rijk/ministeriele-regeling/instelling-begeleidingscommissie-voor-functie-f2/BWBR0002963/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

2.7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instelling begeleidingscommissie voor functie F2 BWBR0002963 ministeriele-regeling geldend 1975-05-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002963 Instelling begeleidingscommissie voor functie F2

Instelling begeleidingscommissie voor functie F2

Artikel 1

Ingesteld wordt een begeleidingscommissie voor de functie F2, hierna te noemen: de commissie.

Artikel 2

De commissie heeft tot taak:

a. a. Het volgen van de ontwikkelingen van de F2-functie in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Maatschappelijke Opbouw. b. b. Het vaststellen van de procedure met betrekking tot onderzoek, rapportage (vaststelling rapportageformulieren) en evaluatie (opstellen evaluatiecriteria) van de F2-functie in overleg met het N.I.M.O.

Artikel 3

1.

De commissie bestaat uit 13 leden, te weten een voorzitter en de volgende overige leden:

a. a. een lid op voordracht van de Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn; b. b. een lid op voordracht van de Vereniging van Nederlandse gemeenten; c. c. twee leden op voordracht van het Interprovinciaal Overleg; d. d. vijf leden op voordracht van de landelijke samenwerkingsorganen; e. e. een lid aangewezen door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk; f. f. twee leden-deskundigen.

2.

De voorzitter en de overige leden worden door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk benoemd.

De commissie kan uit haar midden een ondervoorzitter benoemen.

Artikel 4

De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk voegt aan de commissie toe:

a. a. een secretaris; b. b. twee adviseurs.

Artikel 5

De voorstellen, nota's en rapporten van de commissie worden vastgesteld bij meerderheid van stemmen en schriftelijk aan de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk aangeboden. Ieder lid is bevoegd een afwijkende mening daarin te doen opnemen.

Artikel 6

Aan de voorzitter en de niet-ambtelijke leden wordt uit 's Rijks kas vergoeding voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen, welke voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's Rijksdienst gelden voor categorie A.

Artikel 7

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen van het Besluit post- en archiefzaken rijksadministratie 1950 (Stb. K-425), op overeenkomstige wijze als ten departemente van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie in het archief van het departement van Cultuur. Recreatie en Maatschappelijk Werk opgenomen.