rijk/ministeriele-regeling/instellings-en-mandaatbesluit-college-deskundigheid-financiële-dienstverlening-w/BWBR0035213/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.1 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellings- en mandaatbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening Wft BWBR0035213 ministeriele-regeling geldend 2014-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0035213 Instellings- en mandaatbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening Wft

Instellings- en mandaatbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening Wft

Paragraaf 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • besluit: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;
  • centrale examenbank: centrale examenbank, bedoeld in artikel 11e van het besluit;
  • College: College Deskundigheid Financiële Dienstverlening, bedoeld in artikel 2;
  • exameninstituut: exameninstituut als bedoeld in artikel 4:9, derde lid, van de Wft;
  • inhoudelijk beheer: het op basis van de eindtermen en toetstermen, bedoeld in artikel 1 van het besluit, vaststellen van de specificaties en de inhoud van de examens alsmede het vaststellen van de in de centrale examenbank op te nemen examenvragen;
  • Minister: Minister van Financiën;
  • voorzitter: voorzitter van het College of diens plaatsvervanger.

Paragraaf 2. Het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening

Artikel 2

Er is een College Deskundigheid Financiële Dienstverlening.

Artikel 3

1.

Het College adviseert desgevraagd of uit eigen beweging of ondersteunt de Minister met betrekking tot:

a. a. de vaststelling van de eindtermen en toetstermen, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het besluit; b. b. de vaststelling van de eindtermen en toetstermen, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van het besluit; c. c. de toewijzing of afwijzing van een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van het besluit; d. d. het verbinden van voorschriften als bedoeld in artikel 11a, derde lid, van het besluit aan een erkenning als exameninstituut; e. e. het intrekken van een erkenning als bedoeld in artikel 11a, vierde lid, van het besluit; f. f. de regels, bedoeld in artikel 11b, derde lid, van het besluit, met betrekking tot examenreglementen als bedoeld in artikel 11b, tweede lid van het besluit; g. g. de regels, bedoeld in artikel 11ca, vierde lid, van het besluit, met betrekking tot de afgifte van certificaten en diplomas of de verstrekking van duplicaten daarvan; h. h. het toezicht op de naleving van de van toepassing zijnde voorschriften door erkende exameninstituten; i. i. het inhoudelijk beheer van de centrale examenbank; j. j. de regels, bedoeld in artikel 11e, vierde lid, van het besluit, met betrekking tot de inrichting en beheer van de centrale examenbank; k. k. een gelijkstelling als bedoeld in artikel 171, vierde lid van het besluit van reeds bestaande diplomas met diplomas als bedoeld in artikel 7 van het besluit; l. l. het verlenen van een certificaat als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het besluit aan houders van een diploma of erkenning die gedurende een bepaalde periode vakinhoudelijk betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van examens met betrekking tot de voor hun beroepskwalificaties relevante eindtermen en toetstermen; m. m. het verlenen van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, aan houders van een diploma voor financiële dienstverlening van een andere lidstaat of Zwitserland waarmee de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 6, van het besluit, kan worden aangetoond.

2. Op verzoek van de Minister of de Autoriteit Financiële Markten adviseert het College over in dat verzoek nader te specificeren onderwerpen met betrekking tot de in het eerste lid genoemde onderwerpen.

Artikel 4

1. Het College bestaat uit een voorzitter en ten minste twee, maar ten hoogste vijf leden.

2. Het College kan zich bij de uitvoering van zijn taken laten ondersteunen op een door het College te bepalen wijze.

3. De Minister benoemt, na voordracht van het College, de voorzitter en de leden van het College.

Artikel 5

De leden van het College worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vijf jaar en zijn terstond herbenoembaar.

Artikel 6

1.

De voorzitter en de overige leden van het College wordt een vaste vergoeding per maand als bedoeld in artikel 2 eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies toegekend. De beloning bedraagt:

a. a. 20,1% van de jaarwedde van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 voor de voorzitter; b. b. 12,9% van de jaarwedde van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 voor de overige leden.

2. Indien de taakbelasting van een andere persoon die werkzaamheden voor het College verricht daartoe aanleiding geeft, kan aan deze persoon de vaste beloning, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden toegekend.

3. De voorzitter, de overige leden van het College en andere personen die werkzaamheden voor het College verrichten, hebben recht op vergoeding wegens reis- en verblijfskosten. Het Reisbesluit binnenland is van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 3. Mandaatverlening

Artikel 7

Aan de voorzitter wordt mandaat verleend om namens de Minister:

a. a. inlichtingen te verzoeken bij erkende exameninstituten op grond van artikel 11d, eerste lid, van het besluit; b. b. controles uit te voeren als bedoeld in artikel 11d, tweede lid, van het besluit; c. c. het inhoudelijk beheer te voeren over de centrale examenbank; d. d. klachten te behandelen die verband houden met het inhoudelijk beheer.

Artikel 8

1.

Aan de voorzitter wordt mandaat verleend om namens de Minister:

a. a. te beslissen op een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van het besluit; b. b. aan een erkenning als bedoeld in onderdeel a voorschriften of een termijn te verbinden als bedoeld in artikel 11a, derde lid, van het besluit; c. c. een erkenning als bedoeld in onderdeel a in te trekken op grond van artikel 11a, vierde lid, van het besluit; d. d. voor de leden van het College en andere personen die op basis van werkzaamheden voor het College aanspraak hebben op een vergoeding vaststellen van een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies; e. e. een erkenning van beroepskwalificaties aan houders van een door een andere lidstaat of Zwitserland verplicht gestelde beroepskwalificatie met betrekking tot de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 6 van het besluit, te verlenen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties; f. f. een certificaat als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het besluit, aan houders van een diploma of erkenning die gedurende een bepaalde periode vakinhoudelijk betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van examens met betrekking tot de voor hun beroepskwalificaties relevante eindtermen en toetstermen te verlenen.

2. Het in het eerste lid bedoelde mandaat omvat niet, voor zover van toepassing, het beslissen op bezwaar.

Artikel 9

Indien uitvoering wordt gegeven aan de artikelen 7 of 8 luidt de ondertekening:

De Minister van Financiën,

namens deze:

gevolgd door de handtekening en de naam van de voorzitter.

Paragraaf 4. Informatieverstrekking

Artikel 10

Het College verschaft de Minister desgevraagd schriftelijk informatie over de wijze waarop de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 7 en 8, worden uitgeoefend.

Artikel 11

Na beëindiging van de werkzaamheden draagt het College het archief over aan het Ministerie van Financiën.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Het Mandaatbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening Wft wordt ingetrokken.

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2014.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellings- en mandaatbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening Wft