40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.3 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo | BWBR0035488 | ministeriele-regeling | geldend | 2014-08-27 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0035488 | Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo |
Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*Minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Minister van Economische Zaken;
b. b.
*commissie:* tijdelijke adviescommissie, bedoeld in artikel 2;
c. c.
*regeling:*
Regeling regionaal investeringsfonds mbo.
Artikel 2
1. Er is een Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo.
2. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 juni 2014 en wordt opgeheven per 1 januari 2019.
3.
De commissie heeft tot taak:
a. a. subsidieaanvragen te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 20 en 21 van de regeling; b. b. subsidieaanvragen die voldoen aan de criteria, bedoeld onder a, te rangschikken volgens de voorschriften, bedoeld in artikel 22 van de regeling; c. c. de Minister te adviseren over de subsidieverstrekking, bedoeld in artikel 8 en voor zover van toepassing artikel 16, van de regeling; d. d. rapporten uit te brengen als bedoeld in artikel 8, derde lid.
4. De commissie adviseert de Minister, telkens na afloop van een aanvraagperiode als bedoeld in artikel 18 van de regeling binnen 10 weken over de binnengekomen aanvragen. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 20, vijfde lid, van de regeling adviseert de commissie de Minister binnen 10 werkdagen.
5. Leden van de commissie zijn ook na 1 januari 2019 te consulteren door de Minister in verband met de rechten en plichten die voortvloeien uit de in het derde lid genoemde taken van de commissie.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste twaalf andere leden.
2. De voorzitter en de overige leden worden door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap benoemd en, in voorkomend geval, geschorst of tussentijds ontslagen.
3.
De voorzitter of een ander lid kan worden geschorst of tussentijds ontslagen indien:
a. a. daarom door de betreffende persoon is verzocht; b. b. het functioneren van de voorzitter of het lid daartoe aanleiding geeft; of c. c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van de voorzitter of het lid niet gewaarborgd is.
4. Bij tussentijds ontslag van een lid kan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een ander lid benoemen.
5. Een lid neemt niet deel aan de beoordeling van of advisering over een subsidieaanvraag, indien het de beoordeling van of het advies over een aanvraag betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.
Artikel 4
Tot leden van de commissie worden benoemd:
a. a. de heer drs. A. Kraaijeveld te Haarlem, tevens voorzitter; b. b. mevrouw dr. M.J.M. van den Berg te Rotterdam; c. c. de heer drs. W.A. van Bruggen te Weert; d. d.
vervallen;
e. e. de heer bc. P. Dirckx te Wessem; f. f. de heer drs. J.W. Koole te Haarlem; g. g. mevrouw Y. Moerman van Heel te ’s-Hertogenbosch; h. h. de heer drs. B.P.A. Schippers MBA te Leiden; i. i. mevrouw H.C.W. Verhoeven-van Lierop te Grathem; j. j. mevrouw dr. M.J.H. van der Weiden te Utrecht; k. k. dhr. dr. R.J. Stol te Kimswerd; l. l. dhr. drs. W.E. van den Brandt te Lunteren; m. m. dhr. dr. J.P. van den Toren te Veenendaal.
Artikel 5
1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.
2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.
3. In het secretariaat wordt voorzien door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 6
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2. De commissie kan zich, na toestemming van de Minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
Artikel 7
De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 8
1. De commissie brengt per aanvraagperiode, bedoeld in artikel 18 van de regeling, een advies uit aan de Minister.
2.
Het advies bevat:
a. a. een omschrijving van de aanvragen die als voldoende of als onvoldoende zijn beoordeeld; b. b. een ranglijst van de voldoende beoordeelde aanvragen, als bedoeld in artikel 2, derde lid; c. c. een draagkrachtige motivering per beoordeling.
3. De commissie brengt per kalenderjaar een verslag uit over de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden.
Artikel 9
1. De vergoeding van de voorzitter van de commissie bedraagt 333 euro per dagdeel.
2. De vergoeding van de overige leden bedraagt 256 euro per dagdeel per beoordeelde aanvraag.
Artikel 10
De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning.
Artikel 11
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.
Artikel 12
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Middelbaar Beroepsonderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 13
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2014.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2019.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo.