rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-mar/BWBR0003981/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.4 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit MAR BWBR0003981 ministeriele-regeling geldend 1986-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003981 Instellingsbesluit MAR

Instellingsbesluit MAR

Artikel 1

1. In dit besluit wordt verstaan onder:

2.

Artikel 2

Er is een Mobiliteitsadviesraad Rijksdienst (MAR).

Artikel 3

1. De MAR heeft tot taak het bevorderen van een doelmatige mobiliteit van ambtenaren in de burgerlijke rijksdienst, in het bijzonder met betrekking tot beleids-, staf- en algemene beheersfuncties in hoofdgroep VI van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit. De minister van Binnenlandse Zaken kan onderdelen van de burgerlijke rijksdienst dan wel bepaalde categorieën personeel in hoofdgroep VI van de werking van dit besluit uitzonderen.

2.

De raad dient daartoe:

a. a. de minister van Binnenlandse Zaken te adviseren over aangelegenheden van algemene aard betreffende de mobiliteit van ambtenaren in de burgerlijke rijksdienst en betreffende het benoemingsbeleid in de burgerlijke rijksdienst voor zover dat voor de bevordering van een doelmatige mobiliteit van belang is; b. b. de politieke of ambtelijke leiding van de ministeries te adviseren over aangelegenheden van algemene aard, betreffende de mobiliteit van ambtenaren binnen hun ministeries en het daarvoor van belang zijnde benoemingsbeleid; c. c. op verzoek van de politieke of ambtelijke leiding van het betrokken ministerie te adviseren over individuele benoemingen in beleids-, staf- en algemene beheersfuncties in hoofdgroep VI van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit; d. d. uitgangspunten en richtlijnen te formuleren voor de werkzaamheden van het onder de MAR ressorterende, organisatorisch bij de Rijks Psychologische Dienst ondergebrachte, mobiliteitsadviesbureau; e. e. toe te zien op de werkzaamheden in hoofdlijnen van het onder d bedoelde mobiliteitsadviesbureau.

Artikel 4

1. De MAR bestaat uit vijf leden, onder wie de voorzitter. De minister van Binnenlandse Zaken benoemt de voorzitter en de leden van de MAR, met dien verstande dat de directeur-generaal voor Overheidspersoneelsbeleid krachtens zijn functie lid is van de MAR. Daarnaast kunnen als lid van de MAR uitsluitend secretarissen-generaal worden benoemd. Benoeming van een secretaris-generaal die behoort tot een ander ministerie dan dat van Binnenlandse Zaken geschiedt in overleg met de betrokken minister.

2. De voorzitter van de MAR wordt benoemd voor een periode van 5 jaar en is opnieuw benoembaar. De overige leden van de MAR worden, met uitzondering van de directeur-generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, benoemd voor een periode van drie jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar.

3. De directeur van de Rijks Psychologische Dienst fungeert als adviseur van de raad en kan aan alle vergaderingen van de raad deelnemen.

4. Het hoofd van het in artikel 3, tweede lid, onder d bedoelde mobiliteits-adviesbureau fungeert als secretaris van de MAR.

Artikel 5

1. Alvorens een advies uit te brengen over zaken die bepaalde ministeries betreffen, stelt de MAR de politieke en ambtelijke leiding van de betrokken ministeries in de gelegenheid ter zake hun mening te geven.

2. De MAR is bevoegd derden uit te nodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen wanneer daartoe gezien de aard van de te bespreken onderwerpen aanleiding bestaat.

3. De MAR is bevoegd binnen de grenzen van zijn taak in briefwisseling te treden met de politieke en ambtelijke leiding van de ministeries, alsmede met de voorzitters van de interdepartementale overleg- en besluitvormingsorganen, en inlichtingen in te winnen ten behoeve van zijn taakuitoefening.

Artikel 6

De MAR bevordert de wederzijdse afstemming van zijn werkzaamheden en die van andere adviesorganen, wier taken op aanverwante gebieden liggen.

Artikel 7

De MAR brengt jaarlijks aan de minister van Binnenlandse Zaken verslag uit over zijn werkzaamheden en over ontwikkelingen betreffende de bevordering van een doelmatige mobiliteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid.

Artikel 8

Vijf jaar na instelling van de MAR wordt op basis van een evaluatie van de resultaten van zijn werkzaamheden besloten over voortzetting van de MAR en eventuele wijziging van zijn taak, samenstelling en werkwijze.

Artikel 9

Dit besluit kan worden aangehaald als: Instellingsbesluit MAR. Het treedt in werking met ingang van 1 juni 1986.