rijk/ministeriele-regeling/examenreglement-duikploegleider-2004/BWBR0016143/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

7.1 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Examenreglement duikploegleider 2004 BWBR0016143 ministeriele-regeling geldend 2004-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016143 Examenreglement duikploegleider 2004

Examenreglement duikploegleider 2004

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de opleiding: de opleiding duikploegleider, bedoeld in artikel 1, sub b, onderdeel 6, van het Besluit rijksexamen brandweeropleidingen; b. b. de module: elke onderwijseenheid over een samenhangend deel van de leerstof, die zowel presentatie, verwerking als toetsing omvat en die flexibel programmeerbaar is in het systeem, waarvan het een onderdeel is; c. c. het module-examen: elk examen ter afsluiting van een module, dat bestaat uit een schriftelijk deel, een praktisch deel, een projectopdracht of een combinatie daarvan; d. d. het studiepunt: de eenheid, waarin de omvang van de module wordt uitgedrukt en die gemiddeld tien contact- of zelfstudie-uren vertegenwoordigt; e. e. de vrijstelling: een door het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens, genoemd in artikel 18g, vijfde lid, van de Brandweerwet 1985**,** afgegeven verklaring, inhoudende dat de kandidaat voor de betreffende module over de vereiste kennis en vaardigheden beschikt.

Artikel 2

1.

De opleiding bestaat uit twee modulen:

a. a. duikploegleider theorie (verplichte module); b. b. duikploegleider praktijk (verplichte module).

2. Een certificaat is geldig gedurende vijftien maanden na afgifte.

Artikel 3

De modulen duikploegleider theorie en duikploegleider praktijk omvatten elk twee studiepunten.

Artikel 4

Tot het module-examen duikploegleider praktijk wordt toegelaten degene die:

a. a. in het bezit is van het certificaat of de vrijstelling van de module b. b. duikploegleider theorie; c. c. ten minste de leeftijd heeft van 24 jaar; d. d. in het bezit is van een geldig rijksdiploma brandweerduiker; e. e. minimaal 2 jaar ervaring heeft als brandweerduiker en tenminste 20 oefenduiken heeft gemaakt met een totale onderwatertijd van tenminste 600 minuten; en f. f. in de 2 jaar voorafgaand aan de opleiding duikploegleider :

      1°.
      tenminste 20 oefenduiken heeft gemaakt met een totale onderwatertijd van tenminste 600 minuten, of
    
    
      2°.
      aan tenminste 20 oefenduiken leiding heeft gegeven, of
    
    
      3°.
      een combinatie van beide.

1°. 1°. tenminste 20 oefenduiken heeft gemaakt met een totale onderwatertijd van tenminste 600 minuten, of 2°. 2°. aan tenminste 20 oefenduiken leiding heeft gegeven, of 3°. 3°. een combinatie van beide.

Artikel 5

1. Het module-examen duikploegleider theorie bestaat uit een schriftelijke deel.

2. Het schriftelijk deel bestaat uit het beantwoorden van vragen over de onderwerpen, bedoeld in deel A van de bij deze regeling behorende bijlage.

3. Het cijfer voor het module-examen duikploegleider theorie is gelijk aan het afgeronde cijfer voor het schriftelijk deel, waarbij een half punt of meer naar boven wordt afgerond en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.

Artikel 6

1. Het module-examen duikploegleider praktijk bestaat uit een praktisch deel.

2. Het praktisch deel bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in deel B van de bij deze regeling behorende bijlage.

3. Het cijfer voor het module-examen duikploegleider praktijk is gelijk aan het afgeronde cijfer behaald voor het praktisch deel, waarbij een half punt of meer naar boven wordt afgerond en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.

Artikel 7

1. Overeenkomstig artikel 9, vijfde lid, van het Algemeen brandweerexamenreglement 1994 wordt het diploma duikploegleider afgegeven, indien de kandidaat in het bezit is van geldige certificaten of vrijstellingen van de modulen, bedoeld in artikel 2.

2. Overeenkomstig het gestelde in artikel 6.3, derde lid van de Arbeidsomstandighedenregeling is het diploma duikploegleider geldig gedurende twee jaar na afgifte.

3. Verlenging van de geldigheid voor de duur van twee jaar van het diploma wordt verleend op basis van een verklaring van de korpsleiding waar betrokkene werkzaam is, waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over voldoende relevante en actuele kennis en beroepservaring.

4. Uit de verklaring als bedoeld in het derde lid blijkt dat betrokkene ten minste voldoet aan de eisen, genoemd in Deel D van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.

5. Voor kandidaten die in 2004 het tijdelijke diploma duikploegleider hebben behaald, geldt een afwijking van de eisen op grond van het vierde lid. Deze afwijking houdt in dat zij ten minste aan 10 duiken leiding hebben gegeven.

Artikel 8

1. Tot 1 juli 2005 wordt voorzien in een tijdelijk diploma duikploegleider.

2.

Voor het tijdelijk diploma duikploegleider komt in aanmerking degene die:

a. a. tenminste 24 jaar oud is; b. b. in het bezit is van:

        1°.
        een geldig rijksdiploma brandweerduiker of van het certificaat brandweerduiker theorie op grond van het Examenreglement brandweerduiker 1995, of
      
      
        2°.
        van het certificaat duikmedisch begeleider; en

1°. 1°. een geldig rijksdiploma brandweerduiker of van het certificaat brandweerduiker theorie op grond van het Examenreglement brandweerduiker 1995, of 2°. 2°. van het certificaat duikmedisch begeleider; en c. c. in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag voor het tijdelijk diploma:

        1°.
        ten minste 20 oefenduiken heeft gemaakt met een totale onderwatertijd van ten minste 600 minuten, of
      
      
        2°.
        aan ten minste 20 oefenduiken leiding heeft gegeven, of
      
      
        3°.
        een combinatie van beide.

1°. 1°. ten minste 20 oefenduiken heeft gemaakt met een totale onderwatertijd van ten minste 600 minuten, of 2°. 2°. aan ten minste 20 oefenduiken leiding heeft gegeven, of 3°. 3°. een combinatie van beide.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement duikploegleider 2004.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Bijlage

Betekenis code

k1 kunnen opzoeken

k2 kunnen herkennen

k3 uit het hoofd kunnen noemen

kunnen noemen van consequenties/gevolgen

kunnen formuleren in eigen woorden

kunnen gebruiken van standaardbegrippen, -principes, -regels, -methoden en -technieken

m1 kunnen verrichten van motorische-/zintuiglijke vaardigheden

m2 bedreven zijn in bepaalde motorische-/zintuiglijke vaardigheden

s1 beschikken over bepaalde sociale vaardigheden

s2 beheersen van bepaalde sociale vaardigheden

Om voor verlenging van de geldigheid van het diploma duikploegleider in aanmerking te komen, moet de duikploegleider aan onderstaande eisen voldoen: