40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
1186 lines
62 KiB
Markdown
1186 lines
62 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011
|
||
bwb_id: BWBR0029021
|
||
type: ministeriele-regeling
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '2011-05-02'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0029021
|
||
citeertitel: Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011
|
||
---
|
||
|
||
# Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011
|
||
|
||
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||
|
||
– –
|
||
|
||
*FAB-randen:*randen op productiepercelen gericht op het aantrekken van natuurlijke vijanden ten behoeve van natuurlijke plaagbeheersing in het naastgelegen akkerbouwgewas, met uitzondering van snijmaïs, bestaande uit enkel en alleen FAB-planten;
|
||
– –
|
||
|
||
*FAB-planten:* eenjarige of meerjarige bloemen en kruiden, bruikbaar voor het aantrekken van natuurlijke vijanden;
|
||
– –
|
||
|
||
*Minister:* Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
|
||
– –
|
||
|
||
*monitoring:*
|
||
|
||
|
||
|
||
a.
|
||
registratie van de bewerkingen en omschrijving van de ten behoeve van de aanleg en onderhoud van de FAB-rand uitgevoerde werkzaamheden, en
|
||
|
||
|
||
b.
|
||
registratie van de gegevens van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen gerelateerd aan de aanwezigheid van natuurlijke vijanden in de FAB-rand en de aanwezigheid van plaaginsecten in het aangrenzend perceel. Deze gegevens bestaan uit:
|
||
|
||
|
||
1.
|
||
datum van de bespuiting;
|
||
|
||
|
||
2.
|
||
merknaam en werkzame stof van het gewasbeschermingsmiddel;
|
||
|
||
|
||
3.
|
||
dosering; en
|
||
|
||
|
||
4.
|
||
toegepaste spuitdoppen;
|
||
a. a.
|
||
registratie van de bewerkingen en omschrijving van de ten behoeve van de aanleg en onderhoud van de FAB-rand uitgevoerde werkzaamheden, en
|
||
b. b.
|
||
registratie van de gegevens van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen gerelateerd aan de aanwezigheid van natuurlijke vijanden in de FAB-rand en de aanwezigheid van plaaginsecten in het aangrenzend perceel. Deze gegevens bestaan uit:
|
||
|
||
|
||
1.
|
||
datum van de bespuiting;
|
||
|
||
|
||
2.
|
||
merknaam en werkzame stof van het gewasbeschermingsmiddel;
|
||
|
||
|
||
3.
|
||
dosering; en
|
||
|
||
|
||
4.
|
||
toegepaste spuitdoppen;
|
||
1. 1.
|
||
datum van de bespuiting;
|
||
2. 2.
|
||
merknaam en werkzame stof van het gewasbeschermingsmiddel;
|
||
3. 3.
|
||
dosering; en
|
||
4. 4.
|
||
toegepaste spuitdoppen;
|
||
– –
|
||
|
||
*regeling:* Regeling LNV-subsidies;
|
||
– –
|
||
|
||
*scouting:* registratie van de verhouding van aanwezige plaaginsecten ten opzichte van natuurlijke vijanden in het naast de FAB rand gelegen perceel;
|
||
– –
|
||
|
||
*verordening (EG) nr. 2200/96:*
|
||
verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sectoren groenten en fruit (PbEG L 297);
|
||
– –
|
||
|
||
*verordening (EG) nr. 73/2009:*
|
||
verordening (EG) Nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG)nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PbEU L 30).
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
De subsidies, bedoeld in artikel 1:20 van de regeling, zijn de subsidies bedoeld in de volgende titels van hoofdstuk 2 van dit besluit:
|
||
|
||
– –
|
||
|
||
titel 1, 2, 3, 4 en 5;
|
||
– –
|
||
|
||
titel 6, met uitzondering van de subsidies genoemd in paragraaf 1 en 3;
|
||
– –
|
||
|
||
titel 7.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
De subsidies, bedoeld in artikel 1:3, vijfde lid van de regeling, zijn de subsidies bedoeld in de volgende hoofdstukken en titels van dit besluit:
|
||
|
||
– –
|
||
|
||
hoofdstuk 2, titel 1 t/m 9;
|
||
– –
|
||
|
||
hoofdstuk 4, titel 1 en 2.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 2. Concurrerende landbouw
|
||
|
||
### Titel 1. Beroepsopleiding en voorlichting
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen die overwegen om te schakelen naar de biologische productiemethode, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode, die in omschakeling zijn of die reeds omgeschakeld zijn naar die biologische productiemethode.
|
||
|
||
**2.** De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 17 januari 2011 tot en met 30 november 2011.
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d en g, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten of de in het derde lid van dat artikel genoemde opleidingen, trainingen of voorlichtingsbijeenkomsten, en uitsluitend voor zover deze activiteiten betrekking hebben op:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;
|
||
b. b.
|
||
de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;
|
||
c. c.
|
||
de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode in de bedrijfsvoering;
|
||
d. d.
|
||
de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische productiemethode;
|
||
e. e.
|
||
de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen;
|
||
f. f.
|
||
het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, of
|
||
g. g.
|
||
het verwerven van technische kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van een of meer andere activiteiten dan de primaire agrarische activiteit met dien verstande dat de aanvrager de primaire agrarische activiteit blijft voortzetten.
|
||
|
||
**2.** In afwijking van artikel 3, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen die lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij door desbetreffende ondernemingen wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, en g, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.
|
||
|
||
**3.** De aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kunnen uitsluitend tot subsidievaststelling leiden, indien de ingeschakelde adviseur of instelling voldoet aan artikel 2:8, tweede lid, onderdeel e, van de regeling.
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
Er worden geen voorschotten verleend.
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van het bedrijfsconsult, training of opleiding, met dien verstande dat de subsidie per dagdeel ten hoogste € 250 bedraagt en de subsidie in totaal ten hoogste € 1500 bedraagt.
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt € 450.000.
|
||
|
||
### Titel 2. Bedrijfsadviesdiensten
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2011 tot en met 13 mei 2011 door landbouwondernemingen die rechtstreekse betalingen uit hoofde van verordening (EG) nr. 73/2009 ontvangen.
|
||
|
||
**2.** Onder beheerseisen en minimumeisen als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, wordt verstaan: beheerseisen en bepalingen inzake goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 3 en 6 van de Regeling GLB inkomenssteun 2006.
|
||
|
||
**3.** De aanvragen kunnen uitsluitend betrekking hebben op adviezen als bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de regeling.
|
||
|
||
### Artikel 10
|
||
|
||
Er worden geen voorschotten verleend.
|
||
|
||
### Artikel 11
|
||
|
||
De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies en ten minste € 250.
|
||
|
||
### Artikel 12
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt € 600.000.
|
||
|
||
### Titel 3. Kennisverspreiding (praktijknetwerken)
|
||
|
||
### Artikel 13
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen, met dien verstande dat een samenwerkingsverband uit minimaal twee deelnemers bestaat.
|
||
|
||
**2.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen of kennisinstellingen, met dien verstande dat een samenwerkingsverband uit minimaal acht deelnemers bestaat.
|
||
|
||
**3.** De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel b, van de regeling en hebben een duur van ten hoogste twee jaar.
