rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-begeleidingscommissie-onderzoek-pilots-werken-naar-vermogen/BWBR0027713/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

3.7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Begeleidingscommissie onderzoek pilots Werken naar vermogen BWBR0027713 ministeriele-regeling geldend 2010-06-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027713 Instellingsbesluit Begeleidingscommissie onderzoek pilots Werken naar vermogen

Instellingsbesluit Begeleidingscommissie onderzoek pilots Werken naar vermogen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *de commissie:* de Begeleidingscommissie onderzoek pilots Werken naar vermogen;

b. b.

    *het onderzoek:* het onderzoek naar de uitvoering van de pilots Werken naar vermogen;

c. c.

    *de minister:* de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

d. d.

    *het ministerie:* het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 2

1. Er is een commissie die het onderzoek naar de uitvoering van de pilots Werken naar vermogen begeleidt.

2. De commissie wordt ingesteld voor een periode van vier jaar, die aanvangt op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 3

De commissie heeft tot taak:

a. a. toe te zien op een inhoudelijk en onderzoekstechnisch adequate uitvoering van het onderzoek; b. b. naar vermogen eventuele door het onderzoeksbureau gewenste inlichtingen zo snel mogelijk beschikbaar te stellen; c. c. het waarborgen van de samenhang in het onderzoek; d. d. de minister te voorzien van haar oordeel over de kwaliteit van de rapportages.

Artikel 4

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en dertien leden.

2. De minister benoemt de voorzitter en de leden van de commissie.

3. De volgende organisaties zijn in de commissie vertegenwoordigd met telkens één lid: de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Vereniging van directeuren van overheidsorganen voor sociale arbeid (Divosa), het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), Brancheorganisatie sociale werkgelegenheid & arbeidsintegratie (Cedris), de Verbond Nederlandse Ondernemingen - Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (VNO-NCW), de Koninklijke Vereniging Midden en Kleinbedrijf Nederland (MKB NL), de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV), Algemene Bond Van Ambtenaren en de Katholieke Bond van Overheidspersoneel (ABVAKABO), de Landelijke Cliëntenraad (LCR), de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad (CG-Raad).

4. Het ministerie is vertegenwoordigd met twee leden in de commissie.

Artikel 5

1. Het secretariaat wordt gevoerd door het ministerie.

2. De minister wijst een ambtenaar van het ministerie aan als secretaris.

3. De secretaris van de commissie is uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie.

Artikel 6

1. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het ministerie.

2. De bescheiden worden na afloop van de periode, bedoeld in artikel 9, tweede lid, opgenomen in het archief van het ministerie.

Artikel 7

Aan de voorzitter van de commissie wordt een vergoeding per vergadering toegekend. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Artikel 8

De commissie komt tenminste twee keer per jaar bijeen.

Artikel 9

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 juli 2014.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Begeleidingscommissie onderzoek pilots Werken naar vermogen.