rijk/ministeriele-regeling/rechtspositieregeling-raad-van-bestuur-svb/BWBR0038788/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Rechtspositieregeling Raad van bestuur SVB BWBR0038788 ministeriele-regeling geldend 2017-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0038788 Rechtspositieregeling Raad van bestuur SVB

Rechtspositieregeling Raad van bestuur SVB

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a.

    *SVB:* Sociale verzekeringsbank;

b. b.

    *Lid:* een lid van de Raad van bestuur van de SVB, waaronder de voorzitter;

c. c.

    *CAO:* collectieve arbeidsovereenkomst;

d. d.

    *WNT:*
    Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.

Artikel 2

1. De beloning wordt bij beschikking vastgesteld, waarbij de WNT in acht wordt genomen.

2. Het bedrag van de beloning is inclusief een vakantie- en een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen van de voor de SVB geldende CAO, en alle overige componenten die tot de beloning in de zin van de WNT worden gerekend.

3.

De beloning, bedoeld in het eerste lid, wordt, met uitzondering van vakantie- en eindejaarsuitkering, uitbetaald in gelijke maandelijkse termijnen.

De vakantie- en eindejaarsuitkering worden eens per jaar uitbetaald, in de maanden mei respectievelijk december van ieder jaar.

4. Het bedrag van de beloning kan worden aangepast aan de ontwikkeling van het bezoldigingsmaximum, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de WNT.

Artikel 3

1. Een lid heeft recht op een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de regeling van de SVB voor het vergoeden van reis- en verblijfkosten.

2. Een lid heeft voor zakelijk verkeer recht op een dienstauto.

Artikel 4

Een lid heeft aanspraak op de verloffaciliteiten die gelden voor de personen in dienst van de SVB.

Artikel 5

In geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken, zwangerschap of bevalling zijn de bepalingen ten aanzien van doorbetaling van de bezoldiging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

Een lid heeft recht op loopbaanbegeleiding, aangeboden door de Algemene Bestuursdienst.

Artikel 7

1. In geval van niet-herbenoeming dan wel tussentijds ontslag, anders dan op eigen verzoek en anders dan ten gevolge van eigen schuld of toedoen, heeft een lid in aanvulling op de reguliere aanspraak op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet aanspraak op een bovenwettelijke uitkering.

2. De hoogte en duur van deze uitkering worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Besluit bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid voor de sector Rijk, met dien verstande dat als berekeningsbasis voor de hoogte van genoemde uitkering geldt maximaal het salarisbedrag dat geldt voor leden van de topmanagementgroep, bedoeld in bijlage A van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, exclusief bijzondere toeslagen.

Artikel 8

1. Een lid onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien daardoor de goede vervulling van zijn functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zouden zijn verzekerd.

2. Het is een lid verboden nevenbetrekkingen te vervullen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.

3. Het is een lid in zijn ambt verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.

4. Een lid meldt een voornemen tot het openbaren van gedachten of gevoelens voorafgaand aan deze openbaring aan de minister.

Artikel 9

1. De kosten die voortvloeien uit deze regeling komen ten laste van de SVB.

2. De SVB is belast met de uitvoering van deze regeling.

3. De bepalingen van de voor de SVB geldende CAO zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daar in deze regeling niet van wordt afgeweken en met uitzondering van bepalingen omtrent bezoldiging als bedoeld in de WNT.

Artikel 10

De Rechtspositieregeling voorzitter Raad van bestuur SVB en de Rechtspositieregeling lid Raad van bestuur SVB vervallen.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Rechtspositieregeling Raad van bestuur SVB.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.