|
||
|
||
**4.** De aanvragen, bedoeld in het tweede lid, kunnen uitsluitend worden ingediend voor projecten als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, onderdeel c, van de regeling en hebben een duur van ten hoogste drie jaar.
|
||
|
||
**5.** De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden ingediend in de periode van 15 september 2011 tot en met 28 oktober 2011.
|
||
|
||
### Artikel 14
|
||
|
||
De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 13, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate:
|
||
|
||
a. a.
|
||
het gekozen thema en de gekozen aanpak van het project inhoudelijk meer vernieuwend zijn;
|
||
b. b.
|
||
het project een meer duurzaam karakter heeft;
|
||
c. c.
|
||
de samenstelling van het samenwerkingsverband beter past bij het project;
|
||
d. d.
|
||
de kennis en ervaring effectiever worden verspreid.
|
||
|
||
### Artikel 15
|
||
|
||
**1.** De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, 80% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 40.000.
|
||
|
||
**2.** De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, 70% van de subsidiabele kosten, en bedraagt ten minste € 100.000 en ten hoogste € 250.000.
|
||
|
||
### Artikel 16
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt:
|
||
|
||
a. a.
|
||
voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, € 2.000.000;
|
||
b. b.
|
||
voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, € 3.600.000.
|
||
|
||
### Artikel 17
|
||
|
||
Artikel 1:19, derde lid, van de regeling is van toepassing.
|
||
|
||
### Titel 4. Demonstratieprojecten
|
||
|
||
### Artikel 18
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend voor projecten die betrekking hebben op het thema functionele agrobiodiversiteit als bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, onderdeel o, van de regeling, voor zover deze projecten gericht zijn op het bevorderen van natuurlijke plaagbestrijding door middel van FAB-randen.
|
||
|
||
**2.** De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door landbouwondernemingen, in een samenwerkingsverband van ten minste 50 landbouwondernemingen.
|
||
|
||
**3.** De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 17 januari 2011 tot en met 31 januari 2011 of in de periode van 1 november 2011 tot en met 15 november 2011.
|
||
|
||
**4.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, van de regeling kunnen ook worden ingediend voor projecten die betrekking hebben op de thema’s, bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, onderdeel g, voor zover deze projecten zich richten op vernieuwingen die een bijdrage leveren aan het bereiken van de doelstellingen, genoemd in artikel 2 van het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren.
|
||
|
||
**5.** De aanvragen, bedoeld in het vierde lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door landbouwondernemingen of een samenwerkingsverband van landbouwondernemingen onderling, dan wel met agro-MKB ondernemingen, bosbouwondernemingen of MKB ondernemingen werkzaam in de voedselindustrie, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de sectoren: veehouderij, akkerbouw, tuinbouw open teelt, bloembollen, bolbloemen, paddenstoelen of glastuinbouw.
|
||
|
||
**6.** De aanvragen, bedoeld in het vierde lid, kunnen worden ingediend in de periode van 15 april tot en met 12 mei 2011.
|
||
|
||
### Artikel 18a
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project als bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend voor projecten die betrekking hebben op één of meer van de thema’s, bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, onderdelen f, p, r, s, t, of u, van de regeling voor zover het project zich richt op een gebiedsgericht coherent plan waarin sprake is van onderlinge samenwerking, afstemming en kennisdeling van de inzet van maatregelen binnen de bestaande bedrijfsprocessen van het samenwerkingsverband, bedoeld in het achtste lid van dit artikel, en op vernieuwingen die een bijdrage leveren aan de prioriteiten als bedoeld in artikel 16 bis van Verordening (EG) nr. 1698/2005.
|
||
|
||
**2.** De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door een samenwerkingsverband van landbouwondernemingen onderling, danwel met stichtingen, verenigingen of overheidsinstanties, met dien verstande dat ten minste 10 landbouwondernemingen deelnemen aan het samenwerkingsverband.
|
||
|
||
**3.** In afwijking van artikel 2:14, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van de regeling behoeven de stichtingen en verenigingen, bedoeld in het tweede lid, niet werkzaam te zijn op het gebied van landbouwondernemingen of bosbouwondernemingen.
|
||
|
||
**4.** De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door samenwerkingsverbanden waarvan de deelnemende landbouwondernemingen zijn gevestigd in de gebieden die binnen de begrenzing vallen zoals aangegeven in bijlagen 2a, 2b, 2c en 2d.
|
||
|
||
**5.** De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 15 maart tot en met 29 maart 2011.
|
||
|
||
### Artikel 19
|
||
|
||
In afwijking van artikel 2:2, onderdeel a, van de regeling komen de kosten voor de aankoop van zaaizaad ten behoeve van FAB-randen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, en ten behoeve van de uitvoering van de projecten bedoeld in artikel 18a, eerste lid, in aanmerking voor subsidie.
|
||
|
||
### Artikel 20
|
||
|
||
De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen advies uit in de vorm van een rangschikking.
|
||
|
||
### Artikel 21
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
In aanvulling op artikel 2:16, onderdeel a, punt 2, van de regeling draagt een project als bedoeld in artikel 18, eerste lid, meer bij aan het bevorderen van nieuwe kennis of technologieën in de gehele sector indien:
|
||
|
||
a. a.
|
||
het samenwerkingsverband groter is;
|
||
b. b.
|
||
er meer regionale spreiding is van deelnemende landbouwondernemingen;
|
||
c. c.
|
||
er meer regionale en landelijke samenwerking is tussen de landbouwondernemingen in het samenwerkingsverband ten behoeve van kennisuitwisseling en demonstraties.
|
||
|
||
**2.** In aanvulling op artikel 2:16 van de regeling wordt een project als bedoeld in artikel 18, vierde lid, hoger gerangschikt, naarmate het project meer bijdraagt aan de voor de sectoren, genoemd in artikel 18, vierde lid, relevante convenantafspraken als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 8 van het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren.
|
||
|
||
### Artikel 22
|
||
|
||
**1.** De subsidie, bedoeld in artikel 18, eerste lid, wordt uitsluitend verleend indien uit het op het project toegesneden communicatieplan volgt dat de resultaten van de scouting en de resultaten van de monitoring openbaar worden gemaakt.
|
||
|
||
**2.** De subsidie, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, wordt uitsluitend verleend indien uit het op het project toegesneden communicatieplan volgt dat uit het project te trekken conclusies met betrekking tot de meerwaarde die een samenwerkingsverband al dan niet levert aan de realisatie van de prioriteiten als bedoeld in artikel 16 bis van Verordening (EG) nr. 1698/2005 door een verbeterde coherente aanpak in planvorming en uitvoering, waaronder begrepen de meerwaarde van de zelfsturing van het samenwerkingsverband voor wat betreft de deelname van landbouwers aan het samenwerkingsverband, de continuïteit in deelname en de gezamenlijke inzet van maatregelen binnen de bestaande bedrijfsprocessen van het samenwerkingsverband, openbaar worden gemaakt.
|
||
|
||
### Artikel 23
|
||
|
||
**1.** De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18, eerste lid, 100% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat voor de berekening van het subsidiebedrag de kosten bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, onderdelen b, c, d en h, van de regeling gezamenlijk ten hoogste 30% van de totale subsidiabele kosten bedragen.
|
||
|
||
**2.** De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18, eerste lid, ten hoogste € 3000 per deelnemer per jaar voor de kosten, bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, onderdelen a en g van de regeling.
|
||
|
||
**3.** De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18, vierde lid, ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.
|
||
|
||
**4.** Indien het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van landbouwondernemingen, bedraagt de subsidie voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18, vierde lid, in afwijking van het derde lid ten hoogste 70% van de subsidiabele kosten.
|
||
|
||
### Artikel 23a
|
||
|
||
De subsidie bedraagt voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, 100% van de subsidiabele kosten.
|
||
|
||
### Artikel 24
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt:
|
||
|
||
a. a.
|
||
voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18, eerste lid, € 6.000.000
|
||
b. b.
|
||
voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18, vierde lid, € 3.150.000
|
||
|
||
**2.** In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geldt een additioneel subsidieplafond van het Productschap Tuinbouw van € 202.000 voor projecten ingediend door glastuinbouwondernemingen, met dien verstande dat per project ten hoogste 20% van het subsidiebedrag ten laste komt van het additionele subsidieplafond.
|
||
|
||
### Artikel 24a
|
||
|
||
Het subsidieplafond voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, bedraagt:
|
||
|
||
1°. 1°.
|
||
€ 2.375.000 voor samenwerkingsverbanden die gevestigd zijn in het gebied zoals begrensd in bijlage 2a;
|
||
2°. 2°.
|
||
€ 2.685.000 voor samenwerkingsverbanden die gevestigd zijn in het gebied zoals begrensd in bijlage 2b;
|
||
3°. 3°.
|
||
€ 2.150.000 voor samenwerkingsverbanden die gevestigd zijn in het gebied zoals begrensd in bijlage 2c;
|
||
4°. 4°.
|
||
€ 1.576.000 voor samenwerkingsverbanden die gevestigd zijn in het gebied zoals begrensd in bijlage 2d.
|
||
|
||
### Artikel 25
|
||
|
||
Artikel 1:19, derde lid, van de regeling is van toepassing.
|
||
|
||
### Titel 5. Onderzoek en ontwikkeling (samenwerking bij innovatieprojecten)
|
||
|
||
### Artikel 26
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-. paarden-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij.
|
||
|
||
**2.** Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen tevens worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de bijenhouderij, glastuinbouw, paddenstoelenteelt, akkerbouw, opengrondstuinbouw of teelt van plantaardig uitgangsmateriaal.
|
||
|
||
**3.** Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen, met dien verstande dat het innovatieproject past binnen één of meerdere van de nieuwe uitdagingen: klimaatverandering, waterbeheer, hernieuwbare energie en biodiversiteit.
|
||
|
||
**4.** Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:32, eerste lid, en artikel 2:36aa, van de regeling kunnen, in afwijking van artikel 2:32, tweede lid, van de regeling, uitsluitend worden ingediend door samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen en agro-MKB-ondernemingen tezamen, met dien verstande dat de landbouwondernemingen werkzaam zijn in de veehouderij.
|
||
|
||
**5.** De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 februari 2011 tot en met 25 februari 2011.
|
||
|
||
**6.** De aanvragen, bedoeld in het derde lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni 2011 tot en met 15 juli 2011.
|
||
|
||
**7.** De aanvragen, bedoeld in het vierde lid, kunnen worden ingediend in de periode van 3 oktober 2011 tot en met 28 oktober 2011.
|
||
|
||
### Artikel 27
|
||
|
||
**1.** De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 26, eerste, tweede, derde of vierde lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.
|
||
|
||
**2.** Projecten als bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid, hebben een meer innovatief karakter als bedoeld in artikel 2:33, onderdeel a, van de regeling naarmate het project meer aansluit bij de programmalijnen van de desbetreffende sectorale innovatieagenda’s.
|
||
|
||
**3.** Projecten als bedoeld in artikel 26, eerste lid, hebben een meer duurzaam karakter als bedoeld in artikel 2:33, onderdeel d, van de regeling naarmate het project meer bijdraagt aan de uitwerking van de zes speerpunten van de Uitvoeringsagenda duurzame veehouderij.
|
||
|
||
### Artikel 28
|
||
|
||
Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend.
|
||
|
||
### Artikel 29
|
||
|
||
**1.** De subsidie bedraagt voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste, tweede en derde lid, 35% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 500.000 voor het innovatieproject, met dien verstande dat voor kosten als bedoeld in artikel 2:35, eerste lid, onderdelen c en h, van de regeling de subsidie ten hoogste € 400.000 bedraagt.
|
||
|
||
**2.** De subsidie bedraagt voor aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 26, vierde lid, 35% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 150.000.
|
||
|
||
### Artikel 30
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt:
|
||
|
||
a. a.
|
||
voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, € 2.600.000;
|
||
b. b.
|
||
voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 26, tweede lid, € 3.750.000;
|
||
c. c.
|
||
voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 26, derde lid, € 8.000.000;
|
||
d. d.
|
||
voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 26, vierde lid, € 650.000.
|
||
|
||
### Titel 5a. Onderzoek naar emissiearm veevoeder
|
||
|
||
### Artikel 30a
|
||
|
||
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een onderzoeksproject als bedoeld in artikel 2:36b, eerste lid, van de Regeling kunnen worden ingediend in de periode 21 maart 2011 tot en met 20 mei 2011.
|
||
|
||
### Artikel 30b
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt voor aanvragen als bedoeld in artikel 30a € 1.000.000.
|
||
|
||
### Titel 6. Bedrijfsmodernisering
|
||
|
||
#### Paragraaf 1. Investeringen op het terrein van energiebesparing
|
||
|
||
### Artikel 31
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in:
|
||
|
||
a. a.
|
||
een eerste energiescherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onderdeel B, van de regeling;
|
||
b. b.
|
||
een tweede energiescherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel B, van de regeling;
|
||
c. c.
|
||
een klimaatcomputer als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 3, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 3, onderdeel B, van de regeling;
|
||
d. d.
|
||
een kasdek met antireflectie als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 4, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 4, onderdeel B, van de regeling;
|
||
e. e.
|
||
een warmtebuffersysteem als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 5, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 5, onderdeel B, van de regeling;
|
||
f. f.
|
||
verticale ventilatoren als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 6, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 6, onderdeel B, van de regeling;
|
||
g. g.
|
||
energieclusters als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 7, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 7, onderdeel B, van de regeling;
|
||
h. h.
|
||
een hogedruk vernevelingssysteem ten behoeve van kaskoeling als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 8, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 8, onderdeel B, van de regeling;
|
||
i. i.
|
||
een gevelscherm als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 9, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 9, onderdeel B, van de regeling;
|
||
j. j.
|
||
een energiebesparend ventilatiesysteem met voorverwarming en/of warmte terugwinning als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 10, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 10, onderdeel B, van de regeling;
|
||
k. k.
|
||
diffuus glas als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk1, paragraaf 11, onderdeel A van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 11, onderdeel B van de regeling, of
|
||
l. l.
|
||
een biomassa gestookte ketelinstallatie als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 12, onderdeel A, van de regeling kan worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 12, onderdeel B, van de regeling;
|
||
m. m.
|
||
de aansluiting op een energie- of CO_2netwerk als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 13, onderdeel A, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 13, onderdeel B, van de regeling.
