40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
8.1 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Ethische Commissie Dansen | BWBR0050306 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-10-23 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0050306 | Instellingsbesluit Ethische Commissie Dansen |
Instellingsbesluit Ethische Commissie Dansen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. b.
*commissie:* Ethische Commissie Dansen, zoals bedoeld in artikel 2;
c. c.
*ministerie:* Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
d. d.
*ministeries:* Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport;
e. e.
*dg’s:* Directeur-Generaal Cultuur en Media, Directeur-Generaal Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie, Directeur-Generaal Volksgezondheid;
f. f.
*alliantie:* Alliantie Dans Veilig;
g. g.
*opvolgingscommissie:* commissie bedoeld in Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen;
h. h.
*stuurgroep:* stuurgroep Alliantie Dans Veilig;
i. i.
*expertgroepen:* expertgroepen Alliantie Dans Veilig;
j. j.
*onderzoek Schaduwdansen:* “Schaduwdansen. Een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in het dansen”.
Artikel 2
1. Er is een onafhankelijke Ethische Commissie Dansen.
2. De commissie adviseert de alliantie en de dg’s over ethiek en integriteit in het kader van de uitvoering van de aanbevelingen uit het onderzoek Schaduwdansen, waaronder ook valt advisering aan de dg’s over de deelname van de beoogde leden van de opvolgingscommissie en aan de alliantie over de deelname van beoogde leden voor de stuurgroep en de expertgroepen.
3. De adviezen van de commissie zijn niet bindend. Wanneer de alliantie of de dg’s besluiten van het advies af te wijken, moeten zij dit schriftelijk motiveren.
4.
De commissie heeft tot taak:
a. a. gesprekken voeren met de beoogde leden van de opvolgingscommissie, de stuurgroep en de expertgroepen over het thema ethiek en integriteit, voorafgaand aan instelling of deelname van deze beoogde leden aan de genoemde commissie en groepen; b. b. op basis van de gesprekken adviseren over de deelname van de beoogde leden aan respectievelijk de minister voor de opvolgingscommissie en aan de alliantie voor de stuurgroep en de expertgroepen; c. c. door de dg’s gevraagd advies geven op het gebied van ethiek en integriteit aan de alliantie en de dg’s rondom de uitvoering van de aanbevelingen uit het onderzoek Schaduwdansen. De commissie en partijen in de Alliantie (stuurgroep, expertgroepen of de Alliantie) kunnen de dg’s vragen om een adviesvraag neer te leggen bij de commissie. De dg’s reageren binnen twee weken op een dergelijk verzoek.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit drie tot vijf leden.
2. De commissie kan indien nodig en uitlegbaar aan opdrachtgever deskundigen uitnodigen om vast of incidenteel deel te nemen aan vergaderingen.
3. De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
4. De leden worden door de minister benoemd. Indien er in de loop van de zittingsperiode behoefte aan ontstaat, kan de minister een of meer extra leden benoemen.
5. Bij tussentijds vertrek van een lid zal de minister op voordracht van de overige leden een ander lid benoemen.
6. De leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
7. Wanneer uit feiten of omstandigheden blijkt dat een van de leden van de commissie zelf direct of indirect betrokkenheid heeft bij een adviesaanvraag dan zullen zij zich weerhouden van enige bemoeienis ten aanzien van de adviesaanvraag.
Artikel 4
1.
Voor de instellingsduur worden tot lid van de commissie benoemd:
a. a. R.A. Korver kantoorhoudend te Amsterdam, tevens voorzitter; b. b. M. Hoogsteyns te Badhoevedorp; A.C.P. Houterman te Amsterdam; C.S.A. van Rozendaal-Sengers te Haarlem.
2. De leden vullen, alvorens tot lid te worden benoemd, een belangenverklaring in, conform het model zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit.
Artikel 5
1. De commissie wordt ingesteld voor de duur van twee jaar, van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025.
2. De minister kan, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de instellingsduur van de commissie verlengen.
Artikel 6
1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.
2. Taken van het secretariaat zijn de organisatie van overleggen en het opstellen van vergaderverslagen.
3. De minister voorziet in het secretariaat.
4. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de leden van de commissie.
Artikel 7
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. De werkwijze van de commissie wordt gedeeld op de website van de alliantie.
2. De commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. Beide bewindspersonen kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 8
1.
Voor de periode vanaf 1 januari 2024 tot de datum van uitgifte van de Staatscourant ontvangen de leden van de commissie een vergoeding per vergadering.
De voorzitter ontvangt, indien de voorzitter daar gebruik van wenst te maken, en indien de voorzitter niet valt onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, een vergoeding per vergadering ter hoogte van 3% van de hoogste trede van schaal 18 conform de laatstelijk afgesloten CAO Rijk.
De andere leden ontvangen, indien zij daarvan gebruik wensen te maken, en indien zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, een vergoeding per vergadering ter hoogte van 2,31% van de hoogste trede van schaal 18 conform de laatstelijk afgesloten CAO Rijk.
2. Met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant ontvangen de leden van de commissie een vaste vergoeding per maand, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op de trede 10 van schaal 18 conform de laatstelijk afgesloten CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 4/36 voor de voorzitter en 3,5/36 voor de andere leden.
3. De deskundigen ontvangen, indien zij daarvan gebruik wensen te maken, en indien zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, een vergoeding per vergadering van 2,31% van de hoogste trede van schaal 18 conform de laatstelijk afgesloten CAO Rijk.
Artikel 9
1. De kosten van de commissie worden, voor zover op basis van een goedgekeurde raming, gefinancierd door de minister.
2.
Onder kosten wordt in ieder geval verstaan:
a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen indien op een externe locatie; en b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid.
Artikel 10
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Erfgoed en Kunsten van het ministerie.
Artikel 11
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst, en werkt daarbij terug tot 1 januari 2024.
Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Ethische Commissie Dansen.
Bijlage 1. Belangenverklaringen van de leden van de commissie
Naam, voorzitter of lid
Bijlage 2. Overeenkomst houdende vrijwaring
Ondergetekenden
De Staat en [x], tezamen aangeduid als Partijen;
nemen het volgende in overweging:
Alternatief in geval van commissielid: