40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.7 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Commissie Aanpak leerlingendaling voortgezet onderwijs | BWBR0041315 | ministeriele-regeling | geldend | 2018-09-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041315 | Instellingsbesluit Commissie Aanpak leerlingendaling voortgezet onderwijs |
Instellingsbesluit Commissie Aanpak leerlingendaling voortgezet onderwijs
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*Minister:* Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
b. b.
*commissie:* commissie, bedoeld in artikel 2;
c. c.
*voortgezet onderwijs:* voortgezet onderwijs, bedoeld in art. 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
Artikel 2
Er is een Commissie Aanpak leerlingendaling voortgezet onderwijs.
De commissie heeft tot taak:
In kaart te brengen wat de invloed is van teruglopende leerlingenaantallen in het voortgezet onderwijs als gevolg van demografische krimp op het niveau van het Nederlandse stelsel voor voortgezet onderwijs en op niveau van schoolbesturen en scholen;
In kaart te brengen in hoeverre schoolbesturen in staat zijn om gezamenlijk zorg te dragen voor een toekomstbestendig onderwijsaanbod in de regio waarin hun scholen zijn gevestigd en te adviseren over manieren waarop zij daar beter toe in staat kunnen worden gesteld;
Daarbij aandacht te besteden aan vraagstukken die ontstaan als gevolg van leerlingendaling, de mogelijke oplossingsrichtingen daarvoor en de consequenties van mogelijke oplossingen. Daarbij betrekt de commissie ook de motie Rog c.s.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 31 293, nr. 405., waarin de Kamer verzoekt om samen met het onderwijsveld te onderzoeken hoe een omgekeerde doelmatigheidstoets kan worden ingericht en scholen gezamenlijk verantwoordelijk worden voor een dekkend onderwijsaanbod in de regio.
Met haar werkzaamheden bij te dragen aan het vergroten van het besef van urgentie van de gevolgen van de ontwikkelingen van de leerlingenaantallen bij schoolbesturen en andere betrokkenen.
Artikel 3
1.
De commissie bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.
De voorzitter en de andere leden worden door de Minister benoemd.
Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Minister een ander lid benoemen.
De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de Minister.
Artikel 4
De commissie wordt ingesteld voor de duur van vijf maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 5
Tot lid van de commissie worden benoemd:
de heer prof. dr. E. Dijkgraaf, tevens voorzitter;
de heer F.W. Hoekstra MEL; en
mevrouw mr. drs. C. Kervezee.
Artikel 6
1. De commissie wordt ondersteund door een secretaris.
2. De secretaris is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.
3. In het secretariaat wordt voorzien door de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.
Artikel 7
De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
Artikel 8
De commissie brengt voor 1 februari 2019 haar eindrapport uit aan de Minister.
Artikel 9
De leden van de commissie ontvangen een vaste vergoeding per maand. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter en de andere leden is het maximale salarisbedrag van schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor alle leden is 14,4/36.
De leden ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.
Artikel 10
1.
De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en;
de kosten voor publicatie van rapportages.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de Minister aan.
Artikel 11
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.
Artikel 12
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Voortgezet Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 13
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2018.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 februari 2019.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Aanpak leerlingendaling voortgezet onderwijs.