|
||
|
||
**2.** De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2011 tot en met 13 mei 2011.
|
||
|
||
**3.** De Minister rangschikt de aanvragen overeenkomstig artikel 1:6 van de regeling.
|
||
|
||
### Artikel 32
|
||
|
||
Er worden geen voorschotten verleend.
|
||
|
||
### Artikel 33
|
||
|
||
**1.** De subsidie voor de in artikel 31, eerste lid, bedoelde investeringen wordt vastgesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in bijlage 1 bij dit besluit met betrekking tot de daarin onderscheiden landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden.
|
||
|
||
**2.** De volledige aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 1 jaar na subsidieverlening ingediend.
|
||
|
||
### Artikel 34
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt € 3.825.000.
|
||
|
||
#### Paragraaf 2. Marktintroductie energieinnovaties
|
||
|
||
### Artikel 35
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel a, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, van de regeling, met uitzondering van glastuinbouwondernemingen die voor dezelfde energieinnovatie op grond van artikel 2.3.2 van de Subsidieregeling Energie en Innovatie worden gesubsidieerd.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
De aanvragen kunnen worden ingediend:
|
||
|
||
a. a.
|
||
in de periode van 1 februari 2011 tot en met 15 maart 2011, of
|
||
b. b.
|
||
in de periode van 15 september 2011 tot en met 28 oktober 2011.
|
||
|
||
### Artikel 36
|
||
|
||
De subsidie voor de in artikel 35, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000.
|
||
|
||
### Artikel 37
|
||
|
||
Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, bedraagt:
|
||
|
||
a. a.
|
||
€ 4.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel a;
|
||
b. b.
|
||
€ 4.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel b.
|
||
|
||
### Artikel 38
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel b, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, van de regeling, met uitzondering van glastuinbouwondernemingen die voor dezelfde energieinnovatie op grond op grond van artikel 2.3.2 van de Subsidieregeling Energie en Innovatie worden gesubsidieerd.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
De aanvragen kunnen worden ingediend:
|
||
|
||
a. a.
|
||
in de periode van 1 februari 2011 tot en met 15 maart 2011, of
|
||
b. b.
|
||
in de periode van 15 september 2011 tot en met 28 oktober 2011.
|
||
|
||
### Artikel 39
|
||
|
||
De subsidie voor de in artikel 38, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000, met dien verstande dat de subsidiabele kosten worden gemaximeerd op € 100/m^2 opervlak voor het gesloten en bjibehorende open gedeelte of het totale oppervlak semi-gesloten kas.
|
||
|
||
### Artikel 40
|
||
|
||
Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 38, eerste lid, bedraagt:
|
||
|
||
a. a.
|
||
€ 4.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 38, tweede lid, onderdeel a;
|
||
b. b.
|
||
€ 4.000.000 voor aanvragen ingediend in de periode, bedoeld in artikel 38, tweede lid, onderdeel b.
|
||
|
||
### Artikel 40a
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel a, van de regeling kunnen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen, die, niet zijnde als samenwerkingsverband of als onderdeel van een samenwerkingsverband als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt B, onderdeel b of c, van de regeling, op grond van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008 subsidie voor een investering in energieinnovaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt A, onderdeel a, van de regeling verleend hebben gekregen, voor zover het betreft aanvragen voor investeringen in een spuitkruis en gas- of oliescheidingsapparatuur.
|
||
|
||
**2.** De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 15 november 2011 tot en met 18 november 2011.
|
||
|
||
**3.** De subsidie voor de investeringen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.400.000.
|
||
|
||
**4.** Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 2.800.000.
|
||
|
||
**5.** Artikel 1:6 van de regeling is van toepassing.
|
||
|
||
### Artikel 41
|
||
|
||
In afwijking van artikel 35, eerste lid, en artikel 38, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwonderneming of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.
|
||
|
||
### Artikel 42
|
||
|
||
Indien subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband van een of meer glastuinbouwondernemingen en een of meer andere landbouwondernemingen en het aandeel van de met de investering opgewekte energie dat door die landbouwonderneming of -ondernemingen aan de glastuinbouwonderneming of glastuinbouwondernemingen wordt geleverd minder is dan 100% van de energiecapaciteit die met gebruik van de investering kan worden opgewekt, wordt de overeenkomstig artikel 36 vastgestelde subsidie naar rato van dat aandeel verlaagd.
|
||
|
||
### Artikel 43
|
||
|
||
De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, en 38, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energieinnovatie naar het oordeel van de commissie:
|
||
|
||
– –
|
||
meer bijdraagt aan klimaatneutrale glastuinbouw door een zo laag mogelijk gebruik van primaire energie en een zo laag mogelijke CO² -uitstoot;
|
||
– –
|
||
meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of
|
||
– –
|
||
een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt gericht op teelttechnische of economische inpasbare systemen.
|
||
|
||
#### Paragraaf 3. Investeringen in technieken ter vermindering van de uitstoot fijn stof
|
||
|
||
### Artikel 44
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot subsidieverlening voor een investering in een techniek ter vermindering van de uitstoot fijn stof als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 5, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 5, punt B, van de regeling.
|
||
|
||
**2.** De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 3 januari 2011 tot en met 15 april 2011.
|
||
|
||
**3.** De Minister rangschikt de aanvragen overeenkomstig artikel 1:6 van de regeling.
|
||
|
||
**4.** Er kan slechts één aanvraag worden ingediend per inrichting bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Wet Milieubeheer.
|
||
|
||
### Artikel 45
|
||
|
||
Er worden geen voorschotten verleend.
|
||
|
||
### Artikel 46
|
||
|
||
Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot een jaar na subsidieverlening.
|
||
|
||
### Artikel 47
|
||
|
||
In afwijking van artikel 1:15, derde lid, van de regeling komt niet-verrekenbare BTW niet voor subsidie
|
||
|
||
in aanmerking.
|
||
|
||
### Artikel 48
|
||
|
||
De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten.
|
||
|
||
### Artikel 49
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt € 20.000.000.
|
||
|
||
#### Paragraaf 4
|
||
|
||
### Artikel 49a
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 4, punt A, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de melkvee-, vleesvee-, schapen-, geiten-, varkens-, kalveren-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of konijnenhouderij, met uitzondering van de varkens- en pluimveehouderijen gelegen in extensiveringsgebieden als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
De investering in een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in het eerste lid leidt tot een emissiewaarde van ten hoogste 75% ten opzichte van:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de maximale emissiewaarde voor de specifieke diercategorie als bedoeld in Bijlage 1 bij het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij;
|
||
b. b.
|
||
de emissiefactor voor overige huisvesting in de bijlage bij de Regeling ammoniak en veehouderij, indien er voor de betreffende diercategorie geen maximale emissiewaarde is vastgesteld in Bijlage 1 bij het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij.
|
||
|
||
**3.** De aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot en met 15 augustus 2011.
|
||
|
||
### Artikel 49b
|
||
|
||
**1.** De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 49a, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Overeenkomstig artikel 1:4 van de regeling wordt een aanvraag hoger gerangschikt naarmate:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de integraal duurzame stal of houderijsysteem waarin wordt geïnvesteerd in de beginfase van marktintroductie verkeert;
|
||
b. b.
