rijk/ministeriele-regeling/commissie-welzijn-molukkers/BWBR0002651/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.1 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Commissie Welzijn Molukkers BWBR0002651 ministeriele-regeling geldend 1969-04-23 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002651 Commissie Welzijn Molukkers

Commissie Welzijn Molukkers

Artikel 1

Ingesteld wordt een Commissie Welzijn Molukkers, hierna te noemen: de commissie.

Artikel 2

De commissie heeft tot taak:

a. a. zich op grond van de feitelijke ontwikkelingen in de welzijnssituatie van de Molukse groepering in Nederland te beraden over de inhoud en de vormgeving van een beleid, gericht op het maatschappelijk en cultureel welzijn van de Molukkers in de Nederlandse samenleving; b. b. de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk op diens verzoek of eigener beweging schriftelijk voorstellen te doen omtrent te nemen maatregelen met betrekking tot het welzijn der Molukkers in Nederland.

Artikel 3

De commissie bestaat uit een voorzitter, een secretaris en tien andere leden, te weten vijf Molukse en vijf Nederlandse leden.

Artikel 4

1. De leden van de commissie worden benoemd door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, hierna te noemen: de Minister.

2. De voorzitter en de secretaris worden als zodanig benoemd, laatstgenoemde op voordracht van de commissie.

Artikel 5

De leden worden benoemd voor een periode van drie jaren en zijn na die termijn herbenoembaar.

Artikel 6

Door de Minister wordt aan de commissie een ambtelijk adviseur toegevoegd.

Artikel 7

1. De secretaris doet zich bij de uitvoering van de aan zijn taak verbonden administratieve werkzaamheden bijstaan door de Directie Samenlevingsopbouw van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, waartoe de Minister aan de commissie een rapporteur toevoegt.

2.

Tot de taak van de rapporteur behoort onder meer:

a. a. het voorbereiden van de vergaderingen van de commissie in overleg met de voorzitter en de secretaris; b. b. het in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de commissie opstellen van adviezen, nota's en verslagen. c. c. het verschaffen van documentatie en informatie aan de commissie.

Artikel 8

De adviezen, nota's en rapporten van de commissie worden vastgesteld bij meerderheid van stemmen en schriftelijk aan de Minister aangeboden. Ieder lid is bevoegd een afwijkende mening daarin te doen opnemen.

Artikel 9

1.

Ten behoeve van haar werkzaamheden kunnen uit de commissie commissies ad hoc worden gevormd.

De leden van deze commissies wijzen uit hun midden een voorzitter aan.

2. De commissies ad hoc kunnen zich verzekeren van de medewerking van deskundigen.

3. De rapporteur treedt op als secretaris van de commissies ad hoc.

Artikel 10

Vóór 1 maart van ieder jaar zendt de commissie aan de Minister een verslag van haar werkzaamheden over het afgelopen jaar.

Artikel 11

De commissie kan met inachtneming van de bepalingen van deze beschikking haar werkzaamheden en de werkwijze van de secretaris en de rapporteur nader regelen.

Artikel 12

De kosten voortvloeiende uit de door of namens dan wel in opdracht van de commissie verrichte werkzaamheden komen, na verkregen goedkeuring van de Minister, ten laste van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.

Artikel 13

Aan de voorzitter, de secretaris en de niet-ambtelijke leden van de commissie wordt een vakatiegeld toegekend, waarvan het bedrag nader zal worden vastgesteld.

Artikel 14

Aan de leden van de commissie wordt uit 's Rijks kas vergoeding voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen, welke voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's Rijks dienst gelden of zullen gelden voor categorie A.

Artikel 15

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen van het Besluit post- en archiefzaken rijksadministratie 1950 (Stb. K 425) op overeenkomstige wijze als ten departemente van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie opgenomen in het archief van het departement.