rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-visitatiecommissie-nfi/BWBR0042013/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.8 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Visitatiecommissie NFI BWBR0042013 ministeriele-regeling geldend 2019-03-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042013 Instellingsbesluit Visitatiecommissie NFI

Instellingsbesluit Visitatiecommissie NFI

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* Minister van Justitie en Veiligheid;

b. b.

    *commissie:* Visitatiecommissie NFI;

c. c.

    *NFI:* Nederlands Forensisch Instituut;

d. d.

    *ministerie:* ministerie van Justitie en Veiligheid.

Artikel 2

1. Er is een onafhankelijke Visitatiecommissie NFI.

2. De commissie heeft tot taak om driemaal op onafhankelijke wijze de voortgang van het meerjarig verbetertraject van het NFI te toetsen door middel van visitaties. Daarbij wordt door de commissie beoordeeld of het beoogde verandertraject, waaronder strategie, organisatie en cultuur, doelmatig en doeltreffend wordt uitgevoerd door het NFI.

Artikel 3

1. De commissie bestaat uit ten minste vier leden, de voorzitter daaronder inbegrepen.

2. De commissieleden zitten op persoonlijke titel in de commissie.

3. De leden van de commissie worden benoemd door de minister.

4. De benoeming geschiedt voor de duur van de werkzaamheden van de commissie.

5. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister op voordracht van de resterende leden een ander lid benoemen.

6. De leden kunnen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.

Artikel 4

1.

Tot voorzitter van de commissie wordt benoemd:

Mr. W. Sorgdrager.

2.

Tot de andere leden van de commissie worden benoemd:

a. a. R. Bik; b. b. Prof. dr. M.A. van der Steen; c. c. mr. J. van der Vlist.

Artikel 5

De commissie wordt opgeheven vier weken nadat het eindrapport is uitgebracht en uiterlijk 31 december 2021.

Artikel 6

1. De minister voorziet in het secretariaat.

2. Het secretariaat van de commissie is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de voorzitter van de commissie.

Artikel 7

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. Bij de visitatie worden verschillende stakeholders betrokken, zoals medewerkers van het NFI, de ondernemingsraad, ketenpartners, de eigenaar, de opdrachtgever en externe deskundigen.

Artikel 8

1. De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.

2. Ambtenaren van het ministerie zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.

Artikel 9

1.

Aan de voorzitter van de commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op het maximum van schaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsoverkomst voor rijksambtenaren en de arbeidsduurfactor op:

a. a. 0,082 voor 2019; b. b. 0,075 voor 2020; c. c. 0,1 voor 2021.

2.

Aan de andere leden van de commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op het maximum van schaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsoverkomst voor rijksambtenaren en de arbeidsduurfactor op:

a. a. 0,055 voor 2019; b. b. 0,05 voor 2020; c. c. 0,067 voor 2021.

3. In afwijking van het tweede lid wordt in 2020 aan het lid Van der Vlist op diens verzoek geen vergoeding uitgekeerd.

Artikel 10

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover op basis van een goedgekeurde raming, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, c. c. de kosten voor publicatie van de rapporten en d. d. de kosten voor huisvesting.

2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een gespecificeerde raming aan de minister aan.

3. De commissie voert een eigen financiële administratie.

Artikel 11

De commissie verricht haar werkzaamheden op een locatie buiten het ministerie.

Artikel 12

1. Na afloop van elke visitatie biedt de voorzitter van de commissie haar visitatiebevindingen in een rapport aan de minister aan. De commissie levert in het voorjaar 2019 haar eerste rapportage met visitatiebevindingen op. Het rapport na de derde visitatie is tevens het eindrapport.

2. Het rapport met de visitatiebevindingen gaat vergezeld van een reactie van de directie van het NFI op deze bevindingen.

Artikel 13

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 14

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het ministerie.

Artikel 15

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2019.

2. Dit besluit vervalt vier weken na het uitbrengen van het eindrapport en uiterlijk 31 december 2021.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Visitatiecommissie NFI.