rijk/ministeriele-regeling/besluit-tot-uitvoering-van-de-klachtenregeling-sexuele-intimidatie-burgerlijk-ri/BWBR0007407/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.6 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit tot uitvoering van de Klachtenregeling sexuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel bij het Ministerie van Economische Zaken BWBR0007407 ministeriele-regeling geldend 1995-05-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007407 Besluit tot uitvoering van de Klachtenregeling sexuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel bij het Ministerie van Economische Zaken

Besluit tot uitvoering van de Klachtenregeling sexuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel bij het Ministerie van Economische Zaken

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Vertrouwenspersonen sexuele intimidatie

Artikel 2

1.

Bij het ministerie en de daaronder ressorterende diensten zijn zes vertrouwenspersonen sexuele intimidatie:

a. a. een voor het ministerie in enge zin, b. b. twee voor het CBS, vestiging Voorburg, c. c. twee voor het CBS, vestiging Heerlen en d. d. een voor de overige onder het ministerie ressorterende diensten.

2. De minister benoemt de vertrouwenspersonen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en d, op voordracht van de directeur POI en die, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, op voordracht van de DG CBS.

3. De benoeming geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor drie jaar en kan telkens voor drie jaar worden verlengd.

Artikel 3

1. De vertrouwenspersonen hebben de taken en bevoegdheden die zijn omschreven in artikel 4, tweede lid, en artikel 5 van de regeling.

2. Zij stellen jaarlijks een verslag op over hun werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. De vertrouwenspersonen bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en d, leggen het verslag vóór 1 maart voor aan de plaatsvervangend secretaris-generaal en die bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen b en c, aan de DG CBS. Zij leggen over hun werkzaamheden verantwoording af aan deze respectieve functionarissen.

Paragraaf 3. Klachtencommissie sexuele intimidatie personeelsleden EZ

Artikel 4

Er is een klachtencommissie sexuele intimidatie personeelsleden EZ.

Artikel 5

1. De commissie bestaat uit drie door de minister benoemde leden.

2.

Leden van de commissie zijn:

a. a. een door de minister aangewezen voorzitter, op voordracht van de directeur POI, b. b. een door de minister aangewezen lid, werkzaam bij het CBS, op voordracht van de DG CBS en c. c. een door de minister aangewezen lid, werkzaam bij het ministerie elders dan bij het CBS, op voordracht van de directeur POI.

3. Voor ieder lid benoemt de minister een plaatsvervanger. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

1. De in artikel 5 bedoelde benoemingen gelden, behoudens tussentijds ontslag, voor drie jaar.

2. De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie kunnen worden herbenoemd.

Artikel 7

De commissie wordt bijgestaan door een door de minister aan te wijzen secretaris. De minister wijst tevens een plaatsvervanger voor de secretaris aan.

Artikel 8

1. De commissie heeft de taken en bevoegdheden die zijn omschreven in artikel 7, eerste lid, en de artikelen 9, 10 en 12 van de regeling.

2.

Voorts is de commissie bevoegd:

a. a. tot het oproepen van daarvoor in aanmerking komende derden voor het verkrijgen van inlichtingen. Iedere als zodanig opgeroepen medewerker van het ministerie en de daaronder ressorterende diensten is verplicht aan een oproep van de commissie gehoor te geven een desgevraagd alle inlichtingen naar waarheid en zonder voorbehoud te verstrekken, b. b. overlegging te vorderen van ter zake dienende bescheiden, c. c. een onderzoek op de werkplek in te stellen of te doen instellen en d. d. zich door deskundigen van advies en bijstand laten dienen.

Artikel 9

1. Aan de behandeling van een klacht neemt de voltallige commissie deel.

2. De commissie stelt haar rapportage omtrent de ingediende klacht en, in voorkomend geval, haar advies omtrent een eventueel te treffen maatregel of sanctie bij meerderheid van stemmen vast. Geen der leden onthoudt zich van deelname aan enige stemming. Indien de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatcourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tot uitvoering van de Klachtenregeling sexuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel bij het Ministerie van Economische Zaken.