40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
7.1 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ondermandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden van het College van procureurs-generaal 2017 | BWBR0039928 | ministeriele-regeling | geldend | 2017-08-31 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0039928 | Ondermandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden van het College van procureurs-generaal 2017 |
Ondermandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden van het College van procureurs-generaal 2017
Artikel 1
1.
Aan de hoofden van de parketten wordt ondermandaat verleend ten aanzien van:
a. a. het nemen van besluiten op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen; b. b. het nemen van besluiten op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen; c. c. het beslissen op klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers.
2. Aan de hoofden van de parketten wordt volmacht verleend voor het toekennen van schadevergoeding ter hoogte van maximaal € 10.000,– naar aanleiding van buitengerechtelijke verzoeken om schadevergoeding in verband met strafvorderlijk optreden dat aan het Openbaar Ministerie kan worden toegerekend.
3. Het ondermandaat en de volmacht ten aanzien van de in het eerste lid, onder a en b, en het tweede lid genoemde aangelegenheden kan slechts één hiërarchisch niveau worden doorgegeven.
Artikel 2
1.
In aanvulling op artikel 1 wordt aan het hoofd van het parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie ondermandaat verleend ten aanzien van:
a. a. het beslissen op bezwaarschriften voor zover het gaat om zaken die zijn parket betreffen en die betrekking hebben op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen; b. b. het beslissen op bezwaarschriften voor zover het gaat om zaken die zijn parket betreffen en die betrekking hebben op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen; c. c. het behandelen van beroepschriften naar aanleiding van beslissingen op bezwaar voor zover het gaat om zaken die zijn parket betreffen, evenals het optreden ter zitting en het aanwenden van rechtsmiddelen naar aanleiding van deze beroepschriften.
2.
Het hoofd van het parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie kan:
a. a. in afwijking van artikel 1, derde lid, het in artikel 1, eerste lid, onder a en b gegeven ondermandaat maximaal twee hiërarchische niveaus doorgeven. b. b. het in artikel 2, eerste lid, onder a en b gegeven ondermandaat één hiërarchisch niveau doorgeven. c. c. het in artikel 2, eerste lid, onder c gegeven ondermandaat doorgeven aan onder hem ressorterende medewerkers die met die taak zijn belast.
Artikel 3
Aan de directeur van het Parket-Generaal wordt ondermandaat verleend ten aanzien van het beslissen op klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van onder hem ressorterende medewerkers.
Artikel 4
1.
Aan de directeur van de Rijksrecherche en de directeur van de Dienstverleningsorganisatie Openbaar Ministerie wordt ondermandaat verleend ten aanzien van:
a. a. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen. b. b. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen. c. c. het beslissen op klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers.
2. Het ondermandaat ten aanzien van de in het eerste lid, onder a en b, genoemde aangelegenheden kan slechts één hiërarchisch niveau worden doorgegeven.
Artikel 5
1.
Aan het hoofd Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Parket-Generaal wordt ondermandaat verleend ten aanzien van:
a. a. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen. b. b. het beslissen op bezwaarschriften die betrekking hebben op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen. c. c. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen. d. d. het beslissen op bezwaarschriften die betrekking hebben op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen. e. e. het behandelen van beroepschriften naar aanleiding van beslissingen op bezwaar, evenals het optreden ter zitting en het aanwenden van rechtsmiddelen naar aanleiding van deze beroepschriften. f. f. het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 4:7, eerste lid, onder a van het Besluit politiegegevens.
2. Aan het hoofd Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Parket-Generaal wordt volmacht verleend om in en buiten rechte op te treden naar aanleiding van verzoeken om schadevergoeding in verband met strafvorderlijk optreden dat aan het Openbaar Ministerie kan worden toegerekend.
3. Het hoofd Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Parket-Generaal wordt gemachtigd om bij aangelegenheden die de Nationale ombudsman betreffen alle handelingen te verrichten, behoudens het geven van een verbod als bedoeld in artikel 14 Wet Nationale ombudsman.
4. Het ondermandaat, de volmacht en de machtiging ten aanzien van de in het eerste, tweede en derde lid genoemde aangelegenheden kan slechts één hiërarchisch niveau worden doorgegeven.
Artikel 6
1. Verleend ondermandaat dient steeds per hiërarchisch niveau verder te worden doorgegeven, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.
2. De bevoegdheden die in dit besluit worden gemandateerd, komen ook toe aan de plaatsvervangers en/of waarnemers van de hiervoor genoemde functionarissen, indien en voor zover zij als zodanig optreden.
Artikel 7
De hiervoor genoemde functionarissen brengen in de ondertekening van de besluiten tot uitdrukking dat de besluiten zijn genomen namens de Minister van Veiligheid en Justitie. De ondertekening luidt:
De Minister van Veiligheid en Justitie,
namens deze,
het College van procureurs-generaal,
namens deze,
[handtekening en vermelding van naam en functie van de ondertekenaar]
Artikel 8
Indien een krachtens mandaat te nemen besluit belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben, dragen de hiervoor genoemde functionarissen zorg voor voorafgaande afstemming met het College van procureurs-generaal.
Artikel 9
Met inwerkingtreding van dit besluit wordt ingetrokken de Ondermandaatregeling niet-beheersaangelegenheden van het College van procureurs-generaal van 27 februari 2013.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking in de Staatscourant.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Ondermandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden van het College van procureurs-generaal 2017.