rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-commissie-evaluatie-beleidsplan-kmar-2010/BWBR0024458/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

3.9 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Commissie Evaluatie Beleidsplan KMar 2010 BWBR0024458 ministeriele-regeling geldend 2008-09-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024458 Instellingsbesluit Commissie Evaluatie Beleidsplan KMar 2010

Instellingsbesluit Commissie Evaluatie Beleidsplan KMar 2010

Artikel 1

1. Er is een commissie Evaluatie Beleidsplan KMar 2010.

2. Tot de voorzitter van de commissie wordt benoemd mevrouw A.M. Vliegenthart.

3.

Tot de leden van de commissie worden benoemd:

a. a. Drs. J.R. Elffers; b. b. Mr. P. Vogelzang; c. c. Drs. E.H. Wellenstein.

Artikel 2

De commissie heeft de volgende taken:

a. a. onderzoek of de maatregelen die voortvloeien uit het beleidsplan KMar 2010 inclusief de aanbevelingen van de commissie Staal een effectieve bijdrage leveren aan het oplossen van de onderkende knelpunten, zoals deze zijn verwoord in Beleidsplan KMar 2010 en het rapport van de commissie Staal; b. b. onderzoek of voor het oplossen van de onderkende knelpunten nadere maatregelen nodig zijn; c. c. formuleer voorstellen voor verbetering met vermelding van de mogelijke consequenties.

Artikel 3

De commissie wordt bijgestaan in haar werk door een evaluatieteam onder leiding van een daartoe aangewezen auditmanager van de Audit Dienst Defensie.

Artikel 4

1. De commissie en het evaluatieteam hebben toegang tot alle objecten van de Koninklijke Marechaussee.

2. De commissie en het evaluatieteam kunnen zich over alle aangelegenheden die verband houden met de vervulling van haar taken rechtstreeks wenden tot de Commandant Koninklijke Marechaussee en zijn districtscommandanten.

3. De commissie en het evaluatieteam hebben het recht op inzage in alle voor het onderzoek relevante bescheiden.

4. De commissie en het evaluatieteam kunnen zich in het kader van het onderzoek laten adviseren door externe deskundigen. Na overleg en toestemming worden de kosten daarvan gedragen door het Ministerie van Defensie.

5. Personeel in dienst van Defensie verstrekt aan de leden van de commissie en het evaluatieteam desgevraagd de benodigde inlichtingen en geeft de medewerking die voor de vervulling van de onderzoeksopdracht van de commissie noodzakelijk is.

Artikel 5

1. Gedurende de looptijd van het evaluatieonderzoek wordt door de voorzitter van de commissie gevraagd en ongevraagd mondeling gerapporteerd aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie.

2. Alvorens het onderzoeksrapport vast te stellen, stelt de commissie de secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie en de commandant van de Koninklijke Marechaussee in de gelegenheid binnen een door de commissie gestelde redelijke termijn op de bevindingen in het rapport te reageren. Na ontvangst van deze reacties stelt de commissie het rapport vast.

3. Het definitieve rapport wordt uiterlijk op 15 januari 2009 aan de Minister van Defensie aangeboden.

Artikel 6

1. Alle documenten die in het kader van het onderzoek worden verzameld, worden verwerkt en bewaard in overeenstemming met de vigerende wet- en regelgeving. Het dienovereenkomstig samengestelde archief wordt na voltooiing van de werkzaamheden van de commissie overdragen aan de opdrachtgever.

2. De rapportages of andere publicaties mogen geen persoonsgegevens bevatten.

Artikel 7

1. De voorzitter en leden van de commissie ontvangen vacatiegeld, conform het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de Regeling maximumbedragen vacatiegeld 2004.

2. De commissie komt in het kader van het vacatiegeld in aanmerking voor een vergoeding in de categorie zwaar.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Evaluatie Beleidsplan KMar 2010.