40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.5 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon | BWBR0018704 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-09-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018704 | Instellingsbesluit Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon |
Instellingsbesluit Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, b. b. canon: geheel van elementen uit geschiedenis, cultuur en samenleving waarvan zo breed mogelijke kennis maatschappelijk van waarde wordt geacht, en c. c. commissie: commissie als bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
1. Er is een Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon.
2.
De commissie heeft tot taak voorstellen te doen voor:
a. a. een Nederlandse canon in relatie tot kerndoelen en examenprogramma’s b. b. de verantwoordelijkheden binnen en buiten het onderwijs met betrekking tot de canon, en c. c. frequentie van evaluatie en herijking van de canon.
Artikel 3
De commissie wordt ingesteld met ingang van de datum van publicatie van dit besluit en wordt opgeheven met ingang van 1 september 2006.
Artikel 4
De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.
Artikel 5
1.
Tot leden van de commissie worden benoemd:
– – de heer prof. dr. F.P. van Oostrom, tevens voorzitter, – – de heer drs. P.H. van Meenen, – – de heer dr. H.M. Beliën, – – mevrouw dr. E.M. Kloek, – – de heer dr. F.A. Groot, – – de heer prof. dr. R.J.F.M. van der Vaart, – – mevrouw prof. dr. S. Legêne, – – mevrouw dr. mr. drs. M. Drenth von Februar.
2. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, de heer dr. H.G. Slings. De secretaris is geen lid van de commissie.
3. De benoeming geschiedt voor de periode als genoemd in artikel 3.
Artikel 6
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voorzover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder – op persoonlijke titel – ambtelijke deskundigen.
Artikel 7
De commissie brengt vóór 15 januari 2006 een tussenrapport en vóór 1 september 2006 een eindrapport uit aan de minister.
Artikel 8
1. De commissie wordt als een zware commissie in de zin van het Vacatiegeldenbesluit 1988 aangemerkt.
2. De voorzitter en de secretaris van de commissie ontvangen een vaste vergoeding op grond van artikel 3 van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen.
3. De andere leden van de commissie ontvangen per vergadering een vergoeding van € 200 op grond van artikel 1 van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen.
Artikel 9
Indien de commissie ten behoeve van haar werk deskundigen raadpleegt waaraan kosten zijn verbonden, dient voor vergoeding van deze kosten vooraf door de minister goedkeuring te zijn verleend.
Artikel 10
1.
De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.
Artikel 11
Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.
Artikel 12
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Voortgezet Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 13
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 september 2006.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon.