40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
228 lines
15 KiB
Markdown
228 lines
15 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Besluit mijnbouwschade Groningen
|
||
bwb_id: BWBR0040584
|
||
type: ministeriele-regeling
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '2018-03-19'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0040584
|
||
citeertitel: Besluit mijnbouwschade Groningen
|
||
---
|
||
|
||
# Besluit mijnbouwschade Groningen
|
||
|
||
## Hoofdstuk I. Algemeen
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
In dit besluit en de hierbij behorende bijlagen wordt verstaan onder:
|
||
|
||
– –
|
||
|
||
*Commissie:* de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 3;
|
||
– –
|
||
|
||
*Commissie advisering bezwaarschriften:* de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 9;
|
||
– –
|
||
|
||
*gebouwen en werken:* gebouwen en werken met uitzondering van:
|
||
|
||
|
||
a.
|
||
industriegebouwen zoals gebouwen voor de vervaardiging van chemische producten;
|
||
|
||
|
||
b.
|
||
infrastructurele werken zoals openbare wegen, openbare bruggen, openbare riolering, dijken en netten als bedoeld in artikel 1 van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 1 van de Gaswet;
|
||
a. a.
|
||
industriegebouwen zoals gebouwen voor de vervaardiging van chemische producten;
|
||
b. b.
|
||
infrastructurele werken zoals openbare wegen, openbare bruggen, openbare riolering, dijken en netten als bedoeld in artikel 1 van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 1 van de Gaswet;
|
||
– –
|
||
|
||
*schade:*
|
||
|
||
|
||
|
||
a.
|
||
fysieke schade aan gebouwen en werken die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg, en
|
||
|
||
|
||
b.
|
||
materiële schade die het gevolg is van deze fysieke schade;
|
||
a. a.
|
||
fysieke schade aan gebouwen en werken die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg, en
|
||
b. b.
|
||
materiële schade die het gevolg is van deze fysieke schade;
|
||
– –
|
||
|
||
*Protocol:* het Protocol mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 2;
|
||
– –
|
||
|
||
*vergunninghouder:* de houder van de bij koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126) verleende winningsvergunning en de houder van de opslagvergunning voor de gasopslag Norg.
|
||
|
||
## Hoofdstuk II. Protocol mijnbouwschade Groningen
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
Er is een Protocol mijnbouwschade Groningen voor de afwikkeling van aanvragen tot vergoeding van schade. Dit protocol is opgenomen in bijlage 1.
|
||
|
||
## Hoofdstuk III. Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
**1.** Er is een Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
De Commissie heeft tot taak:
|
||
|
||
– –
|
||
te besluiten op aanvragen tot vergoeding van schade en de overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2, met overeenkomstige toepassing van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht;
|
||
– –
|
||
het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten als hiervoor bedoeld;
|
||
– –
|
||
het voeren van beroepsprocedures tegen beslissingen op bezwaar en het voeren van hoger beroepsprocedures tegen uitspraken van de rechtbank over de genomen beslissingen op bezwaar.
|
||
|
||
**3.** De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen.
|
||
|
||
**4.** De Commissie kan aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat aanbevelingen doen die zij wenselijk acht met het oog op een doelmatige en voortvarende uitvoering van haar taken.
|
||
|
||
**5.** De Minister van Economische Zaken en Klimaat stelt personeel en huisvesting ter beschikking aan de Commissie.
|
||
|
||
**6.** De Commissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten minste twee andere leden.
|
||
|
||
**7.** Aan de leden van de Commissie wordt, ieder voor zich mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden die verband houden met de in het tweede respectievelijk derde lid bedoelde taken waaronder begrepen het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, de Algemene verordening gegevensbescherming, de Wet hergebruik overheidsinformatie en voor de afhandeling van interne klachten en verzoeken van de Nationale Ombudsman.
|
||
|
||
**8.** Aan de voorzitter van de Commissie wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten voor de personele aangelegenheden van de Commissie.
|
||
|
||
**10.** De voorzitter van de Commissie kan aan een lid van de Commissie ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen binnen zijn werkterrein voor het nemen van besluiten voor personele aangelegenheden van de Commissie.
