandaat of machtiging in een door hem te bepalen omvang verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat hij geen ondermandaat verleent aan de functionaris aan wie door hem ondermandaat tot het nemen van het besluit waartegen het bezwaar zich richt is verleend.

Artikel 5

De Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs en de onder hem ressorterende functionarissen aan wie op grond van artikel 4 ondermandaat of machtiging is verleend, zijn gehouden in de ondertekening van stukken die op basis van deze regeling worden ondertekend, de vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uiting te brengen door opneming van de volgende formule:

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze,

handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde

naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,

functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde

Artikel 6

Het besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs Wet-en regelgeving inburgering 2013 wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 2014.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs Wet- en regelgeving inburgering 2014.