rijk/ministeriele-regeling/openstellingsbesluit-rigo-2006/BWBR0019599/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.1 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Openstellingsbesluit RIGO 2006 BWBR0019599 ministeriele-regeling geldend 2006-02-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019599 Openstellingsbesluit RIGO 2006

Openstellingsbesluit RIGO 2006

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder regeling: Regeling innovatie groen onderwijs.

Artikel 2

1. De instellingen, genoemd in artikel 1, onderdeel b, van de regeling, kunnen met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 maart 2006 projectvoorstellen indienen, als bedoeld in artikel 7 van de regeling.

2. De instellingen, genoemd in artikel 1, onderdeel b, van de regeling, kunnen met ingang van de datum waarop hun projectvoorstel positief is beoordeeld, op grond van artikel 7a van de regeling, tot en met 15 juli 2006 aanvragen tot subsidieverlening indienen, als bedoeld in artikel 7b van de regeling.

Artikel 3

Aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de regeling, kunnen worden ingediend voor projecten die passen binnen één van de volgende categorieën:

a. a. kenniscirculatie met een aantoonbare bijdrage aan de ontwikkeling van sectoren, waarvoor het beleid van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit relevant is, en aan de innovatie van het initiële onderwijs; b. b. vernieuwing van groene opleidingen naar vorm en inhoud.

Artikel 4

Aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de regeling, ten aanzien van de categorieën, genoemd in artikel 3, kunnen worden ingediend voor projecten die aansluiten bij één of meer van de volgende beleidsthemas:

a. a. vitale, duurzame land- en tuinbouw; b. b. natuur en landschap; c. c. de V van voedselkwaliteit; d. d. ruimte op het platteland; e. e. maatschappelijk groen onderwijs.

Artikel 5

1. Met betrekking tot de aanvraagperiode, genoemd in artikel 2, tweede lid, bedraagt het subsidieplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de regeling € 4.000.000,00 per categorie, als bedoeld in artikel 3.

2. In geval van onderuitputting in een categorie komt het restant beschikbaar voor de andere categorie.

3.

De hoogte van het subsidiebedrag per project bedraagt maximaal:

a. a. € 100.000,00 voor projecten vallend binnen de categorie, genoemd in artikel 3, onderdeel a; b. b. € 300.000,00 voor projecten vallend binnen de categorie, genoemd in artikel 3, onderdeel b.

4. Het maximum uurtarief, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de regeling bedraagt € 41,15.

Artikel 6

De duur van de subsidieverlening is maximaal:

a. a. anderhalf jaar voor projecten vallend binnen de categorie, genoemd in artikel 3, onderdeel a; b. b. tweeënhalf jaar voor projecten vallend binnen de categorie, genoemd in artikel 3, onderdeel b.

Artikel 7

De hoogte van het subsidiepercentage met betrekking tot de vergoeding van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 6 van de regeling, is:

a. a. maximaal 50% voor kosten genoemd in artikel 5, onderdeel a, van de regeling; b. b. maximaal 75% voor kosten genoemd in artikel 5, onderdelen b tot en met d, van de regeling.

Artikel 8

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beoordeelt de projectvoorstellen en de aanvragen tot subsidieverlening naast de criteria omschreven in artikel 7a, eerste lid, van de regeling onderscheidenlijk artikel 9, eerste lid, van de regeling, tevens aan de hand van de volgende criteria:

a. a. voor wat betreft de categorie, genoemd in artikel 3, onderdeel a: de meerwaarde voor het kennissysteem van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit als geheel, in het bijzonder blijkend uit:

      1°.
      de mate waarin het project bijdraagt aan kenniscirculatie;
    
    
      2°.
      de mate waarin de doelgroepen een bijdrage leveren aan de uitvoering van het project;
    
    
      3°.
      de betrokkenheid van relevante expertise.

1°. 1°. de mate waarin het project bijdraagt aan kenniscirculatie; 2°. 2°. de mate waarin de doelgroepen een bijdrage leveren aan de uitvoering van het project; 3°. 3°. de betrokkenheid van relevante expertise. b. b. voor wat betreft de categorie, genoemd in artikel 3, onderdeel b: de meerwaarde voor het groene onderwijs als geheel, in het bijzonder blijkend uit:

      1°.
      de mate waarin het project bijdraagt aan de ontwikkeling of implementatie van competentiegericht leren, waar mogelijk ondersteund door informatie- en communicatietechnologie;
    
    
      2°.
      de mate waarin het project bijdraagt aan doorlopende leerlijnen of leerarrangementen;
    
    
      3°.
      de mate waarin de doelgroepen een bijdrage leveren aan de uitvoering van het project.

1°. 1°. de mate waarin het project bijdraagt aan de ontwikkeling of implementatie van competentiegericht leren, waar mogelijk ondersteund door informatie- en communicatietechnologie; 2°. 2°. de mate waarin het project bijdraagt aan doorlopende leerlijnen of leerarrangementen; 3°. 3°. de mate waarin de doelgroepen een bijdrage leveren aan de uitvoering van het project.

Artikel 9

Indien een aanvraag tot subsidieverlening wordt afgewezen kunnen gemaakte voorbereidingskosten ten bedrage van 5% van de projectbegroting worden verhaald tot een maximum van € 10.000,00.

Artikel 10

De maximale hoogte van de voorschotten, bedoeld in artikel 12 van de regeling, bedraagt:

a. a. bij projecten waarbij de duur van de subsidieverlening niet langer dan anderhalf jaar is: b. b. 80% van het totale subsidiebedrag; c. c. bij projecten waarbij de duur van de subsidieverlening langer dan anderhalf jaar is: 40% van het totale subsidiebedrag in 2006, 40% in 2007.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit RIGO 2006.