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
**1.** De voorzitter van de Commissie en de andere leden worden, na consultatie, door de Minister voor Rechtsbescherming benoemd voor een termijn van twee jaar.
|
||
|
||
**2.** De voorzitter van de Commissie is, evenals één van de leden, meester in de rechten en kan bogen op ruime ervaring in de rechtspraak. Het andere lid dient te beschikken over een technische achtergrond, waarbij dient te worden beschikt over diepgaande en actuele kennis van de oorzaken en gevolgen van de aardbevingen in Groningen.
|
||
|
||
**3.** De voorzitter en leden van de Commissie zijn onafhankelijk en bij hun benoeming wordt aandacht besteed aan de eventuele betrokkenheid van leden bij de aardbevingsproblematiek in Groningen.
|
||
|
||
**4.** De voorzitter en de andere leden kunnen door de Minister voor Rechtsbescherming worden geschorst en ontslagen.
|
||
|
||
**5.**
|
||
|
||
Schorsing en ontslag vindt plaats:
|
||
|
||
a. a.
|
||
wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen; of
|
||
b. b.
|
||
op eigen verzoek van de voorzitter of andere leden.
|
||
|
||
**6.** Er kunnen voor de voorzitter van de Commissie en andere leden plaatsvervangers worden benoemd. Het eerste tot en met het vijfde lid en het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||
|
||
**7.** De uit dit besluit voor de voorzitter van de Commissie voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van zijn afwezigheid over op zijn plaatsvervanger.
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Aan de voorzitter, andere leden en deskundigen wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij:
|
||
|
||
a. a.
|
||
voor de voorzitter en niet-technische leden de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
|
||
b. b.
|
||
voor de technische leden en deskundigen een uurtarief wordt vastgesteld van € 175.
|
||
|
||
**2.** De arbeidsduurfactor wordt vastgesteld op 0,444 en kan worden aangepast door de Minister van Economische Zaken en Klimaat indien hiertoe aanleiding is. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat maakt de aanpassing bekend in de Staatscourant.
|
||
|
||
**3.** Personen die een functie vervullen bij instellingen of organisaties als bedoeld in de artikelen 1.2 tot en met 1.5 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector ontvangen geen vergoeding op grond van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
**1.** De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast met inachtneming van het Protocol en maakt deze werkwijze bekend.
|
||
|
||
**2.** Door de vaststelling van verschillende procedures voor verschillende gevallen streeft de Commissie naar een korte doorlooptijd, naar beheersbare proceskosten, naar de benodigde inhoudelijke zorgvuldigheid en uitkomsten die redelijk en billijk zijn. De Commissie onderbouwt haar keuzes en stelt hierover eens per jaar een verslag op als bedoeld in artikel 8.
|
||
|
||
**3.** De Commissie baseert de procedures op de opgetreden bodembeweging, de aard of de omvang van de schade dan wel een combinatie hiervan, een en ander steeds met inachtneming van het belang van veiligheid van gebouwen en werken als bedoeld in artikel 1.
|
||
|
||
**4.** De werkwijze omvat een prioritering van de te behandelen zaken met als uitgangspunt dat zaken zo snel mogelijk afgehandeld kunnen worden.
|
||
|
||
**5.** De werkwijze omvat voorts de wijze waarop onderzoek wordt verricht, de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de door de Commissie ingeschakelde deskundigen, de werkwijze van de deskundigen en de vergoeding van hun kosten.
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
**1.** De leden van de Commissie, het aan haar ter beschikking gestelde personeel en de door de Commissie ingeschakelde deskundigen verlangen of ontvangen geen instructies van derden die op een individuele zaak betrekking hebben.
|
||
|
||
**2.** De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
**1.** De Commissie brengt periodiek en in elk geval een maal per jaar aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister voor Rechtsbescherming een verslag uit over haar werkzaamheden van het afgelopen jaar. In dit verslag wordt in elk geval aandacht besteed aan de door de Commissie gehanteerde werkwijze, procedures en beoordelingsmethodiek.
|
||
|
||
**2.** De Commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister voor Rechtsbescherming de voor de uitoefening van hun taken benodigde inlichtingen. De ministers kunnen, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is, inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden.
|
||
|
||
**3.** Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Commissie bewaard in het archief van dat ministerie.
|
||
|
||
## Hoofdstuk IV. Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
**1.** Er is een Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen.
|
||
|
||
**2.** De Commissie advisering bezwaarschriften heeft tot taak de Commissie te adviseren over te nemen beslissingen op bezwaar in verband met besluiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid.
|
||
|
||
**3.** Aan de voorzitter van de Commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen die verband houden met de in het tweede lid bedoelde taken.
|
||
|
||
**4.** Aan de voorzitter van de Commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten voor de personele aangelegenheden van de Commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen.
