40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
27 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994 | BWBR0006750 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-12-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0006750 | Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994 |
Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
Deze regeling verstaat onder:
Artikel 2
Vormen van behandeling als bedoeld in artikel 1, derde lid, van het besluit zijn:
a. a. het verpakken van zuigelingenvoeding; b. b. het mengen van zuigelingenvoeding.
Paragraaf 2. Voorschriften inzake bedrijfsruimten voor zuigelingenvoeding
Artikel 3
1.
Bedrijfsruimten, waarin grondstoffen voor de bereiding van zuigelingenvoeding worden ontvangen, in voorraad gehouden, bewerkt of verwerkt, alsmede bedrijfsruimten, in gebruik voor opslag, bewerking en verpakking van zuigelingenvoeding, voldoen voor wat betreft de inrichting en het gebruik, met inbegrip van het gebruik van machines, werktuigen en gereedschappen, aan het bepaalde bij of krachtens:
a. a. het Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van levensmiddelen en b. b. het terzake van toepassing zijnde in:
het Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding,
de Zuivelverordening 1993, Inrichtingseisen Zuivelbereiding
van het Produktschap voor Zuivel en
de Warenwetregeling Bereiding van melk en zuivel voorzover de zuigelingenvoeding een produkt is als bedoeld in richtlijn nr. 92/46/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en produkten op basis van melk (PbEG L 268).
- het Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding,
- de Zuivelverordening 1993, Inrichtingseisen Zuivelbereiding van het Produktschap voor Zuivel en
- de Warenwetregeling Bereiding van melk en zuivel voorzover de zuigelingenvoeding een produkt is als bedoeld in richtlijn nr. 92/46/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en produkten op basis van melk (PbEG L 268).
2. Het is verboden in bedrijfsruimten, waarin zuigelingenvoeding wordt bereid, grondstoffen, hulpstoffen of toevoegingen welke niet worden gebezigd of bestemd zijn om te worden gebezigd voor of bij de bereiding van zuigelingenvoeding te ontvangen of voorhanden te hebben, indien de aanwezigheid daarvan in de bedrijfsruimte naar het oordeel van het COKZ niet noodzakelijk is.
3. Het is verboden in bedrijfsruimten, in gebruik voor opslag van zuigelingenvoeding, voorwerpen, stoffen en produkten op zodanige wijze te ontvangen of voorhanden te hebben, dat deze de hoedanigheid van zuigelingenvoeding in ongunstige zin beïnvloeden of kunnen beïnvloeden.
Paragraaf 3. Voorschriften inzake de bereiding, de samenstelling en andere aan de zuigelingenvoeding te stellen eisen
Artikel 4
1. Voor de bereiding van zuigelingenvoeding worden slechts grondstoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong gebezigd, welke daartoe naar aard en samenstelling deugdelijk en geschikt van toestand zijn en, voorzover het grondstoffen van melk of produkten op basis van melk betreft, voldoen aan het bepaalde bij of krachtens het Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding en de Warenwetregeling Bereiding van melk en zuivel.
2. Voor de bereiding van zuigelingenvoeding wordt slechts water gebezigd, dat voldoet aan de bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen gestelde eisen.
Artikel 5
1.
De in artikel 4, eerste lid, bedoelde grondstoffen zijn op de verpakking voorzien van aanduidingen:
a. a. inzake samenstelling, aard en gebruiksdoel en b. b. inzake herkomst, zulks ten genoegen van het COKZ.
2. De in het eerste lid bedoelde aanduidingen zijn duidelijk leesbaar, als zodanig herkenbaar en onuitwisbaar op de buitenzijde van de verpakking aangebracht.
3. Ingeval de grondstoffen niet zijn verpakt, dienen samenstelling, aard, gebruiksdoel en herkomst ten genoegen van het COKZ te kunnen worden aangetoond.
Artikel 6
Grondstoffen welke bij de bereiding van zuigelingenvoeding worden gebezigd of bestemd zijn om te worden gebezigd, voldoen aan de navolgende eisen:
a. a. andere hulpstoffen en toevoegingen zijn niet aanwezig dan die, welke voor de desbetreffende zuigelingenvoeding uitdrukkelijk zijn toegestaan, tenzij deze hulpstoffen en toevoegingen zijn toegelaten en in de zuigelingenvoeding of tijdens de bereiding daarvan geen functie meer vervullen; b. b. vreemde bestanddelen, antibiotica daaronder begrepen, vuil en andere verontreinigingen zijn niet aanwezig, met dien verstande dat:
de gehaltes aan werkzame stoffen van bestrijdingsmiddelen als bedoeld in de Beschikking Residuen van Bestrijdingsmiddelen niet hoger mogen zijn dan die, welke in genoemde regeling voor de desbetreffende grondstoffen als hoogst toelaatbare hoeveelheid zijn vastgesteld;
bij de bepaling van antibiotica geen grotere groeiremming wordt aangetoond dan overeenkomt met:
1º
0,010 internationale eenheden penicilline per ml in door een melkveehouder aan een zuivelfabriek te leveren melk;
2º
0,003 internationale eenheden penicilline per ml in andere dan de onder 1° genoemde melk;
3º
0,003 internationale eenheden penicilline per ml berekend op melkbasis, in uit melk bereide produkten;
met betrekking tot het gehalte aan aflatoxine M1 is voldaan aan het bepaalde in de Warenwetregeling Bereiding en behandeling van levensmiddelen;
met betrekking tot het gehalte aan polychloorbifenylen (PCB's) is voldaan aan het bepaalde in de Warenwetregeling Bereiding en behandeling van levensmiddelen.
-
de gehaltes aan werkzame stoffen van bestrijdingsmiddelen als bedoeld in de Beschikking Residuen van Bestrijdingsmiddelen niet hoger mogen zijn dan die, welke in genoemde regeling voor de desbetreffende grondstoffen als hoogst toelaatbare hoeveelheid zijn vastgesteld; 1º bij de bepaling van antibiotica geen grotere groeiremming wordt aangetoond dan overeenkomt met:
1º 0,010 internationale eenheden penicilline per ml in door een melkveehouder aan een zuivelfabriek te leveren melk; 2º 0,003 internationale eenheden penicilline per ml in andere dan de onder 1° genoemde melk; 3º 0,003 internationale eenheden penicilline per ml berekend op melkbasis, in uit melk bereide produkten;
1º 1º 0,010 internationale eenheden penicilline per ml in door een melkveehouder aan een zuivelfabriek te leveren melk; 2º 2º 0,003 internationale eenheden penicilline per ml in andere dan de onder 1° genoemde melk; 3º 3º 0,003 internationale eenheden penicilline per ml berekend op melkbasis, in uit melk bereide produkten;
-
met betrekking tot het gehalte aan aflatoxine M1 is voldaan aan het bepaalde in de Warenwetregeling Bereiding en behandeling van levensmiddelen;
-
met betrekking tot het gehalte aan polychloorbifenylen (PCB's) is voldaan aan het bepaalde in de Warenwetregeling Bereiding en behandeling van levensmiddelen. c. c. micro-organismen zijn niet zodanig naar soort en aantal aanwezig, dat schade aan de gezondheid kan ontstaan; d. d. het gehalte aan nitriet, berekend als nitriet-ion (NO_2-), in wei en weipoeder en uit wei bereide produkten, is niet hoger dan 1 mg per kg berekend op de droge stof, met dien verstande, dat uit wei bereide produkten met een asgehalte van minder dan 4%, het gehalte aan nitriet, berekend als nitriet-ion (NO_2-) lager dan (E/13) × 0,5 mg per kg droge stof is, waarbij E staat voor het eiwitgehalte van het betrokken weiprodukt berekend op de droge stof, en met dien verstande dat voor produkten met een lager eiwitgehalte dan 13% een maximum gehalte van 0,5 mg per kg droge stof geldt. e. e. de zuurtegraad is niet hoger dan:
17,5° N, zulks uitsluitend voor al of niet gedeeltelijk afgeroomde melk en voor room, in geval van room berekend op de vetvrije waar; 18,5 mmol natriumhydroxide per 100 gram vetvrije droge stof, zulks uitsluitend voor geheel of gedeeltelijk gedehydrateerde melk; -
17,5° N, zulks uitsluitend voor al of niet gedeeltelijk afgeroomde melk en voor room, in geval van room berekend op de vetvrije waar;
-
18,5 mmol natriumhydroxide per 100 gram vetvrije droge stof, zulks uitsluitend voor geheel of gedeeltelijk gedehydrateerde melk; f. f. een hoger gehalte aan lactaten dan 100 mg per 100 g vetvrije droge stof, zulks uitsluitend voor room, al of niet geheel of gedeeltelijk afgeroomde melk en geheel of gedeeltelijk gedehydrateerde vormen daarvan.
