40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.9 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financieringsregeling Toeslagenfonds en Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten | BWBR0016020 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0016020 | Financieringsregeling Toeslagenfonds en Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten |
Financieringsregeling Toeslagenfonds en Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. b. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; c. c. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; d. d. Tijdelijke wet BIA: Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria; e. e. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; f. f. Wajong-fonds: Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten; g. g. valutadag: de op de rekening courantafschriften aangegeven dag van betaling; h. h. overige posten: wettelijke rente, proceskosten, rentelasten, ontvangsten met betrekking tot verhaal op grond van artikel 61 Wajong, en de vereveningsbijdrage, bedoeld in artikel 48 van de Wajong.
Artikel 2
1.
Op de zesde dag van elke maand verstrekt het UWV aan de Minister:
a. a. een raming van de uitgaven met betrekking tot het Toeslagenfonds, onderscheidenlijk het Wajong-fonds, in deze maand; en b. b. een opgave van de gerealiseerde uitgaven met betrekking tot het Toeslagenfonds, onderscheidenlijk het Wajong-fonds, over de maand gelegen twee maanden voor deze maand.
2. Indien de dag, bedoeld in het eerste lid, een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, vindt de verstrekking plaats op de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
Artikel 3
1. Met als valutadag de elfde dag van elke maand stort de Minister het bedrag van de geraamde uitgaven van het Toeslagenfonds, onderscheidenlijk het Wajong-fonds, in die maand op de rekening-courant ten name van het UWV bij de Minister van Financiën. De Minister kan, na overleg met het UWV, van het geraamde bedrag afwijken.
2. Met als valutadag de elfde dag van elke maand verrekent de Minister het verschil tussen de gerealiseerde uitgaven en de geraamde uitgaven in de maand gelegen twee maanden voor die bedoeld in het eerste lid, met het bedrag bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de dag, bedoeld in het eerste en tweede lid, een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, vindt de afdracht plaats met als valutadag de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
Artikel 4
1.
In de raming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden, overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlagen 1 en 2, afzonderlijk per wet vermeld:
a. a. de totaalbedragen aan geraamde toeslagen op grond van de Toeslagenwet en uitkeringen op grond van de Tijdelijke wet BIA en de Wajong, inclusief de op grond van enige wet over de toeslagen en uitkeringen door UWV verschuldigde premies, die niet op deze toeslagen en uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op overige posten, en b. b. de totaalbedragen aan geraamde uitvoeringskosten van de Toeslagenwet, de Tijdelijke wet BIA en de Wajong.
2. De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde bedragen omvatten tevens de geraamde vakantie-uitkeringen.
3. In de raming worden tevens de geraamde uitgaven opgenomen die op grond van artikel 42 Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en de daarop berustende bepalingen ten laste van het Wajong-fonds komen.
Artikel 5
1.
In de opgave van de gerealiseerde uitgaven, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, worden overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlagen 3 en 4, afzonderlijk per wet vermeld:
a. a. de totaalbedragen aan uitbetaalde toeslagen op grond van de Toeslagenwet en uitkeringen op grond van de Tijdelijke wet BIA en de Wajong, inclusief de op grond van enige wet over de toeslagen en uitkeringen door UWV verschuldigde premies, die niet op deze toeslagen en uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op overige posten, en b. b. de totaalbedragen aan gerealiseerde uitvoeringskosten van de Toeslagenwet, de Tijdelijke wet BIA en de Wajong.
2. De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde bedragen omvatten tevens de uitbetaalde vakantie-uitkeringen.
3. In de opgave worden tevens de gerealiseerde uitgaven opgenomen die op grond van artikel 42 Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en de daarop berustende bepalingen ten laste van het Wajong-fonds komen.
Artikel 6
1. Uiterlijk op 1 juni dient het UWV de afrekening over het afgelopen kalenderjaar bij de Minister in.
2. In de afrekening wordt, op basis van de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet SUWI, de kasstroom inzichtelijk gemaakt, en deze wordt afzonderlijk per wet vermeld voor de toeslagen op grond van de Toeslagenwet en de uitkeringen op grond van de Tijdelijke wet BIA en de Wajong inclusief de op grond van enige wet over de toeslagen en uitkeringen door UWV verschuldigde premies, die niet op deze toeslagen en uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op overige posten en de vakantie-uitkeringen, alsmede de uitvoeringskosten op grond van de Toeslagenwet, de Tijdelijke wet BIA en de Wajong.
3. Op grond van de afrekening, bedoeld in het eerste lid, vindt voor 15 juli een betaling plaats ten gunste of ten laste van het Toeslagenfonds onderscheidenlijk het Wajong-fonds.
Artikel 7
De Minister stelt jaarlijks voor 31 oktober de omvang van de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Toeslagenfonds, onderscheidenlijk het Wajong-fonds, over het afgelopen kalenderjaar vast, gespecificeerd overeenkomstig artikel 5.
Artikel 8
De Financieringsregeling Toeslagenwet en de Financieringsregeling Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten worden ingetrokken.
Artikel 9
De Financieringsregeling Toeslagenwet en de Financieringsregeling Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten blijven van toepassing op de kalenderjaren voor 2004.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Financieringsregeling Toeslagenfonds en Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten.
Bijlage 1
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bijlage 2
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bijlage 3
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bijlage 4
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.