rijk/ministeriele-regeling/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-ezk-2026/BWBR0052019/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

47 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2026 BWBR0052019 ministeriele-regeling geldend 2025-12-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0052019 Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2026

Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2026

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* Minister van Economische Zaken en Klimaat;

b. b.

    *secretaris-generaal:* secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

c. c.

    *plaatsvervangend secretaris-generaal:* plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

d. d.

    *hoofden van dienst:*
  
  
    
      1°.
      de directeur-generaal Economie en Digitalisering;
    
    
      2°.
      de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie;
    
    
      3°.
      de directeur-generaal Realisatie Groene Groei;
    
    
      4°.
      de directeur-generaal Klimaat en Energie;
    
    
      5°.
      de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken;
    
    
      6°.
      de directeur Europese en Internationale Zaken;
    
    
      7°.
      de directeur Financieel-Economische Zaken;
    
    
      8°.
      de directeur Wetgeving en Juridische Zaken;
    
    
      9°.
      de directeur Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering;
    
    
      10°.
      de directeur Communicatie;
    
    
      11°.
      de directeur Informatievoorziening;
    
    
      12°.
      de directeur Mens en Organisatie;
    
    
      13°.
      de programmadirecteur van de programmadirectie Klaar voor de toekomst;
    
    
      14°.
      de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad;
    
    
      15°.
      de directeur van het Centraal Planbureau;
    
    
      16°.
      de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering;
    
    
      17°.
      de inspecteur-generaal der mijnen;
    
    
      18°.
      de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
    
    
      19°.
      de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur;

1°. 1°. de directeur-generaal Economie en Digitalisering; 2°. 2°. de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie; 3°. 3°. de directeur-generaal Realisatie Groene Groei; 4°. 4°. de directeur-generaal Klimaat en Energie; 5°. 5°. de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken; 6°. 6°. de directeur Europese en Internationale Zaken; 7°. 7°. de directeur Financieel-Economische Zaken; 8°. 8°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken; 9°. 9°. de directeur Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering; 10°. 10°. de directeur Communicatie; 11°. 11°. de directeur Informatievoorziening; 12°. 12°. de directeur Mens en Organisatie; 13°. 13°. de programmadirecteur van de programmadirectie Klaar voor de toekomst; 14°. 14°. de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad; 15°. 15°. de directeur van het Centraal Planbureau; 16°. 16°. de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering; 17°. 17°. de inspecteur-generaal der mijnen; 18°. 18°. de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 19°. 19°. de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur; e. e.

    *P&O-aangelegenheden:* aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;

f. f.

    *CAO Rijk:* laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren, werkzaam binnen de sector Rijk.

Artikel 2

De organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel 2a

Het in dit besluit ten aanzien van de minister bepaalde is van overeenkomstige toepassing voor de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.

Artikel 3

Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor:

a. a. de Koning en het Kabinet van de Koning; b. b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges; c. c. een minister of een staatssecretaris; d. d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie; e. e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; f. f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; g. g. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges, met uitzondering van het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR); h. h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of staatssecretaris.

Paragraaf 2. Mandaat, volmacht en machtiging aan ondergeschikten

Artikel 4

1.

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

a. a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499); b. b. het vaststellen van personeelsreglementen als bedoeld in paragraaf 1.1 van de CAO Rijk; c. c. het, voor zover van toepassing, vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst; d. d. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst:

        1°.
        ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of;
      
      
        2°.
        die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst of de plaatsvervangend secretaris-generaal moeten worden behandeld;

1°. 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of; 2°. 2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst of de plaatsvervangend secretaris-generaal moeten worden behandeld; e. e. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst; f. f. het vaststellen van de formatie en personeelsbudgetten van het kerndepartement van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; g. g. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een werknemer bij het kerndepartement, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017; h. h. aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften; i. i. het uitoefenen van bevoegdheden namens de Staat der Nederlanden in zijn hoedanigheid van aandeelhouder of die voortvloeien uit de zeggenschap over rechtspersonen; j. j. het invulling geven aan de eigenaarsrol, voor zover hiervoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst, richting in ieder geval:

        1°.
        de Autoriteit Consument en Markt;
      
      
        2°.
        de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur;
      
      
        3°.
        het Centraal Bureau voor de Statistiek;
      
      
        4°.
        het Centraal Planbureau;
      
      
        5°.
        de Dienst ICT Uitvoering;
      
      
        6°.
        de Kamer van Koophandel;
      
      
        7°.
        de Raad voor Accreditatie;
      
      
        8°.
        de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
      
      
        9°.
        de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;

1°. 1°. de Autoriteit Consument en Markt; 2°. 2°. de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur; 3°. 3°. het Centraal Bureau voor de Statistiek; 4°. 4°. het Centraal Planbureau; 5°. 5°. de Dienst ICT Uitvoering; 6°. 6°. de Kamer van Koophandel; 7°. 7°. de Raad voor Accreditatie; 8°. 8°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 9°. 9°. de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek; k. k. aangelegenheden op het gebied van de Wet normering topinkomens, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften; l. l. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; m. m. aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is; n. n. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken aanwijzen van functies, die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden als vertrouwensfunctie.

2.

Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, behoren in ieder geval:

a. a. het vaststellen van de organisatie en formatie van:

        1°.
        het directoraat-generaal Economie en Digitalisering;
      
      
        2°.
        het directoraat-generaal Bedrijfsleven en Innovatie;
      
      
        3°.
        het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei;
      
      
        4°.
        het directoraat-generaal Klimaat en Energie;
      
      
        5°.
        de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken;
      
      
        6°.
        de directie Europese en Internationale Zaken;
      
      
        7°.
        de directie Financieel-Economische Zaken;
      
      
        8°.
        de directie Wetgeving en Juridische Zaken;
      
      
        9°.
        de directie Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering;
      
      
        10°.
        de directie Communicatie;
      
      
        11°.
        de directie Informatievoorziening;
      
      
        12°.
        de directie Mens en Organisatie;

1°. 1°. het directoraat-generaal Economie en Digitalisering; 2°. 2°. het directoraat-generaal Bedrijfsleven en Innovatie; 3°. 3°. het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei; 4°. 4°. het directoraat-generaal Klimaat en Energie; 5°. 5°. de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken; 6°. 6°. de directie Europese en Internationale Zaken; 7°. 7°. de directie Financieel-Economische Zaken; 8°. 8°. de directie Wetgeving en Juridische Zaken; 9°. 9°. de directie Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering; 10°. 10°. de directie Communicatie; 11°. 11°. de directie Informatievoorziening; 12°. 12°. de directie Mens en Organisatie; b. b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten; c. c. het vaststellen van interne circulaires; d. d. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst; e. e. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van werknemers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende:

        1°.
        het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
      
      
        2°.
        het toekennen van een hogere salarisschaal;
      
      
        3°.
        het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
      
      
        4°.
        het opdragen van een andere functie;
      
      
        5°.
        het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
      
      
        6°.
        het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van het Van Werk Naar Werk beleid (VWNW);
      
      
        7°.
        het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van het VWNW;
      
      
        8°.
        het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
      
      
        9°.
        het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
      
      
        10°.
        de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.

1°. 1°. het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek; 2°. 2°. het toekennen van een hogere salarisschaal; 3°. 3°. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk; 4°. 4°. het opdragen van een andere functie; 5°. 5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden; 6°. 6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van het Van Werk Naar Werk beleid (VWNW); 7°. 7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van het VWNW; 8°. 8°. het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000; 9°. 9°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; 10°. 10°. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.

3.

Onder eigenaarsrol in de zin van het eerste lid, onderdeel j, wordt in ieder geval verstaan:

a. a. het toezien op de bedrijfsvoering van de organisatie binnen de planning- en controlcyclus, en b. b. het uitoefenen van bevoegdheden:

        1°.
        inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, colleges en commissies;
      
      
        2°.
        op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Regeling agentschappen 2024, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.

1°. 1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, colleges en commissies; 2°. 2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Regeling agentschappen 2024, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.

Artikel 5

Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

a. a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten; b. b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie; c. c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen; d. d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie; e. e. het optreden als Chief Information Officer (CIO) zoals bedoeld in het Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021; f. f. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal; g. g. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en het CIO-beraad; h. h. het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering topinkomens, het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van die wet, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid; i. i. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; j. j. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; k. k. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is; l. l. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels als bedoeld in artikel 14 van het Archiefbesluit 1995 en het vaststellen van selectielijsten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995; m. m. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een werknemer bij het kerndepartement, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017; n. n. het inschrijven in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten van:

      
      het kerndepartement, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
    
    
      
      het Centraal Planbureau;
    
    
      
      de Autoriteit Consument en Markt;
    
  
  en hun machtigingenbeheerders;

het kerndepartement, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; het Centraal Planbureau; de Autoriteit Consument en Markt; o. o. het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kerndepartement, en van de buitendiensten, bedoeld in paragraaf I, derde lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aan agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen; p. p. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van werknemers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende:

      1°.
      het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
    
    
      2°.
      het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
    
    
      3°.
      het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.

1°. 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; 2°. 2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek; 3°. 3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 6

1. Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich en voor zover van toepassing, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst.

2. Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein en voor zover van toepassing, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverstrekking.

3. Aan de directeur-generaal Economie en Digitalisering, de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie, de directeur-generaal Realisatie Groene Groei en de directeur-generaal Klimaat en Energie wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een werknemer bij het kerndepartement, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017.

4. Aan de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur wordt op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels.

5. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, en de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering wordt, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend voor het inschrijven van zijn dienst en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten, met inachtneming van door de secretaris-generaal gestelde regels.

6. Aan de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie wordt mandaat en machtiging verleend inzake benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van topteams als genoemd in het Instellingsbesluit topteams topsectorenbeleid.

Artikel 7

Aan de directeur Mens en Organisatie wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van werknemers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, betreffende:

a. a. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk; b. b. het toekennen van een terugkeergarantie op grond van het Van Werk Naar Werk Beleid (VWNW); c. c. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van het VWNW; d. d. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen; vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000; e. e. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.

Artikel 8

1.

Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

a. a. het coördineren van de behandeling van verzoeken van de Nationale ombudsman; b. b. het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het voeren van voorlopige-voorzieningprocedures, met uitzondering van:

        1°.
        het nemen van beslissingen op bezwaarschriften inzake de Wet normering topinkomens, de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Algemene verordening gegevensbescherming, uitgezonderd beslissingen op bezwaarschriften inzake de in dit subonderdeel genoemde wetten waarin het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard;
      
      
        2°.
        het behandelen van bezwaarschriften en het voeren van voorlopige voorziening procedures over besluiten behorende tot het werkterrein van de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur;

1°. 1°. het nemen van beslissingen op bezwaarschriften inzake de Wet normering topinkomens, de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Algemene verordening gegevensbescherming, uitgezonderd beslissingen op bezwaarschriften inzake de in dit subonderdeel genoemde wetten waarin het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard; 2°. 2°. het behandelen van bezwaarschriften en het voeren van voorlopige voorziening procedures over besluiten behorende tot het werkterrein van de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur; c. c. voor het voeren van beroep en hoger beroep, waaronder begrepen het instellen van beroep en hoger beroep en het voeren van voorlopige voorziening procedures, met uitzondering van deze procedures over besluiten behorende tot het werkterrein van de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur.

2. Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen op het werkterrein van de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur.

Artikel 9

1. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben.

2. Voorts wordt aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.

3. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het detacheren van functionarissen voor functies, waaronder schaal 15 of hoger, in het buitenland betreffende het Concordaat, het Landbouw Attachénetwerk (LAN), experts nationaux détachés (END) bij de Europese Commissie, het Innovatie Attachénetwerk (IAN), het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en Internationale Organisaties.

4. De directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kan aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het uitvaardigen van dwangbevelen en de daaruit voortvloeiende uitvoering van executiegeschillen, en voor het treffen van betalingsregelingen. De directeur-generaal kan de algemeen directeur toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.

5. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat verleend om per geval of in het algemeen instructies, die ook beleidsregels kunnen omvatten, te geven ter zake van de uitoefening van de krachtens het vierde lid aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau toekomende bevoegdheden. De directeur-generaal kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid om beleidsregels te ondertekenen met betrekking tot de mogelijkheid voor het Centraal Justitieel Incassobureau om als onderdeel van de aan die dienst toevertrouwde innings- en incassowerkzaamheden betalingsregelingen te treffen met het oog op één gecoördineerde dienstverlening aan burgers.

6. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt volmacht en machtiging verleend voor het in het kader van het vorderen van schadevergoeding voegen als benadeelde partij in het strafproces in zaken die betrekking hebben op het werkterrein van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 10

1. Aan de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben.

2. Voorts wordt aan de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.

Paragraaf 3. Instructies

Artikel 11

Mandaat, volmacht en machtiging worden uitgeoefend met inachtneming van:

a. a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie.

Artikel 12

1.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister/Staatssecretaris van Economische Zaken,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

2.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt:

De Minister/Staatssecretaris van Economische Zaken,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening.

3. Bij ondertekening van stukken op grond van volmacht wordt de aanduiding van de minister of staatssecretaris voorafgegaan door: Namens de Staat der Nederlanden.

4.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van digitaal geaccordeerde stukken kan als volgt geschieden:

De Minister/Staatssecretaris van Economische Zaken,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is digitaal geaccordeerd en bevat daarom geen handtekening.

5. In uitzondering op het tweede lid kan een automatisch gegenereerd stuk ook met handtekening worden ondertekend. De ondertekening geschiedt dan zoals genoemd in het eerste lid.

Paragraaf 4. Ondermandaat

Artikel 13

1. De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat en machtiging verlenen voor benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, colleges en commissies.

2. De secretaris-generaal kan tevens aan een hoofd van dienst ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor P&O-aangelegenheden van zijn dienst, waarvoor de secretaris-generaal krachtens dit besluit mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen.

3. De secretaris-generaal kan voorts aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de aangelegenheden op zijn werkterrein, waaronder voor P&O-aangelegenheden.

4. De secretaris-generaal kan aan de directeur, MT-leden en medewerkers van de directie Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor aangelegenheden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen f en g. De directeur kan, voor zover nog van toepassing, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor deze aangelegenheden aan MT-leden en medewerkers binnen de directie.

5. De plaatsvervangend secretaris-generaal kan voor wat betreft de bevoegdheden verband houdend met de rol van CIO ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de uitvoerend CIO.

Artikel 14

1. De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zich, voor hun werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, en 7 tot en met 11, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen en aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.

2.

Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:

a. a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd; b. b. het verlenen van langdurend verlof, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk; c. c. het opdragen van een andere functie; d. d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden; e. e. het toekennen van een hogere salarisschaal; f. f. het toekennen van beloningen; g. g. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen; h. h. het treffen van ordemaatregelen, bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; i. i. het toekennen van een terugkeergarantie; j. j. het afnemen van de eed en belofte; k. k. het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met en het inlenen op basis van een uitzend- of detacheringsovereenkomst dan wel op basis van een overeenkomst van opdracht van een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt; l. l. het behandelen en beslissen op aanvragen voor een RVU-uitkering.

3. De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. Een afschrift hiervan wordt aan de directeur Wetgeving en Juridische zaken toegezonden.

Artikel 15

1. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.

2. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in de artikelen 14 en 15 wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Informatievoorziening, de directeur Mens en Organisatie en de Auditdienst Rijk.

Paragraaf 5. Vervanging

Artikel 16

1. De uit dit besluit voor de secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij afwezigheid van zowel de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal gaan deze bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal.

2. De uit dit besluit voor de plaatsvervangend secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de secretaris-generaal. Bij afwezigheid van zowel de plaatsvervangend secretaris-generaal als de secretaris-generaal gaan deze bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal.

3. De uit dit besluit voor de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.

4. De uit dit besluit voor de directeur Financieel-Economische Zaken voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, behalve waar het gaat over aangelegenheden met betrekking tot de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Voor die aangelegenheden wordt de directeur Financieel-Economische Zaken vervangen door het MT-lid Begrotingszaken EZ en Control (BEC).

Paragraaf 6. Ondertekening bij afwezigheid minister

Artikel 17

1. Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal.

2.

In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

overeenkomstig het door de minister genomen besluit:

(handtekening)

(naam)

secretaris-generaal

Paragraaf 7. Mandaat, volmacht en machtiging aan niet-ondergeschikten

Paragraaf 7.1. Dienstonderdelen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur die ook taken verrichten voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Artikel 18

1. De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en de bijlage, voor zover van toepassing, ook voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

2. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en de bijlage, voor zover van toepassing, (ook) voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Paragraaf 7.2. Mandaat, volmacht en machtiging aan hoofden van dienst en andere functionarissen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei

Artikel 19

Aan de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei wordt ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een werknemer bij het kerndepartement van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017.

Artikel 20

Aan de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de coördinatie van de departementale crisisbeheersing van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Artikel 21

Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het voeren van de EZ brede regie en het zorg dragen van de opdrachtverstrekking en de uitvoering op het gebied van specialties huisvesting, zoals inspectiekantoren, archiefopslag, laboratoria, waaronder begrepen het tekenen van de akte van ingebruikgeving met het Rijksvastgoedbedrijf, het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het op basis van rijksbeleid sturen van behoeftestellers op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed met uitzondering van de pied-à-terres van de politieke top.

Paragraaf 8. Ondermandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Artikel 22

1. De directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, kunnen, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.

2. Het ondermandaatbesluit van de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

3. Het ondermandaatbesluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

4. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

5. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Auditdienst Rijk.

Paragraaf 9. Instructies aan niet-ondergeschikten

Artikel 23

Mandaat, volmacht en machtiging worden uitgeoefend met inachtneming van:

a. a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie.

Artikel 24

1.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister/Staatssecretaris van Economische Zaken,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

2.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt:

De Minister/Staatssecretaris van Economische Zaken,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening.

3. Bij ondertekening van stukken op grond van volmacht wordt de aanduiding van de minister of staatssecretaris voorafgegaan door: Namens de Staat der Nederlanden.

4.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van digitaal geaccordeerde stukken kan als volgt geschieden:

De Minister/Staatssecretaris van Economische Zaken,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is digitaal geaccordeerd en bevat daarom geen handtekening.

5. In uitzondering op het tweede lid kan een automatisch gegenereerd stuk ook met handtekening worden ondertekend. De ondertekening geschiedt dan zoals genoemd in het eerste lid.

Paragraaf 10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 25

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019, het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het programmadirectoraat-generaal Groningen en Ondergrond van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2022 en het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging NCG 2022 worden ingetrokken.

Artikel 26

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de hoofden van dienst, en de Auditdienst Rijk.

Artikel 27

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2025.

2.

Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de volgende besluiten op artikel 15 van dit besluit:

het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het Centraal Planbureau van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2019; het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2019; het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken 2025, en het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Artikel 28

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2026.

Bijlage . Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat