rijk/ministeriele-regeling/mandaatregeling-1992-sg-diensthoofden/BWBR0005422/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.5 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatregeling 1992 SG-diensthoofden BWBR0005422 ministeriele-regeling geldend 1992-03-06 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005422 Mandaatregeling 1992 SG-diensthoofden

Mandaatregeling 1992 SG-diensthoofden

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Aan het diensthoofd wordt mandaat verleend met betrekking tot de aangelegenheden die ingevolge de artikelen 4 tot en met 12 van het Algemeen organisatiebesluit Defensie 1992 tot zijn werkterrein behoren.

2.

Het diensthoofd kan zijn mandaat in een daarbij door hem te bepalen omvang doormandateren aan:

a. a. een plaatsvervangend diensthoofd; b. b. een hoofd van een onder hem resorterend organisatie-eenheid; c. c. een andere onder hem ressorterende functionaris.

Artikel 3

Deze regeling is niet van toepassing op:

a. a. beslissingen en stukken inzake bezwaren tegen beslissingen die door de secretaris-generaal of namens deze door een door hem aangewezen functionaris zijn genomen; b. b. stukken, bestemd voor de Nationale ombudsman; c. c. voordrachten voor onderscheidingen.

Artikel 4

1. De verlening van mandaat geschiedt slechts bij een schriftelijke beslissing. Een beslissing tot het verlenen van mandaat wordt aan de secretaris-generaal gezonden.

2. Een beslissing tot het verlenen van mandaat kan door de secretaris-generaal ongedaan worden gemaakt, indien hij van mening is, dat in redelijkheid niet tot de verlening van het mandaat kon worden beslist, dan wel dat het mandaat in redelijkheid niet kan worden gehandhaafd.

3. Het diensthoofd draagt er zorg voor dat een register wordt aangehouden van de functionarissen binnen het dienstonderdeel die op basis van mandaat beslissingen kunnen nemen en stukken kunnen vaststellen en ondertekenen en van de inhoud van hun mandaat.

Artikel 5

Bij afwezigheid of verhindering van een mandataris treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats, behoudens ten aanzien van de bevoegdheid tot het verlenen van een mandaat of tot het wijzigen van een verleend mandaat.

Artikel 6

1. De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de voor de burgerlijke rijksdienst en de voor het ministerie geldende beleids- en uitvoeringsregels.

2. Aan de uitoefening van de door middel van mandaat verleende bevoegdheden kunnen door de mandans nadere regelen worden gesteld en instructies worden verbonden.

3. De mandataris is gehouden de gestelde regelen en instructies op te volgen.

Artikel 7

De mandans is te allen tijde bevoegd de op basis van mandaat verleende bevoegdheden zelf uit te oefenen.

Artikel 8

De mandataris maakt geen gebruik van een aan hem verleend mandaat in de gevallen waarin hij van mening is dat de mandans een beslissing dient te nemen of een stuk dient vast te stellen en te ondertekenen.

Artikel 9

De mandataris is gehouden erop toe te zien dat de binnen het ministerie geldende overleg- en medeparaaf-procedures in acht zijn genomen alvorens een beslissing te nemen en stukken vast te stellen en te ondertekenen.

Artikel 10

De mandataris is gehouden in de ondertekening van stukken die op basis van mandaat worden ondertekend, het mandaat tot uitdrukking te brengen door opneming van de volgende formule:

De Minister/Staatssecretaris van Defensie

Voor deze.

Functie van de betrokken mandataris.

Handtekening van de betrokken mandataris

Naam van de mandataris.

Artikel 11

1. Het toezicht op de naleving door de diensthoofden van deze mandaatregeling wordt uitgeoefend door de secretaris-generaal.

2. De diensthoofden zijn gehouden toe te zien op de naleving van de door hen vastgestelde mandaatregelingen.

Artikel 12

Beslissingen tot het verlenen van mandaat of delegatie, onder welke benaming of in welke vorm ook, genomen vóór de datum van ondertekening van deze regeling, worden geacht te zijn genomen op grond van deze regeling. Zij blijven van kracht tot uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening en werkt terug tot en met 1 januari 1992.

Artikel 14

Deze regeling kan worden aangehaald als: Mandaatregeling 1992 SG-diensthoofden

Deze regeling zal met bijbehorende toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Afschriften van deze regeling worden verzonden volgens bijgevoegde verzendlijst.