|
||
de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem meer economisch of technisch perspectief heeft;
|
||
c. c.
|
||
er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het dierenwelzijn;
|
||
d. d.
|
||
er voor de investering in de integraal duurzame stal of houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het milieu, diergezondheid of arbeidsomstandigheden;
|
||
e. e.
|
||
de landbouwonderneming ten hoogste 3000 meter is verwijderd van een gebied als omschreven in bijlage 3 bij dit besluit, en
|
||
f. f.
|
||
de landbouwonderneming al dan niet in het bezit is van de in voorkomend geval noodzakelijke vergunningen voor de uitvoering van het investeringsplan dan wel deze vergunningen heeft aangevraagd op het moment van de aanvraag tot subsidieverlening.
|
||
|
||
**3.** Aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het tweede lid inhoudelijk gelijk zijn gewaardeerd en niet kunnen worden verleend in verband met overschrijding van het subsidieplafond, worden door loting gerangschikt.
|
||
|
||
### Artikel 49c
|
||
|
||
De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 250.000 bedraagt.
|
||
|
||
### Artikel 49d
|
||
|
||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 6.500.000.
|
||
|
||
**2.** In aanvulling op het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt een additioneel subsidieplafond ten bedrage van € 1.767.200 voor aanvragers gevestigd in Limburg.
|
||
|
||
### Artikel 49e
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 27 september 2013.
|
||
|
||
**2.** Er kan slechts één aanvraag worden ingediend per inrichting als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
|
||
|
||
**3.** Geen subsidie wordt verleend voor een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 4, punt A, van de regeling indien voor dezelfde subsidiabele activiteit eerder op grond van artikel 29 van de Regeling GLB-Inkomenssteun 2006 subsidie is verleend.
|
||
|
||
### Artikel 49f
|
||
|
||
De extra kosten, bedoeld in Bijlage 2, Hoofdstuk 4, punt C, van de regeling betreffen de kosten die worden gemaakt naast de norminvesteringen met betrekking tot dierenwelzijn en, voor zover van toepassing met betrekking tot milieu of diergezondheid, in een gangbare stal, als bedoeld in de kwantitatieve informatie veehouderij.
|
||
|
||
#### Paragraaf 5. Verdergaande verduurzaming land- en tuinbouw in het kader van nieuwe uitdagingen (POP NU)
|
||
|
||
### Artikel 49g
|
||
|
||
**1.** Een aanvraag tot verlening van een subsidie voor een investering in een machine of installatie als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, categorie 1, 2 of 4, van de regeling kan worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot en met 29 juli 2011.
|
||
|
||
**2.** Per landbouwonderneming, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt B, wordt één aanvraag ingediend, die betrekking kan hebben op één of meerdere machines of installaties onderscheiden in de categorieën 1, 2 en 4, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, van de regeling.
|
||
|
||
**3.** Landbouwondernemingen die in het jaar 2010 voor machines of installaties onderscheiden in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, subsidie hebben ontvangen komen niet voor subsidie in aanmerking.
|
||
|
||
**4.** Op de rangschikking van de aanvragen is artikel 1:5 van toepassing.
|
||
|
||
### Artikel 49h
|
||
|
||
Er worden geen voorschotten verleend.
|
||
|
||
### Artikel 49i
|
||
|
||
Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot en met 26 september 2014 en per landbouwonderneming bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt B kan in die periode maximaal één aanvraag gedaan worden.
|
||
|
||
### Artikel 49j
|
||
|
||
De subsidie voor een machine of installatie als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, van de regeling bedraagt per categorie:
|
||
|
||
a a
|
||
35% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidie per categorie ten hoogste € 100.000 bedraagt;
|
||
b b
|
||
tenminste € 5.000.
|
||
|
||
### Artikel 49k
|
||
|
||
Het subsidieplafond voor investeringen in machines of installaties als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, van de regeling bedraagt:
|
||
|
||
a. a.
|
||
€ 5.000.000 voor categorie 1;
|
||
b. b.
|
||
€ 5.000.000 voor categorie 2;
|
||
c. c.
|
||
€ 5.000.000 voor categorie 4.
|
||
|
||
#### Paragraaf 6. Jonge landbouwers
|
||
|
||
### Artikel 49l
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:42, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 oktober 2011 tot en met 11 november 2011.
|
||
|
||
**2.** Een jonge landbouwer kan slechts één aanvraag indienen.
|
||
|
||
### Artikel 49m
|
||
|
||
Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot en met 19 december 2014.
|
||
|
||
### Artikel 49n
|
||
|
||
Er worden geen voorschotten verleend.
|
||
|
||
### Artikel 49o
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt € 15.000.000.
|
||
|
||
### Artikel 49p
|
||
|
||
a. a.
|
||
De subsidiabele kosten bedragen nooit meer dan € 100.000.
|
||
b. b.
|
||
De subsidie bedraagt ten minste € 5000 en ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten.
|
||
|
||
### Titel 7. Voedselkwaliteitsregelingen
|
||
|
||
### Artikel 50
|
||
|
||
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 15 september 2011 tot en met 30 december 2011.
|
||
|
||
### Artikel 51
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt € 250.000.
|
||
|
||
### Artikel 52
|
||
|
||
Een landbouwonderneming kan per Skal-certificaat één aanvraag indienen.
|
||
|
||
### Titel 8. Herstructureringssteun Q-koorts 2010
|
||
|
||
### Artikel 53
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verstrekking van een subsidie als bedoeld in artikel 2:69k regeling worden ingediend in de periode van 1 januari 2011 tot en met 30 september 2011.
|
||
|
||
**2.** Aanvragen kunnen worden ingediend door ondernemingen die zodanig ernstig zijn getroffen door maatregelen ter bestrijding van de Q-koorts dat zij als rechtstreeks gevolg daarvan zijn aan te merken als onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2:69c, eerste lid, van de regeling.
|
||
|
||
### Artikel 54
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt € 1.500.000.
|
||
|
||
### Artikel 55
|
||
|
||
Onverminderd artikel 2:69p van de regeling is de rente op de lening, bedoeld in artikel 2:69k, eerste lid, van de regeling marktconform en niet hoger dan de wettelijke rente voor handelstransacties.
|
||
|
||
### Artikel 56
|
||
|
||
Artikel 1:13, tweede lid, van de regeling, is niet van toepassing.
|
||
|
||
### Artikel 57
|
||
|
||
**1.** De subsidieontvanger van de subsidie, bedoeld in artikel 2:69k van de regeling, voert het herstructureringsplan, bedoeld in artikel 2:69n, eerste lid, van de regeling, zo spoedig als mogelijk uit, maar in ieder geval binnen twee jaar nadat bedoelde subsidie is verstrekt.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Binnen vier maanden na afronding van de maatregelen in het herstructureringsplan, bedoeld in artikel 2:69n van de regeling, dient de subsidieontvanger een eindverslag in dat ten minste bevat:
|
||
|
||
a) a)
|
||
een kopie van de overeenkomst voor de lening, bedoeld in artikel 2:69k, eerste lid, van de regeling, zoals afgesloten;
|
||
b) b)
|
||
het bewijs dat de aanvrager bedoelde lening volledig heeft opgenomen.
|
||
|
||
### Titel 9. Garantstelling
|
||
|
||
### Artikel 58
|
||
|
||
Aanvragen voor garantstellingen als bedoeld in Hoofdstuk 2, Titel 12, paragraaf 1, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 januari 2011 tot en met 30 december 2011.
|
||
|
||
### Artikel 59
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt:
|
||
|
||
a. a.
|
||
€ 50.000.000 voor garantstellingen als bedoeld in artikel 2:79 van de regeling;
|
||
b. b.
|
||
€ 80.000.000 voor garantstellingen als bedoeld in artikel 2:80 van de regeling.
|
||
|
||
### Artikel 59a
|
||
|
||
Aanvragen voor garantstellingen als bedoeld in hoofdstuk 2, titel 12, paragraaf 2, van de regeling kunnen worden ingediend vanaf de dag van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 maart 2011.
|
||
|
||
### Artikel 59b
|
||
|
||
**1.** Het subsidieplafond voor aanvragen als bedoeld in artikel 2:82 van de regeling bedraagt € 100.000.000.
|
||
|
||
**2.** Het in het eerste lid bedoelde plafond is tevens van toepassing op aanvragen die in 2009 en 2010 zijn ingediend.
|
||
|
||
### Titel 10. Overige bepalingen
|
||
|
||
### Artikel 59c
|
||
|
||
**1.** Indien een vergunning die van toepassing is op de investering, bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 3, van de regeling, vanwege omstandigheden die aantoonbaar buiten de invloedssfeer van de subsidieaanvrager liggen, niet tijdig is verkregen om voor de investering, overeenkomstig artikel 49, eerste lid, van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009, voor 30 september 2011 een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen, wordt in artikel 49, eerste lid, van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009 ’30 september 2011’ gelezen als: 28 september 2012.
|
||
|
||
**2.** Indien een vergunning die van toepassing is op de investering, bedoeld in artikel 2:42 van de regeling, vanwege omstandigheden die aantoonbaar buiten de invloedssfeer van de subsidieaanvrager liggen, niet tijdig is verkregen om voor de investering, overeenkomstig artikel 54 van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009, voor 30 september 2011 een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen, wordt in artikel 54 van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2009 ’30 september 2011’ gelezen als: 28 september 2012.
|
||
|
||
**3.** In artikel 37, eerste lid, van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010 wordt ’30 september 2012’ gelezen als: 27 september 2013.
|
||
|
||
**4.** In artikel 41 van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010 wordt ’30 september 2012’ gelezen als: 27 september 2013.
|
||
|
||
**5.** In artikel 44o van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010 wordt ’29 september 2012’ gelezen als: 27 september 2013.
|
||
|
||
### Artikel 59d
|
||
|
||
**1.** Voor de toepassing van artikel 59c, eerste en tweede lid, dient de subsidieaanvrager een verzoek tot uitstel van het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling in bij Dienst Regelingen, waarbij de subsidieaanvrager aantoont dat de vergunning, bedoeld in artikel 59c, eerste of tweede lid, niet tijdig is verkregen vanwege omstandigheden die buiten zijn invloedssfeer liggen.
|
||
|
||
**2.** Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, is uiterlijk op 30 december 2011 in het bezit van Dienst Regelingen.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 3. Natuur, landelijk erfgoed en recreatie
|
||
|
||
### Titel 1. Nationale en grensoverschrijdende parken
|
||
|
||
### Artikel 60
|
||
|
||
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:34 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 januari 2011 tot en met 30 december 2011.
|
||
|
||
### Artikel 61
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt ten aanzien van aanvragen door:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie: € 1.478.444,09;
|
||
b. b.
|
||
Stichting Samenwerkingsverband Nationale Parken: € 300.000.
|
||
|
||
### Titel 2. Versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren
|
||
|
||
### Artikel 62
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:51, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend voor activiteiten als bedoeld in artikel 3:51, tweede lid, sub a, van de regeling in de periode van 3 januari 2011 tot en met 14 februari 2011.
|
||
|
||
**2.** Het subsidieplafond bedraagt € 200.000.
|
||
|
||
### Titel 3. Behoud zeldzame landbouwhuisdierrassen
|
||
|
||
### Artikel 63
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:61 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 januari 2011 tot en met 27 februari 2011.
|
||
|
||
**2.** Het subsidieplafond bedraagt € 300.000.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 4. Visserij
|
||
|
||
### Titel 1. Maatregelen van gemeenschappelijk belang
|
||
|
||
#### Paragraaf 1. Innovatieprojecten
|
||
|
||
### Artikel 64
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van een subsidie voor innovatieprojecten als bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2011.
|
||
|
||
**2.** De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 350.000,–.
|
||
|
||
**3.** Het subsidieplafond bedraagt € 1.500.000,–.
|
||
|
||
### Artikel 65
|
||
|
||
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een liquiditeitsoverzicht of een overzicht van gemaakte en betaalde kosten.
|
||
|
||
#### Paragraaf 2. Collectieve acties
|
||
|
||
### Artikel 66
|
||
|
||
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project, bedoeld in artikel 4:22, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2011.
|
||
|
||
### Artikel 67
|
||
|
||
De subsidie bedraagt:
|
||
|
||
a. a.
|
||
80% van de subsidiabele kosten voor aanvragers, bedoeld in artikel 4:22, tweede lid, onderdelen a en b, van de regeling, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 350.000,– bedraagt;
|
||
b. b.
|
||
100% van de subsidiabele kosten voor aanvragers, bedoeld in artikel 4:22, tweede lid, onderdeel c, van de regeling, met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 350.000,– bedraagt.
|
||
|
||
### Artikel 68
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt € 4.500.000,–.
|
||
|
||
### Artikel 69
|
||
|
||
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een liquiditeitsoverzicht of een overzicht van gemaakte en betaalde kosten.
|
||
|
||
#### Paragraaf 3. Duurzame ontwikkeling visserijgebieden
|
||
|
||
### Artikel 70
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:33c kunnen voor de visserijgebieden opgenomen in bijlage 5, onderdeel A, onder 1, 3, 5 en 6, van de regeling worden ingediend in de periode van 1 september 2011 tot en met 30 september 2011.
|
||
|
||
**2.** Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:33c kunnen voor de visserijgebieden opgenomen in bijlage 5, onderdeel A, onder 4, van de regeling worden ingediend in de periode van 3 oktober 2011 tot en met 31 oktober 2011.
|
||
|
||
**3.**
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt voor het visserijgebied opgenomen in:
|
||
|
||
a. a.
|
||
|
||
bijlage 5, onderdeel A, onder 1, van de regeling € 765.927;
|
||
b. b.
|
||
|
||
bijlage 5, onderdeel A, onder 3, van de regeling € 115.000;
|
||
c. c.
|
||
|
||
bijlage 5, onderdeel A, onder 4, van de regeling € 1.160.500;
|
||
d. d.
|
||
|
||
bijlage 5, onderdeel A, onder 5, van de regeling € 750.000;
|
||
e. e.
|
||
|
||
bijlage 5, onderdeel A, onder 6, van de regeling € 250.000.
|
||
|
||
**4.** Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvan de subsidiabele kosten in totaal minder bedragen dan € 100.000.
|
||
|
||
### Artikel 71
|
||
|
||
Artikel 1:2, tweede lid, van de regeling is niet van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 70 met dien verstande dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend niet zijn aangevangen voor 1 januari 2007.
|
||
|
||
### Artikel 72
|
||
|
||
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een liquiditeitsoverzicht of een overzicht van de gemaakte en betaalde kosten.
|
||
|
||
### Titel 2. Investeringen in vissersvaartuigen
|
||
|
||
#### Paragraaf 1. Investeringen in koelvriesinstallaties
|
||
|
||
### Artikel 73
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:34 van de regeling kunnen worden ingediend voor de uitvoering van activiteiten betreffende de modernisering van vissersvaartuigen voor zover deze betrekking hebben op de vervanging van een koelvriesinstallatie en er op gericht zijn om te voldoen aan artikel 5, eerste lid, onderdeel c, sub v, van verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (PbEG L 244).
|
||
|
||
**2.** Geen subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verleend indien de te vervangen koelvriesinstallatie niet voldoet aan het vereiste, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, sub iv, van de in het eerste lid genoemde verordening.
|
||
|
||
**3.** Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, kunnen worden ingediend door eigenaren van vissersvaartuigen die geregistreerd zijn in het Nederlands visserijregister, met een bruto tonnage groter dan of gelijk aan 1230 brutoton.
|
||
|
||
### Artikel 74
|
||
|
||
**1.** In afwijking van artikel 4:36 van de regeling verdeelt de Minister het totale beschikbare subsidiebedrag op basis van de in de in aanmerking komende aanvragen opgenomen subsidiabele kosten evenredig over al die aanvragen.
|
||
|
||
**2.** Artikel 1:10, tweede lid, van de regeling is van overeenkomstige toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 73, eerste lid.
|
||
|
||
### Artikel 75
|
||
|
||
In afwijking van artikel 4:37, eerste lid, van de regeling voert de subsidieontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verleend uit binnen twee jaar en zes maanden na de datum van subsidieverlening.
|
||
|
||
### Artikel 76
|
||
|
||
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten.
|
||
|
||
### Artikel 77
|
||
|
||
Artikel 4:39, derde lid, van de regeling is niet van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 73, eerste lid.
|
||
|
||
### Artikel 78
|
||
|
||
Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 februari tot en met 28 februari 2011.
|
||
|
||
### Artikel 79
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt € 5.000.000.
|
||
|
||
### Artikel 79a
|
||
|
||
De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een accountantsverklaring.
|
||
|
||
#### Paragraaf 2. Investeringen in weegapparatuur
|
||
|
||
### Artikel 79b
|
||
|
||
**1.** Aanvragen voor de vaststelling van subsidie voor de aanschaf en installatie van elektronische weegapparatuur als bedoeld in artikel 4:39a, eerste lid, van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot en met 1 mei 2012.
|
||
|
||
**2.** Het subsidieplafond bedraagt € 600.000,–.
|
||
|
||
### Artikel 79c
|
||
|
||
In afwijking van artikel 1:2, tweede lid, van de regeling kan subsidie worden verleend voor activiteiten die zijn aangevangen voor de subsidievaststelling op voorwaarde dat de activiteiten zijn aangevangen na 1 juni 2011.
|
||
|
||
### Artikel 79d
|
||
|
||
Er worden geen voorschotten verleend.
|
||
|
||
#### Paragraaf 3. Investeringen in elektronische registratie- en meldapparatuur en in satellietvolgapparatuur
|
||
|
||
### Artikel 79e
|
||
|
||
**1.** Aanvragen voor de vaststelling van subsidie voor de aanschaf en installatie van elektronische registratie- en meldapparatuur, van satellietvolgapparatuur of van een geïntegreerde combinatie van deze apparatuur als bedoeld in artikel 4:39g, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot en met 1 februari 2012.
|
||
|
||
**2.** Het subsidieplafond bedraagt € 157.500,– voor alle apparatuur, bedoeld in artikel 4:39g, eerste lid, van de regeling gezamenlijk.
|
||
|
||
### Artikel 79f
|
||
|
||
In afwijking van artikel 1:2, tweede lid, van de regeling kan subsidie worden verleend voor activiteiten die zijn aangevangen voor de subsidievaststelling op voorwaarde dat de activiteiten zijn aangevangen na 1 juni 2011.
|
||
|
||
### Artikel 79g
|
||
|
||
Er worden geen voorschotten verleend.
|
||
|
||
#### Paragraaf 4. Investeringen in duurzame vistuigen
|
||
|
||
### Artikel 79h
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:34 van de regeling kunnen worden ingediend door eigenaren van een vissersvaartuig, dat staat ingeschreven in het visserijregister bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, voor het moderniseren en aanbrengen van voorzieningen aan boord van een vissersvaartuig door middel van:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de omschakeling van de visserij met de boomkor naar visserij met de hydrorig of sumwing;
|
||
b. b.
|
||
jig-installaties;
|
||
c. c.
|
||
uitrusting voor de krabbenvisserij.
|
||
|
||
**2.** Aanvragen als bedoeld in het eerste lid kunnen worden ingediend in de periode van 1 november 2011 tot en met 30 november 2011.
|
||
|
||
**3.** Het subsidieplafond bedraagt € 2.000.000.
|
||
|
||
### Artikel 79i
|
||
|
||
De aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 79h, eerste lid, gaat vergezeld van offertes of prijsopgaven voor de aan te schaffen apparatuur, de werkzaamheden ten behoeve van de installatie en de werkzaamheden ten behoeve van de noodzakelijke aanpassingen aan het vissersvaartuig.
|
||
|
||
### Artikel 79j
|
||
|
||
De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 100.000.
|
||
|
||
### Titel 3. Investeringen in aquacultuur
|
||
|
||
### Artikel 80a
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 4:40 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 september 2011 tot en met 30 september 2011.
|
||
|
||
**2.** Het subsidieplafond bedraagt € 1.800.000.
|
||
|
||
### Artikel 80b
|
||
|
||
Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten.
|
||
|
||
### Titel 4. Garantstelling visserij
|
||
|
||
### Artikel 80ba
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verstrekking van een garantstelling als bedoeld in artikel 4:53 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 november 2011 tot en met 31 december 2011.
|
||
|
||
**2.** Het maximumbedrag, bedoeld in artikel 4:57, eerste lid, van de regeling, wordt voor 2011 vastgesteld op € 5.000.000.
|
||
|
||
### Titel 5. Maatregelen voor de kust- en binnenvisserij
|
||
|
||
### Artikel 80bb
|
||
|
||
**1.** Aanvragen tot verstrekking van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4:68 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 7 november tot en met 19 december 2011.
|
||
|
||
**2.** Het subsidieplafond voor aanvragen als bedoeld in artikel 4:68 bedraagt € 700.000.
|
||
|
||
### Artikel 80bc
|
||
|
||
Er worden geen voorschotten verleend.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 4a. Onderwijs
|
||
|
||
### Artikel 80c
|
||
|
||
Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een lectoraat als bedoeld in artikel 4a:3 van de regeling, kunnen worden ingediend in de periode van 1 juli 2011 tot 15 september 2011.
|
||
|
||
### Artikel 80d
|
||
|
||
In aanvulling op artikel 4a:10 van de regeling, bedraagt de subsidie voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 80c, ten hoogste € 240.000.
|
||
|
||
### Artikel 80e
|
||
|
||
De duur van de subsidieverlening bedraagt maximaal 4 jaar.
|
||
|
||
### Artikel 80f
|
||
|
||
Het subsidieplafond bedraagt € 960.000.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 5. Overige bepalingen en slotbepalingen
|
||
|
||
### Artikel 81
|
||
|
||
De volgende subsidieplafonds worden, voor zover van toepassing, naar rato verhoogd:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de subsidieplafonds, bedoeld in de artikelen 34, 37, onderdeel a, en 40, onderdeel a, met het bedrag of bedragen overgebleven door het niet bereiken van een of meerdere van deze subsidieplafonds;
|
||
b. b.
|
||
de subsidieplafonds, bedoeld in de artikelen 37, onderdeel b, en 40, onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van deze subsidieplafonds of met het bedrag of bedragen overgebleven door het niet bereiken van een of meerdere van de in onderdeel a bedoelde subsidieplafonds;
|
||
c. c.
|
||
de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 30, onderdeel a en onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van deze subsidieplafonds;
|
||
d. d.
|
||
de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 49e, met het bedrag of de bedragen overgebleven door het niet bereiken van een of meerdere van deze subsidieplafonds.
|
||
|
||
### Artikel 82
|
||
|
||
**1.** Als beoordelingscommissie bedoeld in de artikelen 14, 20, 27 en 43 wordt ingesteld de beoordelingscommissie concurrerende landbouw.
|
||
|
||
**2.** De beoordelingscommissie, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit de heer drs. J.P.J. Lokker en de heer ir. J.T.G.M. Koolen.
|
||
|
||
**3.** In afwijking van artikel 4:41, tweede lid, van de regeling wordt voor de aanvragen, bedoeld in artikel 80a, als beoordelingscommissie ingesteld de beoordelingscommissie investeringen in aquacultuur.
|
||
|
||
**4.** De beoordelingscommissie, bedoeld in het derde lid, bestaat uit de heer ir. H.W van der Mheen, mevrouw dr. ir. K. van de Braak, de heer J. Smit en de heer W.L.M. Schermer Voest.
|
||
|
||
**5.** De heer W.L.M. Schermer Voest is voorzitter van de beoordelingscommissie, bedoeld in het derde lid, en mevrouw L.S. Laan MSc is secretaris van de beoordelingscommissie, bedoeld in het derde lid.
|
||
|
||
### Artikel 82a
|
||
|
||
**1.** Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010 is opgehoogd met € 500.000.
|
||
|
||
**2.** Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 60 van het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010, is opgehoogd met € 195.000.
|
||
|
||
### Artikel 83
|
||
|
||
**1.** Het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010 wordt ingetrokken.
|
||
|
||
**2.** De verlening en vaststelling van een subsidie die is aangevraagd onder het Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010 wordt afgehandeld op grond van het recht zoals dat gold voorafgaand aan de intrekking van dat besluit.
|
||
|
||
### Artikel 84
|
||
|
||
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.
|
||
|
||
### Artikel 85
|
||
|
||
Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011.
|
||
|
||
## Bijlage 1. Hoogte van het subsidiepercentage en de subsidiabele kosten bij investeringen op het terrein van energiebesparing als bedoeld in
|
||
|
||
*Eerste energieschermen, niet zijnde gevelschermen of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen of wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen (artikel 31, eerste lid, onderdeel a):*
|
||
|
||
*Tweede energieschermen, niet zijnde gevelschermen of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen of wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen (artikel 31,eerste lid, onderdeel b):*
|
||
|
||
*Klimaatcomputer (artikel 31, eerste lid, onderdeel c):*
|
||
|
||
*Meerinvestering kasdek met antireflectie gecoat kasdekglas (artikel 31, onderdeel d):*
|
||
|
||
*Warmtebuffersysteem (artikel 31, eerste lid, onderdeel e):*
|
||
|
||
*Verticale ventilatoren (artikel 31, onderdeel f):*
|
||
|
||
*Energieclusters (artikel 31, eerste lid, onderdeel g):*
|
||
|
||
*Hogedruk vernevelingssysteem voor kaskoeling (artikel 31, eerste lid, onderdeel h):*
|
||
|
||
*Gevelscherm, niet zijnde verduisteringsscherm (artikel 31, eerste lid, onderdeel i):*
|
||
|
||
*Energiebesparend ventilatiesysteem met voorverwarming en/of warmte terugwinning (artikel 31, eerste lid, onderdeel j):*
|
||
|
||
*Meerinvestering diffuus glas (artikel 31, eerste lid, onderdeel k):*
|
||
|
||
*Biomassa gestookte ketelinstallatie (artikel 31, onderdeel l):*
|
||
|
||
*Aansluiting op een energie- of CO2netwerk (artikel 31, onderdeel m):*
|
||
|
||
## Bijlage 2. Rekenmodel als bedoeld in
|
||
|
||
Bedrijfsnaam:
|
||
|
||
Eigenaar/indiener:
|
||
|
||
Bedrijfsadres:
|
||
|
||
Postcode/plaats:
|
||
|
||
Bedrijfswebsite:
|
||
|
||
Correspondentieadres:
|
||
|
||
Postcode/plaats:
|
||
|
||
Telefoonnummer:
|
||
|
||
E-mailadres:
|
||
|
||
Aanvraagnummer:
|
||
|
||
De berekeningen zijn gemaakt op grond van de door de aanvrager ingevulde karakteristieken met betrekking tot het verwarmings- en koelingsysteem, de installaties die in kas en ketelhuis worden voorzien en het door de tuinder gewenste kasklimaat.
|
||
|
||
Als rekenmodel wordt gebruik gemaakt van programmatuur die in het kader van het project Synergie is ontwikkeld ten behoeve van de technische, energetische en economische beoordeling van gesloten kasconcepten. Dit rekenmodel is gebouwd en wordt onderhouden door de Business Unit Glas van Wageningen UR.
|
||
|
||
Het model rekent op uurbasis de warmte- en koudebehoefte van de door de aanvrager beschreven kasconfiguratie in een gemiddeld Nederlands jaar. Vanuit deze gegevens wordt voor elk uur uitgerekend welke gas-, elektriciteits-, CO_2-behoefte en laagwaardig warmtegebruik of -overschot voor deze kas verwacht mag worden.
|
||
|
||
Deze berekening wordt gemaakt voor de geconditioneerde kas en voor een relevante referentie.
|
||
|
||
De vergelijking van de berekende CO_2-emissie voor het hierbij ingediende geconditioneerde kasconcept met de referentie leidt tot de conclusie dat de verwachte CO_2-emissiereductie ........... bedraagt.
|
||
|
||
## Bijlage 2a. Friesland
|
||
|
||
*[afbeelding]*
|
||
|
||
## Bijlage 2b. Noord-Holland
|
||
|
||
*[afbeelding]*
|
||
|
||
## Bijlage 2c. Gelderland
|
||
|
||
*[afbeelding]*
|
||
|
||
## Bijlage 2d. Groningen
|
||
|
||
*[afbeelding]*
|
||
|
||
## Bijlage 3. N2000-gebieden met een significante stikstofproblematiek als bedoeld in
|