rijk/ministeriele-regeling/besluit-overgangsregeling-inzake-voortduren-opsporingsbevoegdheid-buitengewone-o/BWBR0007234/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

1.9 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit overgangsregeling inzake voortduren opsporingsbevoegdheid buitengewone opsporingsambtenaren BWBR0007234 ministeriele-regeling geldend 1995-02-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007234 Besluit overgangsregeling inzake voortduren opsporingsbevoegdheid buitengewone opsporingsambtenaren

Besluit overgangsregeling inzake voortduren opsporingsbevoegdheid buitengewone opsporingsambtenaren

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

De personen, bedoeld in artikel 44, vijfde lid, onder b, van het besluit, voor wie vóór 1 april 1995 een verzoek tot aanwijzing als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, dan wel tot beëdiging als buitengewoon opsporingsambtenaar is ingediend bij de procureur-generaal of de minister van Justitie, behouden hun opsporingsbevoegdheid tot het moment waarop onherroepelijk op het verzoek is beslist. In elk geval vervalt de opsporingsbevoegdheid een jaar na indiening van het verzoek.

Artikel 3

1. Het bepaalde in de hoofdstukken 5 en 6 van het besluit is gedurende de in artikel 2 genoemde termijn van toepassing.

2. Gedurende de periode dat de in artikel 2 bedoelde personen nog niet beschikken over het op grond van artikel 26 van het besluit vastgestelde legitimatiebewijs dragen zij een legitimatiebewijs bij zich waaruit hun functie en opsporingsbevoegdheid blijkt.

3.

Voor de in artikel 2 genoemde termijn is de hoofdofficier van justitie, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Politiewet 1993, van het arrondissement waarbinnen de standplaats van de in artikel 2 bedoelde personen is gelegen aangewezen als toezichthouder en de korpschef, bedoeld in artikel 24 van de Politiewet 1993, van de politieregio waarbinnen die standplaats is gelegen, als direct toezichthouder.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.