Artikel 7
1.
Volledige zuigelingenvoeding wordt uitsluitend vervaardigd uit:
a. a. de in de bijlage I omschreven eiwitbronnen; b. b. in voorkomend geval andere voedingsmiddelenbestanddelen waarvan op grond van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens is aangetoond dat zij geschikt zijn als specifieke voeding voor zuigelingen vanaf de geboorte; c. c. voedingsstoffen als bedoeld in bijlage III.
2.
Opvolgzuigelingenvoeding wordt uitsluitend vervaardigd uit:
a. a. de in bijlage II omschreven eiwitbronnen; b. b. in voorkomend geval andere voedingsmiddelenbestanddelen, waarvan op grond van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens is aangetoond dat zij geschikt zijn als specifieke voeding voor zuigelingen die ouder zijn dan vier maanden; c. c. voedingsstoffen als bedoeld in bijlage III.
3. In zuigelingenvoeding zijn slechts hulpstoffen en toevoegingen aanwezig overeenkomstig het bepaalde in de Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen, zoetstoffen en meelverbeteraars in levensmiddelen.
Artikel 8
1. Volledige zuigelingenvoeding voldoet aan de in bijlage I gespecificeerde criteria ten aanzien van de samenstelling.
2. Opvolgzuigelingenvoeding voldoet aan de in bijlage II gespecificeerde criteria ten aanzien van de samenstelling.
3. Zuigelingenvoeding is onmiddellijk of eventueel na toevoeging van water gebruiksklaar.
Artikel 9
1. In afwijking van het bepaalde in de artikelen 7, eerste en derde lid, en 8, eerste en derde lid, behoeft volledige zuigelingenvoeding niet aan het bepaalde in deze artikelen te voldoen, voorzover het voldoet aan de desbetreffende eisen in de Codex Alimentarius volledige zuigelingenvoeding.
2. In afwijking van het bepaalde in de artikelen 7, tweede lid en derde lid, en 8, tweede en derde lid, behoeft opvolgzuigelingenvoeding niet aan het bepaalde in deze artikelen te voldoen, voorzover het voldoet aan de desbetreffende eisen in de Codex Alimentarius opvolgzuigelingenvoeding.
Artikel 10
1.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 7, 8 en 9 voldoet zuigelingenvoeding aan de navolgende eisen:
a. a. vreemde bestanddelen, antibiotica daaronder begrepen, vuil, alsmede andere verontreinigingen zijn afwezig, met dien verstande dat:
de gehaltes aan werkzame stoffen van bestrijdingsmiddelen als bedoeld in de Beschikking Residuen voor Bestrijdingsmiddelen niet hoger is dan die welke in genoemde regeling als hoogst toelaatbare hoeveelheid zijn vastgesteld;
bij de bepaling van antibiotica geen grotere groeiremming wordt aangetoond dan overeenkomt met 0,003 internationale eenheden penicilline per ml gebruiksklare voeding;
het gehalte aan aflatoxine M1 niet hoger is dan 0,05 μg per kg, berekend op basis van melk;
met betrekking tot het gehalte aan polychloorbifenylen (PCB's) wordt voldaan aan de Warenwetregeling Normen PCB's;
- de gehaltes aan werkzame stoffen van bestrijdingsmiddelen als bedoeld in de Beschikking Residuen voor Bestrijdingsmiddelen niet hoger is dan die welke in genoemde regeling als hoogst toelaatbare hoeveelheid zijn vastgesteld;
- bij de bepaling van antibiotica geen grotere groeiremming wordt aangetoond dan overeenkomt met 0,003 internationale eenheden penicilline per ml gebruiksklare voeding;
- het gehalte aan aflatoxine M1 niet hoger is dan 0,05 μg per kg, berekend op basis van melk;
- met betrekking tot het gehalte aan polychloorbifenylen (PCB's) wordt voldaan aan de Warenwetregeling Normen PCB's; b. b. het gehalte aan nitraat, berekend als nitraat-ion (NO_3-), is niet hoger dan 50 mg per kg droge stof.
2.
Zuigelingenvoeding in poedervorm voldoet aan de navolgende eisen:
a. a. het aantal aeroob kweekbare micro-organismen (kiemgetal), met uitzondering van de melkzuurbacteriën in microbiologische verzuurde produkten, bedraagt niet meer dan 10.000 per g; b. b. Enterobacteriaceae en Staphylococcus aureus zijn in 1 g niet aantoonbaar; c. c. Salmonellae is in 50 g niet aantoonbaar; d. d. het aantal sporen van Bacillus cereus bedraagt niet meer dan 100 per g; e. e. het aantal kweekbare gisten en schimmels bedraagt niet meer dan 100 per g; f. f. fosfatase-activiteit is niet aantoonbaar.
3.
Vloeibare zuigelingenvoeding is:
a. a. gesteriliseerd en voldoet aan de navolgende eisen:
het heeft een kiemdodende warmtebehandeling of een andere behandeling met een gelijke kiemdodende werking ondergaan;
het is ter plaatse van de bereiding verpakt in een luchtdicht gesloten verpakking;
na vijf dagen bewaren bij 30+1°C in de oorspronkelijke verpakking is geen bederf waar te nemen;
na de hiervoor bedoelde bewaring bedraagt het aantal aeroob kweekbare micro-organismen niet meer dan 100 per ml; of
-
het heeft een kiemdodende warmtebehandeling of een andere behandeling met een gelijke kiemdodende werking ondergaan;
-
het is ter plaatse van de bereiding verpakt in een luchtdicht gesloten verpakking;
-
na vijf dagen bewaren bij 30+1°C in de oorspronkelijke verpakking is geen bederf waar te nemen;
-
na de hiervoor bedoelde bewaring bedraagt het aantal aeroob kweekbare micro-organismen niet meer dan 100 per ml; of b. b. ultra hoog verhit en voldoet aan de navolgende eisen:
het heeft voor het verpakken een stromende warmtebehandeling ondergaan; het is ter plaatse van de bereiding aseptisch verpakt in een met een deugdelijke afsluiting gesloten verpakking, welke niet geopend kan worden dan door verbreking van de afsluiting. -
het heeft voor het verpakken een stromende warmtebehandeling ondergaan;
-
het is ter plaatse van de bereiding aseptisch verpakt in een met een deugdelijke afsluiting gesloten verpakking, welke niet geopend kan worden dan door verbreking van de afsluiting.
Paragraaf 4. Voorschriften inzake het verpakken van en verpakkingsmiddelen voor zuigelingenvoeding
Artikel 11
1. Zuigelingenvoeding wordt zodanig verpakt en in zodanig materiaal, dat de kwaliteit van het verpakte produkt, de wijze van vervoer, de bestemming en de wijze van gebruik in aanmerking genomen, niet in ongunstige zin wordt beïnvloed.
2. Het verpakkingsmateriaal voor zuigelingenvoeding dient te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen en aan verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (PbEU L 338).
Artikel 12
1. De in een verpakkingseenheid aanwezige hoeveelheid zuigelingenvoeding is niet lager dan de op de verpakking vermelde hoeveelheid, tenzij het eenheden betreft met een op de verpakking vermelde hoeveelheid van ten hoogste 10 kg of 10 1, welke zijn voorzien van het EEG-teken, als bedoeld in het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet), in welk geval dient te zijn voldaan aan het bepaalde in het tweede lid.
2. Het EEG-teken, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet), in samenhang met een aanduiding van de hoeveelheid verpakte zuigelingenvoeding wordt uitsluitend gebezigd voor een serievoorverpakking, waarvan dat produkt deel uitmaakt, indien terzake is voldaan aan de voor het bezigen daarvan in het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) omschreven regels.
3. Het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) is van overeenkomtige toepassing, zulks met dien verstande dat in afwijking van het in genoemd besluit bepaalde wordt verstaan onder:
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag het EEG-teken worden vervangen door een door het COKZ aan de producent of verpakker toegekend controleteken.
Paragraaf 5. Voorschriften inzake de aanduiding en aanbieding van zuigelingenvoeding
Artikel 13
Geen ander produkt dan volledige zuigelingenvoeding mag worden voorgesteld als geschikt om gedurende de eerste vier tot zes levensmaanden volledig aan de voedingsbehoeften van normale gezonde zuigelingen te voldoen.
Artikel 14
1.
