40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
12 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mandaatbesluit LNV Dienst Landelijk Gebied | BWBR0019116 | ministeriele-regeling | geldend | 2010-01-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019116 | Mandaatbesluit LNV Dienst Landelijk Gebied |
Mandaatbesluit LNV Dienst Landelijk Gebied
Artikel 1
De directeur, de directeur uitvoering en de chief financial officer van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen omtrent aangelegenheden, betreffende:
a. a. de goedkeuring van het werkplan inzake de voorbereiding van het Reconstructieprogramma en het plan van voorzieningen, bedoeld in artikel 24 van het Besluit van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 23 juni 1978, nr. 0515928 (Stcrt. 124); b. b. de uitgifte van legitimatiebewijzen als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht aan ambtenaren van de Dienst Landelijk Gebied; c. c. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 10, vierde lid, 35, tweede lid, 81, 85, eerste lid, artikel 87, vierde lid, 108, 115, eerste lid, 125, eerste lid, 128, derde lid, 146, tweede lid, 147, eerste lid, van de Landinrichtingswet, voorzover het niet betreft de bevoegdheid tot het vernietigen van of tot het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan, bedoeld in artikel 10:3, tweede lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht; d. d. de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 58, eerste lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, voorzover het niet betreft de bevoegdheid tot het vernietigen van of tot het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan, bedoeld in artikel 10:3, tweede lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht; e. e. de vaststelling van de onkostenvergoeding bedoeld in artikel 7, vierde en vijfde lid,van het Besluit van 11 september 1985, houdende nadere regelen betreffende de wijze van benoeming, de zittingsduur, de schorsing en het ontslag van de leden van een landinrichtingscommissie alsmede de aan hen toe te kennen vergoedingen; f. f. de beantwoording van aan de minister gerichte brieven, het werkterrein van zijn dienst betreffende, voorzover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de minister persoonlijk of namens deze door secretaris-generaal dient te worden ondertekend; g. g. het verlenen, vaststellen, wijzigen of intrekken van incidentele subsidies als bedoeld in artikel 4:23 derde lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot de uitvoering van gebiedsgericht beleid tot een bedrag van € 500.000,– per beschikking; h. h. de behandeling van klachten, het werkterrein van zijn dienst betreffende, voor zover deze klachten niet (mede) een gedraging van hemzelf betreffen.
Artikel 1a
De directeur, de directeur uitvoering en de chief financial officer van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betalingen te verrichten ter nakoming van financiële verplichtingen die zijn aangegaan ter uitvoering van maatregel 511 van het programma voor plattelandsontwikkeling, bedoeld in artikel 15 van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277), van Nederland, en het declareren bij de financierende partijen van gelden die deel uitmaken van die betalingen.
Artikel 2
De directeur, de directeur uitvoering, de chief financial officer en de regiodirecteuren van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen omtrent aangelegenheden, betreffende:
a. a. de bepaling van het tijdstip, bedoeld in artikel 146, vierde lid, van de Landinrichtingswet; b. b. subsidies ten behoeve van landinrichtingsprojecten als bedoeld in de Landinrichtingswet, de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën en de Reconstructiewet Midden-Delfland; c. c. de Infrastructuurregeling glastuinbouwgebieden; d. d. de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, met uitzondering van de besluiten tot subsidieverlening van meer dan € 500.000,–; e. e. de Stimuleringsregeling inrichting duurzame glastuinbouwgebieden, met uitzondering van de besluiten tot subsidieverlening en besluiten tot heroverweging van besluiten op aanvragen tot subsidieverlening; f. f. de Regeling gebiedsgerichte bestrijding van verdroging; g. g. de Regeling kavelruil; h. h. de Kaderregeling subsidies pilotprojecten reconstructie; i. i. de Regeling bedrijfshervestiging en -beëindiging; j. j. De Regeling Subsidiëring landinrichting. k. k. de Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratie gebieden; l. l. de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies; m. m. het sluiten van overeenkomsten met provincies inzake de uitvoering door de Dienst Landelijk Gebied van het gebiedsgerichte beleid; n. n. het maken van afspraken met opdrachtgevers over de door de Dienst Landelijk Gebied te leveren producten en te verlenen diensten.
Artikel 3
De directeur, de directeur uitvoering, de chief financial officer, de regiodirecteuren en de hoofden projecten van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen omtrent aangelegenheden, betreffende:
a. a. de toevoeging van een secretaris aan de landinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Landinrichtingswet; b. b. de instemming met de aanwijzing van de ingenieur van het kadaster en één of meer plaatsvervangers, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Landinrichtingswet; c. c. de instemming met de aanwijzing van een ingenieur van het kadaster en één of meer plaatsvervangers, bedoeld in artikel 4, negende lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën; d. d. de toevoeging van een secretaris aan de herinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 4, tiende lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën; e. e. de instemming met de aanwijzing van een ingenieur van het kadaster en één of meer plaatsvervangers en de benoeming van de secretarissen en van deskundigen, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Reconstructiewet Midden-Delfland.
Artikel 4
De directeur, de directeur uitvoering, de chief financial officer, de regiodirecteuren, de hoofden projecten en de teamhoofden inrichting van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen omtrent aangelegenheden, betreffende:
a. a. het verzoek aan het bestuur van de Dienst voor het kadaster en openbare Registers om de landinrichtingsrente aan te tekenen in de registers van het kadaster; b. b. het verzoek aan het bestuur van de Dienst voor het kadaster en openbare Registers om de herinrichtingsrente aan te tekenen in de registers van het kadaster; c. c. het verzoek aan het bestuur van de Dienst voor het kadaster en openbare Registers om de reconstructierente aan te tekenen in de registers van het kadaster.
Artikel 5
De directeur, de directeur uitvoering, de chief financial officer, de regiodirecteuren, de hoofden projecten en de teamhoofden inrichting van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te vertegenwoordigen in de administratieve procedures inzake Onteigening als bedoeld in de artikelen 122 en 123 Onteigeningswet.
Artikel 6
Aan de hoofden grondzaken en de plaatsvervangend hoofden grondzaken van de Dienst Landelijk Gebied wordt volmacht verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de Staat der Nederlanden te vertegenwoordigen bij de levering van onroerende zaken en rechten aan het bureau beheer landbouwgronden, dan wel aan Staatsbosbeheer, die zijn onteigend overeenkomstig artikel 87 en/of artikel 122, eerste lid, van de Onteigeningswet, artikel 6, eerste lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën of artikel 5 van de Reconstructiewet Midden-Delfland.
Artikel 7
De directeur, de directeur uitvoering en de chief financial officer van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. a. het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiele aard; b. b. het afwijzen van verzoeken om schadevergoeding en de toekenning ervan tot bedragen van ten hoogste € 50.000,–.
Artikel 8
De regiodirecteuren, de hoofden projecten, het hoofd concern staf, het hoofd betaalorgaan, het hoofd concern produktie, het hoofd concern audit, het hoofd en plaatsvervangend hoofd shared service center, het hoofd concern control en het hoofd informatiemanagement en procesbeheer van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard, voor zover deze een bedrag van € 50.000,- niet te boven gaan.
Artikel 9
De teamhoofden en de hoofden regio control van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard voorzover deze een bedrag van € 5000,– niet te boven gaan.
Artikel 9a
De directeur, de directeur uitvoering, de chief financial officer, de regiodirecteuren, de hoofden projecten, het hoofd concern staf en het hoofd concern productie van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten ten laste van programmabudget, voor zover het bedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting niet overschrijdt.
Artikel 9b
De teamhoofden van de Dienst Landelijk Gebied zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten ten laste van programmabudget voor zover deze een bedrag van € 100.000,- niet te boven gaan.
Artikel 10
De ondertekening, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 9b, luidt:
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:
gevolgd door de functieaanduiding, handtekening en naam functionaris.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit LNV Dienst Landelijk Gebied.
Artikel 12
Het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 2 oktober 2003 (Stcrt. 2003, nr. 197), nr. TRCJZ/2003/8560, houdende machtiging aan ambtenaren van de Dienst Landelijk Gebied tot het beslissen en ondertekenen van stukken namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, wordt ingetrokken.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.