40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
8.5 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren | BWBR0013638 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-05-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013638 | Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren |
Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, kan onder jongeren in bijzondere situaties ook worden verstaan kansarme jongeren van niet-Antilliaanse afkomst.
Artikel 2
1. De minister verstrekt in de periode 2002 tot en met 2004 op aanvraag een subsidie aan een intermediair die, al dan niet samen met andere organisaties, een gesloten keten van voorzieningen realiseert welke keten het integratieproces van jongeren bevordert. De voorzieningen dienen in samenhang met elkaar en tijdelijk aan een jongere te worden aangeboden, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke situatie van de jongere. De voorzieningen worden uitsluitend aan een jongere aangeboden onder de voorwaarde dat deze jongere meewerkt aan de bevordering van zijn inburgering of integratie.
2. Geen subsidie wordt verstrekt voor dat deel van de voorzieningen dat reeds door de overheid of derden wordt gefinancierd.
Artikel 3
1. Het beschikbare budget voor het verlenen van de subsidies bedraagt voor de periode 2002 tot en met 2004 in totaal € 10.890.725.
2. Voor een begrotingsjaar kan een subsidieplafond worden vastgesteld voor het in dat jaar verlenen van subsidies op grond van deze regeling.
Artikel 4
De te verstrekken subsidies worden beschikbaar gesteld onder voorbehoud van autorisatie door de begrotingswetgever.
Paragraaf 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag
Artikel 5
1. Een aanvraag om een subsidie wordt door een intermediair ingediend uiterlijk 1 oktober 2004.
2.
De aanvraag gaat vergezeld van:
a. a. een projectplan als bedoeld in artikel 9; b. b. een verklaring van het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente waaruit blijkt dat het college instemt met het projectplan.
Artikel 6
1. De minister geeft een beschikking binnen drie maanden nadat de aanvraag is ingediend.
2. De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien de verklaring, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, ontbreekt of het projectplan niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 9.
Artikel 7
1.
In de beschikking, bedoeld in artikel 6, eerste lid, kan de minister verplichtingen stellen over onder andere:
a. a. de bestemming van de subsidie; b. b. het uitbrengen van een tussentijds inhoudelijk verslag door de intermediair; c. c. het uitbrengen van een tussentijds financieel verslag, al dan niet voorzien van een accountantsverklaring, door de intermediair.
2. De minister kan in de beschikking, bedoeld in artikel 6, eerste lid, bepalen op welke wijze de betaling van de subsidie zal plaatsvinden.
3. De minister kan in een beschikking de hoogte van de subsidie wijzigen in het geval het tussentijds inhoudelijk verslag of het tussentijds financieel verslag daartoe aanleiding geeft.
4. In de beschikking, bedoeld in het derde lid, kan de minister nadere verplichtingen stellen.
Artikel 8
1. De minister kent, met inachtneming van de voorwaarden van deze regeling, een subsidie toe voorzover er beschikbaar budget, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is en, voorzover van toepassing, het subsidieplafond voor het betreffende begrotingsjaar, bedoeld in artikel 3, tweede lid, nog niet is bereikt.
2. De toekenning van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in volgorde van ontvangst van de aanvraag met dien verstande dat de dag waarop de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 9, geldt als datum van ontvangst.
Paragraaf 3. Projectplan
Artikel 9
1. Het projectplan bevat een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de gesloten keten van voorzieningen, bedoeld in artikel 2, te realiseren.
2. Het projectplan bevat een begroting.
3. Het projectplan heeft betrekking op de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk tot en met 2006.
4. Het projectplan geeft aan op welke wijze de problemen in het bestaande beleid van de gemeente gericht op opleiding en werk voor jongeren door de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, worden opgelost dan wel verminderd.
5. Het projectplan geeft aan aan hoeveel jongeren jaarlijks naar verwachting de voorzieningen worden aangeboden en waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 10 wordt gesloten.
6. Het projectplan geeft aan, door middel van het overleggen van een modelovereenkomst, op welke wijze aan de verplichting, bedoeld in artikel 10, wordt voldaan.
7. Het projectplan geeft aan op welke wijze de voorzieningen onderling op elkaar aansluiten.
8. Het projectplan geeft aan op welke wijze de Antilliaanse gemeenschap is betrokken bij de opzet van het projectplan en wordt betrokken bij de uitvoering van het projectplan.
9. Het projectplan geeft aan op welke wijze jongeren door mentoren en begeleiders worden begeleid.
10. Het projectplan geeft aan op welke wijze wordt gerealiseerd dat de voorzieningen na afloop van de periode waarop het projectplan betrekking heeft, aan jongeren worden aangeboden.
Artikel 10
1. Met een jongere aan wie de voorzieningen worden aangeboden wordt een overeenkomst gesloten.
2.
In deze overeenkomst is in ieder geval opgenomen:
a. a. dat de voorzieningen worden aangeboden onder de voorwaarde dat de jongere meewerkt aan de bevordering van zijn inburgering of integratie; b. b. een beschrijving van de voorzieningen; c. c. de periode waarin de voorzieningen worden aangeboden; d. d. de gevolgen van het niet nakomen van de overeenkomst door de jongere.
Artikel 11
1. De uitvoeringsorganisatie kan ondersteuning bieden bij het opstellen van het projectplan.
2. De uitvoeringsorganisatie toetst het projectplan dat aan de minister is voorgelegd aan de voorwaarden, genoemd in artikel 9, en aan het protocol dat door de minister wordt vastgesteld aan de hand waarvan de uitvoeringsorganisatie beoordeelt of het projectplan een wezenlijke bijdrage levert aan het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
3. In het geval de uitvoeringsorganisatie van mening is dat het projectplan aanpassing behoeft, biedt zij daarvoor gelegenheid. Zij stelt daarbij een termijn en geeft aan op welke onderdelen het projectplan zou kunnen worden aangepast.
4. Nadat het projectplan is getoetst en, voorzover van toepassing, is aangepast, voorziet de uitvoeringsorganisatie het projectplan van een advies aan de minister over de mate waarin, door het uitvoeren van het projectplan, een bijdrage wordt geleverd aan het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt, een advies over de hoogte van de subsidie en een advies over eventueel te stellen verplichtingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
Paragraaf 4. Financieel en inhoudelijk verslag
Artikel 12
De intermediair brengt uiterlijk drie maanden na afronding van het projectplan, doch uiterlijk 1 april 2007, een financieel eindverslag uit over de besteding van de subsidie tezamen met een inhoudelijk eindverslag. Het financieel eindverslag is voorzien van een accountantsverklaring.
Artikel 13
1. De minister kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit het tussentijds financieel verslag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c, het financieel eindverslag, bedoeld in artikel 12, het tussentijds inhoudelijk verslag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, of het inhoudelijk eindverslag, bedoeld in artikel 12, blijkt dat de subsidie niet is besteed volgens de verplichtingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid of, voor zo ver van toepassing, de nadere verplichtingen, bedoeld in artikel 7, vierde lid.
2. Onverminderd het eerste lid, kan de minister de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien de intermediair niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 10.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 14
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 25 april 2002.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren.