rijk/ministeriele-regeling/examenreglement-commandeur-1998/BWBR0011556/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

9.3 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Examenreglement commandeur 1998 BWBR0011556 ministeriele-regeling geldend 2000-08-23 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011556 Examenreglement commandeur 1998

Examenreglement commandeur 1998

Artikel 1

In deze ministeriële regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *de minister:* de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. b.

    *het bestuur:* het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens, genoemd in artikel 18g, eerste lid, van de Brandweerwet 1985;

c. c.

    *de opleiding:* de opleiding commandeur, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 8, van het Besluit rijksexamen brandweeropleidingen;

d. d.

    *de module:* elke onderwijseenheid over een samenhangend deel van de leerstof, die zowel presentatie, verwerking als toetsing omvat en die flexibel programmeerbaar is in het systeem, waarvan het een onderdeel is;

e. e.

    *het module-examen:* elk examen ter afsluiting van een module;

f. f.

    *de eindopdracht:* de opdracht, bedoeld in artikel 11;

g. g.

    *de examencommissie:* de examencommissie, bedoeld in artikel 2 van het Algemeen brandweerexamenreglement 1994;

h. h.

    *het studiepunt:* de eenheid, waarin de omvang van de module wordt uitgedrukt en die gemiddeld tien contact- of zelfstudie-uren vertegenwoordigt;

i. i.

    *de kerndocent:* de docent die verantwoordelijk is voor het samenstellen en begeleiden van één of meer programma-onderdelen van de opleiding.

Artikel 2

1.

De opleiding bestaat uit zeven modulen:

a. a. brandweer in een veranderende samenleving; b. b. publieke organisatie; c. c. risico en veiligheid; d. d. beleid en netwerken; e. e. rampenbestrijding; f. f. financieel management; g. g. basisrepressie commandeur.

2. De opleiding wordt afgesloten met een eindopdracht.

Artikel 3

1. De modulen, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, omvatten elk 80 studiepunten.

2. De module, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, omvat 45 studiepunten.

Artikel 4

Het module-examen brandweer in een veranderende samenleving bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in deel A van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Artikel 5

Het module-examen publieke organisatie bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in deel B van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Artikel 6

Het module-examen risico en veiligheid bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in deel C van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Artikel 7

Het module-examen beleid en netwerken bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in deel D van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Artikel 8

Het module-examen rampenbestrijding bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in deel E van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Artikel 9

Het module-examen financieel management bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in deel F van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

Artikel 10

1.

Het module-examen basisrepressie commandeur bestaat uit:

a. a. opdrachten met betrekking tot onderwerpen betreffende de persoonlijke bescherming, genoemd in de onderdelen 1 tot en met 10 van deel G van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage; b. b. opdrachten met betrekking tot onderwerpen betreffende repressie-keuze op het niveau brandmeester en repressie op het niveau adjunct-hoofdbrandmeester, genoemd in de onderdelen 11 tot en met 21 van deel G van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage; c. c. opdrachten met betrekking tot onderwerpen betreffende repressie op het niveau hoofdbrandmeester, genoemd in de onderdelen 22 tot en met 25 van deel G van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

2. Degene die in het bezit is van het certificaat persoonlijke bescherming, bedoeld in artikel 2, onder c, van het Examenreglement brandwacht, is vrijgesteld van de opdrachten bedoeld in het eerste lid, onder a.

3. Degene die in het bezit is van het certificaat repressie, bedoeld in artikel 2, onder b, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993, is vrijgesteld van de opdrachten bedoeld in het eerste lid, onder a en b.

4. Degene die in het bezit is van het certificaat repressie, bedoeld in artikel 2, onder a, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, heeft het module-examen basisrepressie commandeur behaald.

Artikel 11

1. De eindopdracht behelst het doen van onderzoek naar en schrijven van een wetenschappelijk rapport over een onderwerp naar keuze, dat wordt beschouwd vanuit de invalshoeken van ten minste drie van de modulen, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, waaronder de module rampenbestrijding, alsmede het tegenover de examencommissie verdedigen van dit onderzoek en rapport.

2. Tot de eindopdracht wordt toegelaten de kandidaat die de module-examens, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 9, heeft behaald.

Artikel 12

Het diploma commandeur wordt op advies van het bestuur door de minister afgegeven aan degene die voor de eindopdracht, bedoeld in artikel 11, ten minste een voldoende heeft behaald, alsmede:

a. a. in het bezit is van het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, of een daaraan in de Gelijkstellingsregeling brandweeropleidingen als gelijkwaardig aangemerkt diploma of b. b.

      1°.
       in het bezit is van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet, dan wel een daaraan naar het oordeel van het bestuur gelijkwaardig getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding;
    
    
      2°.
       is aangesteld in een functie behorende tot ten minste functiegroep Vd volgens het Functiewaardering Systeem (Fuwasys) in gebruik bij de rijksoverheid, of in een daaraan gelijkwaardige functie; en
    
    
      3°. 
      het module-examen basisrepressie commandeur, bedoeld in artikel 10, heeft behaald.

1°. 1°. in het bezit is van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet, dan wel een daaraan naar het oordeel van het bestuur gelijkwaardig getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding; 2°. 2°. is aangesteld in een functie behorende tot ten minste functiegroep Vd volgens het Functiewaardering Systeem (Fuwasys) in gebruik bij de rijksoverheid, of in een daaraan gelijkwaardige functie; en 3°. 3°. het module-examen basisrepressie commandeur, bedoeld in artikel 10, heeft behaald.

Artikel 13

1.

Het Algemeen brandweerexamenreglement 1994 is van toepassing met uitzondering van de artikelen 3 en 7 tot en met 9 en met dien verstande dat:

a. a. in artikel 1, onderdeel j, het module-examen' wordt gedefinieerd als: elk examen ter afsluiting van een module; b. b. in afwijking van het gestelde in artikel 2 de leden van de eerste commissie voor de beoordeling van de eindopdracht, bedoeld in artikel 11 van het Examenreglement commandeur 1998, worden benoemd per 1 mei 1999; c. c. in artikel 4, eerste en vierde lid, en artikel 5, eerste en tweede lid, telkens voor het module-examen' wordt gelezen: het module-examen en de eindopdracht, bedoeld in artikel 11 van het Examenreglement commandeur 1998; d. d. het examengeld, bedoeld in artikel 6, onderdeel c, voor de module-examens en de eindopdracht nog zal worden vastgesteld.

3. In de door het bestuur vast te stellen handleiding voor de examinering van de opleiding worden ten aanzien van de module-examens en de eindopdracht regels gegeven voor de wijze van examineren, de wijze van waarderen, de geldigheidsduur van behaalde resultaten, en alle overige onderwerpen die van belang zijn.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1998.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement commandeur 1998.

Bijlage