40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.2 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bijzonder Jeugdwerk in Internaatsverband | BWBR0002674 | ministeriele-regeling | geldend | 1969-11-16 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0002674 | Bijzonder Jeugdwerk in Internaatsverband |
Bijzonder Jeugdwerk in Internaatsverband
Artikel 1
Ingesteld wordt een Commissie Bijzonder Jeugdwerk in Internaatsverband, hierna te noemen: de commissie.
Artikel 2
De commissie heeft tot taak:
a. a. zich op de hoogte te houden van al hetgeen van belang is met betrekking tot de ontwikkeling van het bijzonder jeugdwerk; b. b. het bevorderen van het overleg tussen de rijksoverheid en het particulier initiatief, betrokken bij het bijzonder jeugdwerk; c. c. de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, hierna te noemen: de minister, op diens verzoek of eigener beweging schriftelijk voorstellen te doen omtrent te nemen maatregelen met betrekking tot het bijzonder jeugdwerk in internaatsverband.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit ten minste 5 en ten hoogste 9 leden.
2. Voor benoeming in de commissie komen in aanmerking personen, die wegens hun deskundigheid en belangstelling een bijdrage kunnen leveren aan de doordenking van het te voeren beleid van het Bijzonder Jeugdwerk in Internaatsverband.
Artikel 4
1. De leden van de commissie, bedoeld in artikel 3, sub 2, worden benoemd door de minister, voor een tijdvak van drie jaar.
2. Zij kunnen slechts eenmaal voor een periode van drie jaar worden herbenoemd.
3. Ter vervulling van vacatures doet de commissie een voordracht van ten minste twee personen aan de minister.
Artikel 5
Jaarlijks treedt een/derde van het aantal commissieleden, bedoeld in artikel 3, sub 2, af volgens een door de commissie vast te stellen rooster.
Artikel 6
De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris.
Artikel 7
1. Rechtsgeldige besluiten kunnen door de commissie slechts worden genomen bij aanwezigheid van ten minste twee/derden der commissieleden en met gewone meerderheid van stemmen.
2. Bij rapportage door de commissie over door haar besproken onderwerpen dient een eventueel minderheidsstandpunt te worden vermeld.
Artikel 8
1. De vergaderingen der commissie zullen als regel worden bijgewoond door een door de minister aan te wijzen ambtenaar van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Deze neemt deel aan het overleg en heeft ter vergadering een raadgevende stem.
2. De in het eerste lid genoemde ambtenaar kan zich laten vergezellen door functionarissen van de Hoofdafdeling Bijzonder Jeugdwerk in Internaatsverband.
Artikel 9
1. De commissie komt ten minste driemaal per jaar bijeen.
2. De commissie kan werkgroepen instellen.
Artikel 10
De minister zal de commissie alle informatie verschaffen over zaken betreffende het beleid en de uitvoering van het bijzonder jeugdwerk in internaatsverband, welke nodig is voor het overleg.
Artikel 11
De commissie kan met inachtneming van de bepalingen van deze beschikking haar werkzaamheden en de werkwijze van de secretarie nader regelen.
Artikel 12
De kosten, voortvloeiende uit de door of namens dan wel in opdracht van de commissie verrichte werkzaamheden komen, na verkregen goedkeuring van de minister, ten laste van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.
Artikel 13
Aan de niet-ambtelijke leden van de commissie wordt een vacatiegeld toegekend, waarvan het bedrag nader zal worden vastgesteld.
Artikel 14
Aan de leden van de commissie wordt uit 's rijks kas vergoeding voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen, welke voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's rijks dienst gelden of zullen gelden voor categorie A.
Artikel 15
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de terzake geldende bepalingen van het Besluit post- en archiefzaken rijksadministratie 1950 (Stb. K 425) op overeenkomstige wijze als ten Departemente van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.
De bescheiden worden bij opheffing van de commissie opgenomen in het archief van het departement.