Volledige zuigelingenvoeding voldoet aan het bepaalde in het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen en wordt voorts van de volgende aanduidingen voorzien:
a. a. een aanduiding dat het produkt specifiek geschikt is om te worden gebruikt als voeding voor zuigelingen vanaf de geboorte, wanneer zij geen borstvoeding krijgen; b. b. voorzover het produkt geen toegevoegd ijzer bevat: een aanduiding dat aan de totale ijzerbehoefte van zuigelingen die ouder zijn dan vier maanden, slechts kan worden voldaan door daartoe ook nog andere bronnen te gebruiken; c. c. voorafgegaan door het woord ‘belangrijk’ of een woord van gelijke strekking:
1º
een verklaring dat borstvoeding de voorkeur heeft;
2º
een aanbeveling dat het produkt alleen dient te worden gebruikt op advies van onafhankelijke deskundigen op het gebied van geneeskunde, voeding of farmaceutische wetenschap of van personen die beroepsmatig verantwoordelijk zijn voor de zorg voor moeder en kind.
1º 1º een verklaring dat borstvoeding de voorkeur heeft; 2º 2º een aanbeveling dat het produkt alleen dient te worden gebruikt op advies van onafhankelijke deskundigen op het gebied van geneeskunde, voeding of farmaceutische wetenschap of van personen die beroepsmatig verantwoordelijk zijn voor de zorg voor moeder en kind.
2. Bij de etikettering van volledige zuigelingenvoeding worden geen afbeeldingen van zuigelingen, noch andere afbeeldingen of teksten gebezigd, waardoor het gebruik van het produkt zou kunnen worden geïdealiseerd. Het mag echter wel grafische afbeeldingen bevatten om het produkt gemakkelijk identificeerbaar te maken en om de bereidingswijze te illustreren.
3. Bij volledige zuigelingenvoeding worden slechts in de in bijlage IV bedoelde gevallen en in overeenstemming met de daarin vastgestelde voorwaarden aanduidingen op de verpakking vermeld inzake de speciale samenstelling.
Artikel 15
Opvolgzuigelingenvoeding voldoet aan het bepaalde in het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen en wordt voorts van de volgende aanduidingen voorzien:
a. a. een aanduiding dat het produkt alleen geschikt is om voor specifieke doeleinden te worden gebruikt als voeding voor zuigelingen die ouder zijn dan vier maanden; b. b. een aanduiding dat het produkt slechts een onderdeel van een gevarieerde voeding mag zijn; c. c. een aanduiding dat het produkt niet geschikt is als vervanging van moedermelk gedurende de eerste vier levensmaanden.
Artikel 16
1.
Onverminderd het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen en de artikelen 14 en 15 worden bij 7zuigelingenvoeding aanduidingen gebezigd, aangevende:
a. a. de beschikbare energie-waarde, uitgedrukt in kJ en kcal, per 100 ml gebruiksklaar produkt; b. b. het gehalte aan eiwitten, vetten en koolhydraten, uitgedrukt in een getal, per 100 ml gebruiksklaar produkt; c. c. de gemiddelde hoeveelheid van elk mineraal en elke vitamine dat in respectievelijk bijlage I en bijlage II is vermeld, per 100 ml gebruiksklaar produkt; d. d. indien van toepassing het gehalte aan choline, inositol, carnitine en taurine, uitgedrukt in een getal, per 100 ml gebruiksklaar produkt; e. e. een gebruiksaanwijzing voor de juiste bereiding van het produkt en een waarschuwing dat aan onjuiste bereiding risico's voor de gezondheid zijn verbonden.
2. Bij zuigelingenvoeding kan een aanduiding worden gebezigd, aangevende de gemiddelde hoeveelheid van de in bijlage III genoemde voedingsstoffen, wanneer deze vermelding wordt bestreken door het bepaalde in het eerste lid, onderdeel c en d, uitgedrukt in een getal, per 100 ml gebruiksklaar product.
3. Bij opvolgzuigelingenvoeding kan naast de in een getal uitgedrukte informatie, een aanduiding worden gebezigd, aangevende informatie over de in bijlage VIII opgenomen vitamines en mineralen, uitgedrukt als een percentage van de daarin vermelde referentiewaarden, per 100 ml gebruiksklaar product, mits de hoeveelheden minimaal gelijk zijn aan 15% van de referentiewaarden.
4. De produkten worden in een geschikte taal geëtiketteerd, en wel zodanig dat enig risico dat er verwarring ontstaat tussen volledige en opvolgzuigelingenvoeding wordt vermeden.
Artikel 17
De gebezigde aanduidingen op zuigelingenvoeding zijn zodanig dat de nodige voorlichting wordt geven omtrent het juiste gebruik van de produkten en vrouwen er niet van worden weerhouden borstvoeding te geven, met dien verstande dat:
a. a. termen als ‘gehumaniseerd’ en ‘gematerniseerd’ niet gebezigd worden; b. b. de term ‘aangepast’ slechts wordt gebezigd met inachtneming van artikel 14, derde lid, en van bijlage IV.1.
Artikel 18
De in de in artikelen 14, 15, 16, en 17 vermelde voorschriften, verboden en beperkingen zijn eveneens van toepassing op de aanbiedingsvorm van de betrokken produkten, en met name op de vorm, het uiterlijk of de verpakking ervan en op de gebruikte verpakkingsmaterialen.
Artikel 19
Zuigelingenvoeding, welke zodanig is samengesteld of bereid, dat zij mede geschikt is voor zuigelingen wier assimilatieproces of stofwisseling is verstoord, mag worden voorzien van aanduidingen waaruit het bijzondere karakter van de zuigelingenvoeding blijkt. Met betrekking tot deze aanduiding moet worden voldaan aan het bepaalde in het Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding, behoudens de verplichting tot het bezigen van de Nederlandse taal.
Artikel 20
1.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 14, 15, 16, en 17 zijn verzendverpakkingen van in Nederland verpakte zuigelingenvoeding voorzien van aanduidingen aangevende:
a. a. het aantal in de verzendverpakkingen aanwezige eenheden en de hoeveelheid per eenheid; b. b. de naam en plaats van vestiging van de verpakker of een door het COKZ aan hem toegekend herkenningsmerk; c. c. de op de in de verzendverpakking aanwezige eenheden aangebrachte datum van minimale houdbaarheid; d. d. de produktiepartijcode, tenzij de datum van minimale houdbaar- heid als zodanig kan worden aangemerkt.
2. De in het eerste lid bedoelde verpakkingen mogen zijn voorzien van onderstaand figuur in contrasterende kleuren.
3. De in het eerste en tweede lid, bedoelde aanduidingen zijn duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en als zodanig herkenbaar aangebracht op een der zijkanten van de verzendverpakking. Andere aanduidingen dan bedoeld in het eerste en tweede lid zijn op de desbetreffende zijde afwezig met uitzondering van verschepingsmerken en andere coderingen, welke in beperkte mate aanwezig mogen zijn, een en ander ter beoordeling van het COKZ.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 21
1. De Minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde in de artikelen 7, 8 en 9, zulks uitsluitend voorzover in het land van bestemming ter zake andere regels zijn vastgesteld.
2. Het bestuur kan ontheffing verlenen van het bepaalde in de artikelen 14, 15, 16, eerste lid, en 17, zulks uitsluitend voorzover in het land van bestemming ter zake andere regels zijn vastgesteld.
Artikel 22
Voor de vaststelling of zuigelingenvoeding aan het bij het besluit of bij deze regeling bepaalde voldoet, wordt gebruik gemaakt van de in bijlage IX opgenomen methoden van monsterneming en onderzoek, dan wel, indien in voorkomend geval geen methoden zijn opgenomen, van de voor dit doel door de directeur van het Rijks Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwprodukten goedgekeurde methoden.
Artikel 23
De Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding wordt ingetrokken.
Artikel 24
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Besluit houdende wijziging van het Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding in werking treedt.
Artikel 25
Deze regeling wordt aangehaald als: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994.
Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van bijlage IX, die ter inzage wordt gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Landbouw te 's-Gravenhage, Natuurbeheer en Visserij. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Bijlage I. (Bij artikel 7, eerste lid, onder a, 8, eerste lid, en 16, eerste lid, onder c)
De aangegeven waarden hebben betrekking op het gebruiksklare produkt.
Bijlage II. (Bij artikel 7, tweede lid, onder a, artikel 8, tweede lid, en artikel 16, eerste lid, onder c)
De aangegeven waarden hebben betrekking op het gebruiksklare produkt.
Bijlage III. (Bij artikel 7, eerste lid, onder c, en tweede lid, onder c)
Bijlage IV. (Bij
Bijlage v. (bij
Het gehalte aan essentiële en semiessentiële aminozuren van moedermelk, uitgedrukt in mg per 100 kJ en 100 kcal, is als volgt:
Bijlage VI. (Bij
De aminozuur samenstelling van caseïne en moedermelkeiwit (g/100 g eiwit) is als volgt:
Bijlage VII. (Bij
Als referentie gelden de volgende gehaltes aan mineralen van koemelk, uitgedrukt per 100 g vetvrije droge stof en per g eiwit:
Bijlage VIII. (Bij
Bijlage IX
Ligt ter inzage bij de secretaris van het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel, te Leusden.