40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
7.3 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instelling Commissie interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen | BWBR0015054 | ministeriele-regeling | geldend | 2003-05-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0015054 | Instelling Commissie interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen |
Instelling Commissie interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- Commissie: de Commissie Interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen;
- Loket Vlootzaken: het Loket Vlootzaken van Rijkswaterstaat Noordzee;
- Beheerder: degene die is belast met het beheer over een civiel zeegaand rijksvaartuig.
Artikel 2
1. Er is een Commissie Interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen.
2. De Commissie wordt bijgestaan door een secretariaat en het Loket Vlootzaken.
Artikel 3
1.
De Commissie adviseert de ministers van Verkeer en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Financiën, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen jaarlijks omtrent:
a. a. het interdepartementaal gebruik van de bij de in de aanhef genoemde ministeries in beheer zijnde civiele zeegaande rijksvaartuigen; b. b. de verwerving van civiele zeegaande vaartuigen voor de rijksoverheid; en c. c. de verwerving van civiele zeegaande vaartuigen ten behoeve van stichtingen of andere instellingen die geheel of overwegend door de rijksoverheid worden gesubsidieerd.
2. De Commissie doet van een door haar uitgebracht advies als bedoeld in het eerste lid, een afschrift toekomen aan het Interdepartementaal Directeuren Overleg Noordzee.
Artikel 4
1. De Commissie ontwerpt met betrekking tot de civiele zeegaande vaartuigen voor de in artikel 3 genoemde ministers jaarlijks een interdepartementaal vlootplan.
2.
Het in het eerste lid bedoelde vlootplan wordt opgesteld aan de hand van:
a. a. de jaarlijks door de afzonderlijke ministers of beheerders in te dienen vlootplannen en operationele en financiële gegevens; en b. b. de geplande operationele inzet en ontwikkelingen vanuit:
-
het Nederlands Hydrografisch Instituut, als federatieve samenwerkingsorganisatie voor hydrografische activiteiten van een aantal rijksdiensten; en
-
de Kustwacht, als samenwerkingsorganisatie van een aantal operationele rijksdiensten.
-
-
het Nederlands Hydrografisch Instituut, als federatieve samenwerkingsorganisatie voor hydrografische activiteiten van een aantal rijksdiensten; en
-
-
-
de Kustwacht, als samenwerkingsorganisatie van een aantal operationele rijksdiensten.
-
Artikel 5
De Commissie bestaat uit een voorzitter, een secretaris, en zes leden.
Artikel 6
1. De voorzitter en de secretaris van de Commissie worden benoemd door de Minister van Verkeer en Waterstaat.
2.
De leden van de Commissie worden als volgt aangewezen:
a. a. één lid door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. b. één lid door de Minister van Defensie; c. c. één lid door de Minister van Financiën; d. d. één lid door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; e. e. één lid door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; en f. f. één lid door de Minister van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 7
Het secretariaat van de Commissie wordt verzorgd door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en wordt organisatorisch ondergebracht bij Rijkswaterstaat Noordzee van dat ministerie.
Artikel 8
De Commissie stelt haar advies op overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van haar leden.
Een afwijkende mening van een lid kan op diens verzoek in het advies worden vermeld en in een minderheidsnota bij het advies worden gevoegd.
Artikel 9
1. Een minister, genoemd in artikel 3, of een beheerder meldt aan de voorzitter van de Commissie wanneer er tijdelijk behoefte aan een civiel zeegaand vaartuig bestaat.
2. De Commissie overlegt na de ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid over de wijze waarop in de tijdelijke behoefte kan worden voorzien. De voorzitter van de Commissie kan hiertoe voorstellen doen. De Commissie deelt na haar beraadslaging de uitslag aan de minister of beheerder mede.
3. Bij dringende behoefte aan een civiel zeegaand vaartuig overlegt het desbetreffende commissielid, in afwijking van het eerste en tweede lid, met de voorzitter van de Commissie. De uitslag wordt zo spoedig mogelijk aan de leden van de Commissie medegedeeld.
Artikel 10
1. Het Loket Vlootzaken beheert en onderhoudt een databestand met gegevens van de civiele vaartuigen. De beheerders van deze vaartuigen leveren daartoe op verzoek van het Loket Vlootzaken de benodigde gegevens.
2. Het Loket Vlootzaken publiceert iedere twee jaar een overzicht van de bij de in artikel 3 genoemde ministers in beheer zijnde civiele vaartuigen.
Artikel 11
Het Loket Vlootzaken stelt adviezen op betreffende de ontwerptechnische, bedrijfseconomische en financiële aspecten van de volgens het interdepartementale vlootplan bedoeld in artikel 4, eerste lid, te verwerven civiele zeegaande vaartuigen en de wijze van aanbesteding, aankoop of huur van deze vaartuigen.
Artikel 12
Het Loket Vlootzaken kan op verzoek van een in artikel 3 genoemde minister of een beheerder:
a. a. ondersteunend optreden bij de uitvoering van de in artikel 11 bedoelde adviezen met betrekking tot aanbesteding, aankoop of huur van civiele zeegaande vaartuigen; b. b. adviseren met betrekking tot civiele zeegaande vaartuigen, ten aanzien van:
1°
doelmatig gebruik;
2°
plannen en kostenramingen betreffende het jaarlijks onderhoud en belangrijke tussentijdse herstelwerkzaamheden;
3°
verbouwing van bestaande vaartuigen;
4°
het rationaliseren van onderhoudsintervallen.
1° 1° doelmatig gebruik; 2° 2° plannen en kostenramingen betreffende het jaarlijks onderhoud en belangrijke tussentijdse herstelwerkzaamheden; 3° 3° verbouwing van bestaande vaartuigen; 4° 4° het rationaliseren van onderhoudsintervallen.
Artikel 13
De Commissie zendt 4 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Minister van Verkeer en Waterstaat een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.
Artikel 14
Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de op grond van artikel 4 van de Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 mei 1992, nr. ICONA/92.8706 (Stcrt. 1992, 115), houdende de instelling van de Commissie Interdepartementaal Overleg Zeegaande Vaartuigen, genomen beschikkingen op artikel 6 van het onderhavige besluit.
Artikel 15
De Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 mei 1992, nr. ICONA/92.8706 (Stcrt. 1992, 115), houdende de instelling van de Commissie Interdepartementaal Overleg Zeegaande Vaartuigen, wordt ingetrokken.
Artikel 16
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.