rijk/ministeriele-regeling/landbouwkwaliteitsregeling-biologische-productiemethode-1996/BWBR0008176/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode 1996 BWBR0008176 ministeriele-regeling geldend 2006-07-07 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008176 Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode 1996

Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode 1996

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

2. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder `bereiden' mede verstaan het verpakken of het wijzigen van de etikettering in verband met de aanduiding van de biologische productiemethode van verse, verduurzaamde of verwerkte producten.

Artikel 2

Bij de verhandeling van of in de reclame voor producten mag alleen worden verwezen naar de biologische productiemethode indien:

  • is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens verordening (EEG) nr. 2092/91;
  • bij de etikettering van producten welke zijn bereid na 1 januari 1997, de naam of het codenummer wordt vermeld van de controle-organisatie of
  • instantie die is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens het besluit door de marktdeelnemer die de laatste fase van bereiden heeft uitgevoerd.

Artikel 2a

Bij de verhandeling van jonge hennen mag alleen worden verwezen naar de biologische productiemethode indien de hennen zijn opgefokt met inachtneming van een biologische productiemethode met betrekking tot het opfokken van jonge hennen zoals vastgesteld door het bestuur van de Stichting Skal.

Artikel 3

1.

De controle-instelling houdt een register bij van alle natuurlijke of rechtspersonen die bij haar zijn aangesloten, waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:

  • naam en adres;
  • aard van de activiteiten, die de aangeslotene uitvoert;
  • lokatie waar de aangeslotene zijn activiteiten uitvoert, in het geval van voortbrenging van plantaardige en dierlijke producten alsmede het houden van één of meer dieren een kadastrale aanduiding van de betreffende percelen;
  • in het geval van voortbrenging van plantaardige en dierlijke producten alsmede het houden van één of meer dieren, de datum waarop de aangeslotene voor het laatst op de betrokken percelen bestrijdingsmiddelen, detergentia, meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen heeft aangewend waarvan het gebruik niet in overeenstemming is met het bepaalde bij of krachtens het besluit.

2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden door de aangeslotene verstrekt aan de controle-instelling op het moment dat hij te kennen geeft zich aan te willen sluiten.

Artikel 3a

Artikel 4, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische produktiemethode is niet van toepassing ten aanzien van marktdeelnemers die producten waarop aanduidingen voorkomen die verwijzen naar de biologische productiemethode, direct aan de eindconsument of eindgebruiker verkopen mits zij deze producten niet produceren, bereiden of opslaan op een andere plaats dan het verkooppunt en mits zij deze producten niet invoeren.

Artikel 4

1. De controle-instelling stelt een reglement vast omtrent het toezicht op de naleving door haar aangeslotenen van het bij of krachtens het besluit bepaalde.

2. Het reglement voorziet in elk geval in de onderwerpen, genoemd in artikel 9, zevende en negende lid, van verordening (EEG) nr. 2092/91.

Artikel 5

1. De minister kan, op aanvraag, in de vorm van een ontheffing een machtiging als bedoeld in artikel 11, zesde lid, van verordening (EEG) nr. 2092/91 verlenen.

2. De minister kan, op aanvraag, in de vorm van een ontheffing een machtiging als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EEG) nr. 207/93 verlenen.

3. De minister kan, ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2092/91, aan het verlenen van een ontheffing voorwaarden of beperkingen verbinden.

Artikel 5a

De controle-instelling kan, op aanvraag, in de vorm van een ontheffing een goedkeuring als bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, of artikel 6bis, derde lid, van verordening (EEG) nr. 2092/91 verlenen.

Artikel 6

Een besluit van de controle-instelling dat de in punt 1, van bijlage I, onderdeel A, bij verordening (EEG) nr. 2092/91 bedoelde omschakelingsperiode in een bepaald geval wordt verlengd, behoeft de goedkeuring van de minister.

Artikel 6a

1. Het aantal grootvee-eenheden, bedoeld in bijlage I, onderdeel B, punt 7.2, van verordening (EEG) nr. 2092/91, wordt vastgesteld door 170 kg stikstof per jaar per hectare cultuurgrond te delen door de omvang van de mestproductie per dier van de betreffende diercategorie per jaar uitgedrukt in kilogrammen stikstof. De omvang van de mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof, is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

2. De periode waarin uitlopen leeg moeten blijven, bedoeld in bijlage I, onderdeel B, punt 8.4.6, van verordening (EEG) nr. 2092/91, wordt gesteld op 60 dagen, telkens na het houden van een partij pluimvee.

Artikel 7

De Landbouwkwaliteitsregeling biologische produktiemethode wordt ingetrokken.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode 1996.

Bijlage . behorend bij

Omvang van de mestproductie voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in artikel 6a