rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-adviescommissie-flexibel-hoger-onderwijs-voor-werkenden/BWBR0033611/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Adviescommissie flexibel hoger onderwijs voor werkenden BWBR0033611 ministeriele-regeling geldend 2013-06-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0033611 Instellingsbesluit Adviescommissie flexibel hoger onderwijs voor werkenden

Instellingsbesluit Adviescommissie flexibel hoger onderwijs voor werkenden

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *wet:* de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

b. b.

    *minister:* de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor zover het instellingen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving betreft, de Minister van Economische Zaken;

c. c.

    *adviescommissie:* de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

Er is een Adviescommissie Flexibel hoger onderwijs voor werkenden.

Artikel 3

De commissie heeft tot taak:

    1. Het uitbrengen van advies aan de minister over:

      a.
      versterking van de flexibiliteit en vraaggerichtheid van het hoger onderwijs voor de volwassen beroepsbevolking, leidend tot meer participatie van (werkende) volwassenen aan het hoger onderwijs en vergroting van het aandeel hoger opgeleiden in de beroepsbevolking, aansluitend op de vraag van de arbeidsmarkt;
      
      
      b.
      welke beleidsinstrumenten daartoe op korte en lange termijn dienen te worden ingezet;
      
      
      c.
      hoe de financiering van het hoger onderwijs voor deze doelgroep dient te worden vormgegeven worden, zodanig dat het bijdraagt aan de gewenste flexibiliteit en vraaggerichtheid, en
      
      
      d.
      welke (wijzigingen in de) kaders in wet- en regelgeving nodig zijn om de gewenste versterking van de flexibiliteit en vraaggerichtheid van het aanbod hoger onderwijs voor werkenden te realiseren.
      

a. a. versterking van de flexibiliteit en vraaggerichtheid van het hoger onderwijs voor de volwassen beroepsbevolking, leidend tot meer participatie van (werkende) volwassenen aan het hoger onderwijs en vergroting van het aandeel hoger opgeleiden in de beroepsbevolking, aansluitend op de vraag van de arbeidsmarkt; b. b. welke beleidsinstrumenten daartoe op korte en lange termijn dienen te worden ingezet; c. c. hoe de financiering van het hoger onderwijs voor deze doelgroep dient te worden vormgegeven worden, zodanig dat het bijdraagt aan de gewenste flexibiliteit en vraaggerichtheid, en d. d. welke (wijzigingen in de) kaders in wet- en regelgeving nodig zijn om de gewenste versterking van de flexibiliteit en vraaggerichtheid van het aanbod hoger onderwijs voor werkenden te realiseren. 2. 2. Het uitbrengen van advies aan de minister over de inrichting van experimenteerruimte, die met ingang van het studiejaar 2014/2015 wordt geboden door middel van een Algemene Maatregel van Bestuur op basis van het innovatieartikel 1.7a van de WHW.

Artikel 4

De commissie wordt ingesteld met ingang van 24 april 2013 en wordt opgeheven per 31 december 2013.

Artikel 5

1.

Tot leden van de commissie worden benoemd:

a. a. Prof. dr. A.H.G. Rinnooy Kan, tevens voorzitter; b. b. E.M. Bouwers; c. c. Dr. K.L.L.M. Dittrich; d. d. Prof. dr. E.J. Fischer; e. e. Mr. N.J.J. van Kesteren; f. f. Drs. P.L.A. Rüpp; g. g. Drs. A.H.P.M. Wintels.

2. De leden van de commissie nemen deel aan de beraadslagingen en besluitvorming zonder last of ruggespraak.

3. De commissie wordt bijgestaan door een secretariaat. De leden van het secretariaat zijn geen lid van de commissie.

4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

Artikel 6

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. Het kan daarbij gaan om experts op de relevante onderwerpen, inclusief, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.

Artikel 7

1. De voorzitter en andere leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen per vergadering een vergoeding.

2. De vergoeding per vergadering van de leden van de commissie bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

4. De voorzitter en andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

5. Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden als één vergadering aangemerkt.

Artikel 8

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële en inhoudelijke ondersteuning; b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.

Artikel 9

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door de minister gewenste inlichtingen.

Artikel 10

De commissie biedt de minister jaarlijks een adviesrapport dat in ieder geval de in artikel 3 genoemde onderdelen van het gevraagde advies bevat.

Artikel 11

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht. Rapporten, notities, verslagen en andere producten die betrekking hebben op instellingen die opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving verzorgen, worden uitgebracht aan de minister van Economische Zaken.

Artikel 12

De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom.

Artikel 13

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie FM&ICT van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 24 april 2013.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 juni 2014.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Adviescommissie flexibel hoger onderwijs voor werkenden.