40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Wetenschappelijke Commissie Convenant Onbedwelmd Ritueel Slachten | BWBR0031398 | ministeriele-regeling | geldend | 2012-03-30 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0031398 | Instellingsbesluit Wetenschappelijke Commissie Convenant Onbedwelmd Ritueel Slachten |
Instellingsbesluit Wetenschappelijke Commissie Convenant Onbedwelmd Ritueel Slachten
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*commissie:* Wetenschappelijke Commissie Convenant Onbedwelmd Ritueel Slachten;
b. b.
*minister:* Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
Artikel 2
1. Er is een Wetenschappelijke Commissie Convenant Onbedwelmd Ritueel Slachten.
2.
De commissie heeft tot taak:
a. a. de minister te adviseren over de totstandkoming en de uitvoering van een convenant tussen betrokken religieuze organisaties, vertegenwoordigers van de slachthuizen, dierenartsen, wetenschappers en niet-gouvernementele organisaties met als doel het verbeteren van het dierenwelzijn bij het onbedwelmd ritueel slachten; b. b. de minister te adviseren over het opzetten van een meerjarig onderzoeksprogramma voor verbetering van dodingmethoden en het dierenwelzijn bij het onbedwelmd ritueel slachten, en c. c. het in onderdeel b bedoelde onderzoeksprogramma te begeleiden.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste 3 en ten hoogste 5 andere leden.
2. De leden worden door de minister benoemd en kunnen door de minister worden geschorst en ontslagen.
3. De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.
Artikel 4
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.
2. De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.
3. De minister kan een waarnemer aanwijzen, die het recht heeft de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
4. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.
5. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 5
1. Aan de voorzitter van de commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0,35 fte.
2. Aan de vice-voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 16 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0,15 fte.
3. De andere niet-ambtelijke leden van de commissie ontvangen een vergoeding per vergadering van € 256,24.
Artikel 6
Ter gelegenheid van de instelling van de commissie worden, te rekenen vanaf 1 februari 2012, voor een periode van twee jaar tot leden van de commissie benoemd:
a. a. de heer prof. dr. L.J. Hellebrekers, te Maarn, tevens voorzitter; b. b. mevrouw dr. K. Holleben, te Schwarzenbek, Duitsland, tevens vice-voorzitter; c. c. de heer dr. B. Lambooij, te Lelystad; d. d. mevr. drs. M. Laurijssens, te Hoofddorp; e. e. de heer prof. dr. H.A.C. Kamphuisen te Oegstgeest.
Artikel 7
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2012.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 februari 2014.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Wetenschappelijke Commissie Convenant Onbedwelmd Ritueel Slachten.