|
||
|
||
**5.** De voorzitter van de Commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen kan binnen zijn werkterrein aan een lid van de Commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het nemen van besluiten en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen die verband houden met de in het tweede lid bedoelde taken.
|
||
|
||
### Artikel 10
|
||
|
||
**1.** De Commissie advisering bezwaarschriften bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten minste twee andere leden.
|
||
|
||
**2.** De artikelen 3, derde tot en met zesde lid, 4, 5, 6, eerste lid, 7 en 8, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||
|
||
**2.** De Minister van Economische Zaken en Klimaat kan er, in afwijking van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, ook voor kiezen om aan de niet-technische leden van de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften een vergoeding toe te kennen op grond van het bepaalde in artikel 5, eerste lid, onder b.
|
||
|
||
## Hoofdstuk V. Overgangs- en slotbepalingen
|
||
|
||
### Artikel 11
|
||
|
||
**1.** Schademeldingen die in de van periode 31 maart 2017, 12:00 uur tot 19 maart 2018 zijn voorgelegd aan het Centrum Veilig Wonen en bij het Centrum in behandeling zijn, worden geacht een aanvraag tot vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2 te zijn.
|
||
|
||
**2.** De Commissie neemt de zaken bedoeld in het eerste lid over in de staat waarin deze zich bevinden.
|
||
|
||
### Artikel 12
|
||
|
||
Geschillen die voor 19 maart 2018 door de Raad van Arbiters Bodembeweging in behandeling zijn genomen en op 19 maart 2018 nog in behandeling zijn, worden door de Raad van Arbiters Bodembeweging afgehandeld, tenzij de geschilbeslechtingsprocedure door de eigenaar wordt beëindigd volgens de procedure van artikel 16 van het Reglement arbiter bodembeweging. In dat geval kan voor hetzelfde geschil een aanvraag worden ingediend bij de Commissie. De Commissie behandelt deze aanvraag met inachtneming van de reeds in de geschilbeslechtingsprocedure gewisselde stukken.
|
||
|
||
### Artikel 12a
|
||
|
||
Geschillen over schademeldingen die voor 31 maart 2017, 12:00 uur zijn voorgelegd aan het Centrum Veilig Wonen en op 19 maart 2018 bij het Centrum in behandeling zijn kunnen aan de Raad van Arbiters Bodembeweging worden voorgelegd.
|
||
|
||
### Artikel 13
|
||
|
||
De Commissie kan, vooruitlopend op een volledige werkwijze als bedoeld in artikel 6, een werkwijze vaststellen om aanvragen te behandelen waarvan eenvoudig is vast te stellen dat de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg.
|
||
|
||
### Artikel 14
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot vergoeding van schade waarvoor door de vergunninghouder al schade is vergoed of waarvoor door de vergunninghouder geen schadevergoeding is toegekend dan wel waarvoor een schademelding die voor 31 maart 2017, 12:00 uur is voorgelegd aan de Commissie Veilig Wonen of een schademelding of -claim die bij vergunninghouder in behandeling is of hiertoe een vordering bij de burgerlijke rechter is ingesteld, worden door de Commissie niet in behandeling genomen.
|
||
|
||
**2.** De Commissie kan afwijken van het eerste lid ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.
|
||
|
||
### Artikel 15
|
||
|
||
Dit besluit treedt in werking met ingang van 19 maart 2018 en werkt terug tot en met 9 maart 2018, met uitzondering van artikelen 3, tweede lid, 9, eerste lid en bijlage 1, behorende bij artikel 2 van het Besluit mijnbouwschade Groningen, die in werking treden met ingang van 19 maart 2018.
|
||
|
||
### Artikel 16
|
||
|
||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mijnbouwschade Groningen.
|
||
|
||
## Bijlage 1. behorende bij
|
||
|
||
**Protocol houdende regels over de afhandeling van schade als gevolg van bodembeweging door gaswinning uit het Groningerveld (Protocol mijnbouwschade Groningen)**
|
||
|
||
## Bijlage 2. behorende bij artikel 7, vierde lid, van het
|
||
|
||
Voor de volgende posten geldt als uitgangspunt een vaste vergoeding, tenzij de kosten aantoonbaar hoger zijn of anderszins worden vergoed:
|
||
|
||
Voor de volgende schade geldt een vergoeding die afhankelijk is van de werkelijke kosten zoals door de schademelder zijn gemaakt: inboedel- en tuinschade, zorgkosten, inkomstenderving, redelijke juridische of andere begeleidingskosten.
|