rijk/ministeriele-regeling/instelling-commissie-herijking-omvang-verplichte-procesvertegenwoordiging/BWBR0008014/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

3.6 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instelling Commissie herijking omvang verplichte procesvertegenwoordiging BWBR0008014 ministeriele-regeling geldend 1996-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008014 Instelling Commissie herijking omvang verplichte procesvertegenwoordiging

Instelling Commissie herijking omvang verplichte procesvertegenwoordiging

Artikel 1

Een commissie in te stellen met als taak, in het licht van de conclusies en aanbevelingen van de werkgroep, te onderzoeken op welke terreinen verplichte procesvertegenwoordiging voorgeschreven dient te worden.

Artikel 2

In de commissie hebben zitting:

a. a. als voorzitter:

      mr. A.H. van Delden, president arrondissementsrechtbank te s-Gravenhage;
  • mr. A.H. van Delden, president arrondissementsrechtbank te s-Gravenhage; b. b. als leden:

        prof. mr. A.F.M. Brenninkmeijer, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Leiden;
    
    
        prof. dr. F. Bruinsma, hoogleraar rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht;
    
    
        mr. R.T. van Leeuwen, kantonrechter te Leiden;
    
    
        prof. mr. A.I.M. van Mierlo, hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam;
    
    
        mevrouw mr. E. Swaab, advocaat te Amsterdam;
    
    
        mr. F.H. de Vries, vice-president arrondissementsrechtbank te Arnhem;
    
    
        mr. J.G. de Vries Robbé, advocaat te Den Haag;
    
  • prof. mr. A.F.M. Brenninkmeijer, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Leiden;

  • prof. dr. F. Bruinsma, hoogleraar rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht;

  • mr. R.T. van Leeuwen, kantonrechter te Leiden;

  • prof. mr. A.I.M. van Mierlo, hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam;

  • mevrouw mr. E. Swaab, advocaat te Amsterdam;

  • mr. F.H. de Vries, vice-president arrondissementsrechtbank te Arnhem;

  • mr. J.G. de Vries Robbé, advocaat te Den Haag; c. c. als adviserende leden:

        mevrouw mr. M.C.C. Hueber, raadadviseur, bij de directie wetgeving van het ministerie van Justitie;
    
    
        mevrouw mr. J.R. Mantz, senior beleidsmedewerkster bij de directie beleid van het ministerie van Justitie;
    
    
        mr. drs. J.M. Schoenmakers, plaatsvervangend hoofd van de dienst rechtsbijstand en juridische beroepen van het ministerie van Justitie;
    
    
         mr. J.J. Wiarda, raadadviseur, bij de directie wetgeving van het ministerie van Justitie.
    
    
         E.J. van der Vlis, juridisch beleidsmedewerker bij de dienst rechtsbijstand en juridische beroepen van het ministerie van Justitie, tevens secretaris.
    
  • mevrouw mr. M.C.C. Hueber, raadadviseur, bij de directie wetgeving van het ministerie van Justitie;

  • mevrouw mr. J.R. Mantz, senior beleidsmedewerkster bij de directie beleid van het ministerie van Justitie;

  • mr. drs. J.M. Schoenmakers, plaatsvervangend hoofd van de dienst rechtsbijstand en juridische beroepen van het ministerie van Justitie;

  • mr. J.J. Wiarda, raadadviseur, bij de directie wetgeving van het ministerie van Justitie.

  • E.J. van der Vlis, juridisch beleidsmedewerker bij de dienst rechtsbijstand en juridische beroepen van het ministerie van Justitie, tevens secretaris.

Artikel 3

De commissie zal vóór 1 november 1996 haar rapport uitbrengen.

Artikel 4

Op de commissie is het Vacatiegelden-besluit 1988 (Stb. 1988, 205) van toepassing.