rijk/ministeriele-regeling/gecombineerd-goederenvervoer-1998/BWBR0009546/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.3 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Gecombineerd goederenvervoer 1998 BWBR0009546 ministeriele-regeling geldend 1998-04-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009546 Gecombineerd goederenvervoer 1998

Gecombineerd goederenvervoer 1998

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1.

De Minister kan, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, ter bevordering van het gebruik van het gecombineerd goederenvervoer subsidie verlenen voor de koop of lease van specifiek op het gecombineerd goederenvervoer afgestemd nieuw vervoermaterieel indien het betreft:

a. a. wissellaadbakken met speciale voorzieningen; b. b. containers, tenminste twee Euro-pallets breed; c. c. draaisystemen voor wissellaadbakken als bedoeld onder a; d. d. specifiek voor (continentaal) vervoer aangepaste opleggers met luchtvering, behorende tot één van de volgende categorieën:

        1º
         Huckepack-opleggers;
      
      
        2º
        opleggers voorzien van twistlocks ten behoeve van voor- en natransport van gecombineerd-vervoertrajecten voor eenheden zoals bedoeld onder a, b, e, f en g;

1º 1º Huckepack-opleggers; 2º 2º opleggers voorzien van twistlocks ten behoeve van voor- en natransport van gecombineerd-vervoertrajecten voor eenheden zoals bedoeld onder a, b, e, f en g; e. e. wissellaadketels en tankcontainers; f. f. druk- en bulk-containers en druk- of bulk-laadbakken van minimaal 30 feet; g. g. ECO-carriers.

2. De verplichting tot koop of lease van het in het eerste lid genoemde materieel wordt aangegaan uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening, waarbij de levering en de betaling of, ingeval van lease de betaling van de eerste termijn, in ieder geval plaatsvinden in de periode van 22 november 1997 tot 15 oktober 1998.

3. De subsidie bedraagt voor materieel genoemd in het eerste lid onder:

4. Per aanvraag kan voor maximaal 40 eenheden materieel subsidie worden toegekend.

Artikel 3

Het subsidieplafond dat aan het toekennen van subsidies ingevolge deze regeling wordt gesteld, bedraagt f 5 miljoen.

Artikel 4

1.

Transportondernemingen kunnen ter verkrijging van subsidie een aanvraag indienen. De aanvraag kan uitsluitend in de periode van 11 mei 1998 tot 25 mei 1998 worden ingediend bij:

Senter, Postbus 10073, 8000 GB Zwolle

2. Aanvragen worden niet per fax ingediend.

3.

Voor het indienen van de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het bij Senter verkrijgbare aanvraagformulier waaraan wordt toegevoegd:

a. a. een recent uittreksel van de inschrijving van de aanvragende onderneming in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; b. b. een toelichting op de voorgenomen wijze van inzet van het materieel en het vervoertraject; c. c. een afschrift van de koopovereenkomst onder aanduiding van het geïnvesteerde bedrag per bestelde eenheid dan wel een door de leverancier gespecificeerde offerte, of d. d. een afschrift van de lease-overeenkomst dan wel een door een lease-maatschappij gespecificeerde offerte.

4. Per transportonderneming wordt slechts één aanvraag in behandeling genomen.

Artikel 5

1. De Minister beslist op de aanvraag binnen zes weken na ontvangst.

2. De aanvragen worden behandeld in volgorde van ontvangst met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvullende gegevens zijn ontvangen geldt als datum van ontvangst.

3. Indien meer aanvragen op dezelfde dag zijn ontvangen die betrekking hebben op een totaalbedrag dat aan subsidie toegekend zou kunnen worden dat hoger is dan het resterende gedeelte van het subsidieplafond, dan wordt het resterende gedeelte naar evenredigheid over deze aanvragen verdeeld.

4.

Behalve de in de Algemene wet bestuursrecht geregelde gevallen wordt de aanvraag ook afgewezen:

a. a. indien hij niet binnen de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode bij Senter is ingediend; b. b. voorzover de aanvraag geen betrekking heeft op de aanschaf van materieel als bedoeld in artikel 2, eerste lid; c. c. voor het gedeelte waarmee het in artikel 2, vierde lid, genoemde maximum wordt overschreden; d. d. indien gegronde reden bestaat om aan te nemen dat het materieel waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet voor het overgrote deel voor het gecombineerd goederenvervoer gebruikt zal worden.

Artikel 6

De beschikking tot subsidieverlening bevat in elk geval:

a. a. een aanduiding van het soort en het aantal eenheden materieel waarvoor subsidie wordt verleend, voor zover mogelijk onder vermelding van de registratienummers; b. b. het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

Artikel 7

1. De subsidie-ontvanger is verplicht het materieel waarvoor subsidie is verstrekt in te zetten voor het gecombineerd goederenvervoer en dit tot 1 januari 2001 als eigenaar of als lessee bedrijfsmatig in gebruik te houden. Vóór 1 april 2001 verklaart de subsidie-ontvanger door indiening van een - per eenheid materieel gespecificeerde - verklaring welke is mede-ondertekend door een registeraccountant of accountant/administratief consulent, aan deze verplichting te hebben voldaan.

2. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid stelt de subsidie-ontvanger Senter onverwijld in kennis indien hij met betrekking tot een of meer eenheden niet langer voldoet aan de in het eerste lid bedoelde verplichting of indien de lease-overeenkomst met betrekking tot het gesubsidieerde materieel wordt gewijzigd of beëindigd.

3. De subsidie-ontvanger is verplicht zijn medewerking te verlenen aan eventuele onderzoeken naar de doelmatigheid van de subsidie.

Artikel 8

1. In afwijking van artikel 4, vierde lid, kunnen transportondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep slechts één gezamenlijke aanvraag indienen, waarbij één van die ondernemingen de aanvraag indient namens de overige ondernemingen. Indien op de aanvraag positief wordt beschikt, wordt de subsidie toegekend aan de onderneming die als indiener van de aanvraag is opgetreden.

2. Een onderneming, niet zijnde een transportonderneming, die deel uitmaakt van een groep, kan, in afwijking van artikel 4, eerste lid, een aanvraag ter verkrijging van subsidie indienen ter zake van de koop of de lease van het in artikel 2, eerste lid, bedoelde mate rieel dat bestemd is te worden ingezet door een of meer transportondernemingen binnen de groep.

3.

In het geval, bedoeld in het vorige lid, zijn, in afwijking van artikel 7, eerste lid, de transportondernemingen verplicht het materieel bedrijfsmatig in gebruik te houden tot 1 januari 2001.

Vóór 1 april 2001 verklaren de subsidie-ontvanger en de transportonderneming gezamenlijk - door indiening van een per eenheid gespecificeerde verklaring welke is mede-ondertekend door een registeraccountant of accountant/administratief consulent - het materieel tot eerstgenoemde datum als verhuurder te hebben afgestaan respectievelijk als afnemer bedrijfsmatig in gebruik te hebben gehouden.

4. Artikel 7, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9

1. Subsidie-ontvangers kunnen een aanvraag tot vaststelling van de subsidie indienen vóór 1 november 1998.

2. Aanvragen worden niet per fax ingediend.

3.

Voor het indienen van de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het daartoe bestemde aanvraagformulier, waaraan de volgende gegevens worden toegevoegd:

a. a. bij koop van het te subsidiëren materieel: een betalingsbewijs, onder vermelding van het per eenheid geïnvesteerde bedrag exclusief BTW; b. b. bij lease van het te subsidiëren materieel: het betalingsbewijs van de eerste termijn.

Artikel 10

1. De Minister neemt binnen 6 weken na ontvangst een beslissing op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

2. De subsidie wordt binnen twee weken na de subsidievaststelling betaald.

Artikel 11

Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn belast de medewerkers van Senter.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.